Jacaranda moet vanzelf uitsterven

We hebben toch zo'n mooi park, vlak om de hoek. Hoge bomen, bankjes in de schaduw. Een speeltuintje met toestellen uit onverwoestbaar staal, geverfd in Mondriaankleuren.

Sinds vorige week is het afgelopen met de pret, althans een stukje daarvan. Gemeentewerkers hebben de bijl gezet in de bomen. De treurwilg bij de schommels is al geveld, andere bomen mogen voor hun leven vrezen. Reden: de Zuid-Afrikaanse regering voert campagne tegen `ongewenste vreemdelingen' – geen mensen, maar planten uit het buitenland.

Zuid-Afrika is een typisch frontierland, een gebied waar vanaf de 16de eeuw mensen uit alle hoeken van de wereld op af kwamen. In hun gevolg namen ze planten en dieren mee uit eigen streek. En net als elders konden bepaalde ingevoerde struiken, bomen en beesten uitstekend aarden in en op vreemde bodem, verstoken veelal van natuurlijke concurrenten.

Niemand bekommerde zich ooit om de ecologische aspecten.

Nu wel. Vorig jaar maakte de regering een lijst bekend van bomen en planten die alien zijn. Groot was de schok over zekere soorten, zoals de jacarandaboom. Die was toch zo Zuid-Afrikaans als de Tafelberg zeker? Langs de straten van de hoofdstad Pretoria, van het economische hart Johannesburg en menige andere grote stad staan immers duizenden jacaranda's die ieder voorjaar uitbundig bloeien in hun blauwpaarse pracht. Pretoria wordt ook wel de jacarandastad genoemd. Helaas, het volk kreeg ineens te horen dat het altijd een vreemdeling had gekoesterd, van Zuid-Amerikaanse origine namelijk, een vijand eigenlijk die in vergelijking met inheemse bomen veel meer water opslokt. De bestaande jacaranda`s, zo luidde het milde vonnis van het ministerie van Water en Bosbouw, zullen worden gespaard, maar het is verboden nieuwe exemplaren te planten, de jacaranda moet vanzelf uitsterven. Op den duur zal dit het aanzien van Zuid-Afrikaanse steden drastisch veranderen.

De peperboom in mijn achtertuin is ook gedoemd te verdwijnen. Er staat een fikse boete op zijn aanwezigheid in dit land. Nu bestaan er wel meer boetes, die in de praktijk nooit worden uitgedeeld. Maar toch, illegaal blijft het om vanaf nu deze en andere ooit ingevoerde buitenlandse flora in bezit te hebben.

Ecologen verdedigen de maatregel en zeggen dat een aantal buitenlandse bomen en planten aantoonbaar schade aanricht in Zuid-Afrika. Zo staat de Australische eucalyptusboom bekend als een grote zuipschuit. De snelgroeiende boom, geliefd voor de houtproductie, consumeert zoveel water - een schaars goed hier - dat hij zelfs een concurrent is geworden voor de mens. De eucalyptus staat daarom hoog op de lijst van ongewenste vreemdelingen. ,,Door hun agressieve uitbreiding vormt niet-inheemse vegetatie na de mens de grootste bedreiging van het milieu. Ze zijn in economische en ecologische zin even schadelijk als elke vorm van vervuiling'', zo stelt de milieuorganisatie Wildlife and Environment Society of South Africa in een document. Ze spreekt van ,,buitenlandse indringers'' omdat de planten ,,snelle en vaak onomkeerbare veranderingen in het landschap teweegbrengen''.

Een probleem onderkennen is één ding, het vinden van een adequate oplossing is een ander. Het genoemde ministerie, onder de bezielende leiding van ex-guerrillastrijder Ronnie Kasrils, heeft de oorlog verklaard aan de buitenlandse gewassen en, zoals in mijn parkje, de `wapens' ook ter hand genomen. Men vergat alleen dat het vellen van bomen weer tot heel andere problemen kan leiden. Hoe opdringerig en vreemd de bomen uit Verwegland ook mogen zijn, vele soorten hebben zich een plaats verworven in de Zuid-Afrikaanse flora en ook een functie op zich genomen. Zo is het van nature bosarme land altijd vatbaar geweest voor erosie. In het noordwesten dringt de Kalahari-woestijn langzaam op en de natuur is niet per se goed, de natuurlijke verwoestijning dient een halt te worden toegeroepen. En met al hun nadelen hebben de buitenlandse bomen een voordeel: ze houden de grond vast. Tijdens de rigoureuze kapprogramma's bleek dat de overheid onvoldoende had stilgestaan bij vervanging. Zo moesten in Johannesburg vorig jaar buitenlandse struiken langs de Jukskei-rivier het ontgelden. Weg ermee, opgeruimd staat netjes. Helaas liep daardoor het water ineens veel sneller naar beneden, de rivier trad regelmatig buiten de oevers, huisjes in de townships aan de oevers spoelden weg.

En onvermijdelijk hebben de voortvarende plannen ook geleid tot blunders van formaat. In Rietfontein, een natuurreservaat aan de noordrand van Johannesburg, kreeg een firma van de gemeente de opdracht 400 Mauritiaanse doornbomen te verwijderen. Nu lijkt deze veel op de inheemse hoekdoornboom. En jawel, zonder dat iemand er erg in had verwisselden de houthakkers de twee soorten, In plaats van de Mauritianen gingen de Zuid-Afrikaanse groene reuzen tegen de vlakte.