HET KAN ANDERS!

Ze hebben nog net geen foto van hun grote voorbeeld in hun kantoor hangen, maar ze lepelen zijn mooiste uitspraken zo op. ``People want to change, but they do not want to be changed'', aldus Henny Clermonts, schoolleider van basisschool De Perroen in Maastricht. ``The brighter the light, the stronger the shadow'', zegt Jan Jutten, adviseur bij de Onderwijsbegeleidingsdienst Sittard. En Marcel van den Eijnden, schoolleider van basisschool Op den Meulen in Sittard: ``Think big, act small.''

Clermonts, Jutten en Van den Eijnden zijn net terug van een reis naar de Verenigde Staten. Ze gloeien nog na bij de gedachte dat het hun gelukt is om hun grote voorbeeld de hand te schudden, naar zijn uiteenzettingen te luisteren en de scholen te bezoeken die volgens zijn ideëen werken. Hoeveel scholen dat zijn, is het drietal overigens niet bekend. Zij bezochten onder meer een basisschool in hartje Harlem, New York. Het was een school geteisterd door drugs, criminaliteit, gebrek aan visie en een ondercuratelestelling van de gemeente. Maar nu is alles er anders. Onder de bezielende leiding van een geïnspireerde schoolleidster die zich in de gangen laat `huggen' door leerlingen, is de ten dode opgeschreven school een school met uitstraling geworden. Het gebouw is opgeknapt, de klassen worden bevolkt door leergierige leerlingen en er staan gedreven docenten voor het bord. Er wordt gewerkt in groepjes en iedere leerling kan uitleggen waarom dat zinvol is.

Het lijkt een Hollywoodsprookje dat werkelijkheid is geworden. Wie is die nieuwe goeroe in onderwijsland die dat voor elkaar heeft gebracht? ``Een goeroe wil hij niet genoemd worden, daar is hij veel te bescheiden voor'', corrigeert Clermonts. ``Hij is goeroe tegen wil en dank'', zo omschrijft Jutten de man achter het concept van `de lerende school'. Het gaat om organisatiedeskundige Peter M. Senge, senior lecturer aan de Massachussets Institute of Technology Sloan School of Business en auteur van boeken als `The fifth dimension' en `Schools that learn'.

Zijn boeken zijn doorspekt met doordenkertjes en oneliners rondom sleutelwoorden als visie, leiderschap en betrokkenheid. Zij geven handvatten hoe organisaties kunnen omgaan met veranderingen. Clermonts, Jutten en Van den Eijnden hebben zich, met nog dertien andere schoolleiders, verenigd in de stichting Kimas (Kwaliteitsimpuls Management- en Schoolontwikkeling), om het gedachtegoed van Senge te verbreiden. Jutten: ``Hoe krijg je een leraar die over een cultuur van `moetisme' praat betrokken? Hoe krijg je mensen zover dat ze dingen wíllen leren? Daar heeft Senge antwoorden op. Neem nu het principe van Weer Samen Naar School, dat vraagt een attitude- en gedragsverandering van docenten. Maar het is een illusie dat zij veranderen door een artikel te lezen of een cursusje te volgen.''

Hoe moet het dan wel? Dat blijkt niet zo eenvoudig uit te leggen. Jutten: ``Senge rijkt geen instrument aan, maar een `way of life'. Hij is een man die leeft volgens zijn principes. Als je hem een vraag stelt, sluit hij zijn ogen om zich beter te kunnen concentreren en je al zijn aandacht te geven.'' Die werkelijke belangstelling voor mensen is volgens Senge's leer essentieel, zowel voor docenten als voor schoolleiders. Zij zijn immers degenen die het docententeam moeten begeleiden in alle veranderingen die de school bestormen. In de terminologie van Senge moeten zij minder manager worden en meer leider. En dat houdt in dat zij zich minder moeten verstoppen achter hun computer, maar meer oog en oor hebben voor hun mensen, hun zorgen, hun problemen en zich openstellen voor ideëen. Beter communiceren dus, een open deur die al vaker is ingetrapt, maar kennelijk nog niet vaak genoeg.

Wat er volgens Senge mis is met het onderwijs is dat er te mechanisch over mensen gedacht wordt. Jutten: ``Zoals er op de lopende band flessen worden afgestoten die niet voldoen aan de norm, zo stoot het onderwijs kinderen af. Iedereen krijgt een label en dat is fout. Wat je moet doen is zoeken naar mogelijkheden om kinderen aan te spreken op wat ze wèl kunnen en ze daarin begeleiden. Die begeleiding moet bovendien doorlopen. Nu houdt de bemoeienis van een docent op als een kind overgaat, maar je zou met zijn allen moeten blijven praten over zo'n kind.'' Nog meer werk dus voor de toch al overbelaste docenten? Jutten grijnst. ``Nee, het gaat om het vergroten van betrokkenheid van docenten. Ik werk met zoveel leerkrachten die gedesillusionerd zijn omdat ze de hele dag politieagent moeten spelen en in hun werk niets terugvinden van hun oorspronkelijke reden om te kiezen voor het onderwijs, namelijk de liefde voor het kind.''

Daarom houdt Jutten zich op scholen dagelijks bezig met het ontwikkelen van een gezamelijke visie. Of in de beeldspraak van Senge: een visie is een diamant. Ieder vlakje schittert. Zolang een docent ziet `dit is mijn vlakje dat schittert' gaat hij ervoor. Jutten: ``Als voor een leraar het milieu een heel belangrijke waarde is, dan kun je daar zonder al te veel kunst- en vliegwerk een stukje van opnemen in de visie van de school. Zo'n man kan dan taken krijgen die daarmee te maken hebben, met als resultaat dat zo'n leraar op school een heel ander mens wordt.'' Soft? Jutten geeft toe dat hij dat inderdaad dacht toen hij voor het eerst in aanraking kwam met Senge's boeken. ``Toen ik nog schoolleider was, vond ik ook dat emoties geen rol mochten spelen in mijn werk. Maar veel dingen lukten niet zoals ik het mij had voorgesteld. Nu zie ik dat docenten in de eerste plaats mensen zijn. Als je iets wilt bereiken in je school moet je docenten de kans geven een heel mens te zijn. Daarom moet je als schoolleider beseffen dat je niet alwetend bent en moet je je kwetsbaar durven opstellen.''

Een van Senge's stokpaardjes is het begrip samenhang. Dat is de sleutel tot een betere school, een betere leraar, een betere leerling en een beter begrip van de wereld. ``Mensen denken vaak in problemen en oplossingen'', zegt Jutten. ``Maar Senge legt verbanden met de geschiedenis, de filosofie, de techniek, enzovoorts. Hij kan vier uur achter elkaar praten en steeds puzzelstukjes toevoegen die het beeld completer maken.'' De samenhang die Senge predikt is volgens de leden van Kimas onontbeerlijk voor het overleven van het onderwijs. ``Als er niets verandert denk ik dat de school in zijn huidige vorm zijn langste tijd gehad heeft'', sombert Jutten. ``De mogelijkheden om te leren buiten school zijn zo groot dat de school als insitituut echt meerwaarde moet bieden: systeemdenken.'' Clermonts legt het uit. ``Wij leren hier losse feitjes, zonder de nadruk te leggen op verbanden. In Amerika hebben we gezien hoe dat anders kan. Leerlingen moesten eerst een verhaal lezen over eekhoorns. Daarna werden klassikaal allerlei relevante begrippen in een cirkel gezet met pijlen van het ene begrip naar het andere en een min of plus, een negatief of positief effect: the connection circle. Als ze die cirkel terugzien kunnen ook kinderen die het niet in zich hebben om verbanden te leggen het zo terugvertellen.''