Helden van hun tijd

In een van de boeken over de avonturen van Pietje Bell, geschreven door Chr. van Abkoude, wordt melding gemaakt van een predigitaal experiment. Dat moet dus vroeg in de jaren dertig zijn geweest. Amerikaanse onderzoekers waren er eindelijk in geslaagd het gezicht van de ideale politie-agent te bepalen. Ze hadden honderd foto's en face van agenten genomen. Die werden over elkaar afgedrukt. Het resultaat was het gemiddelde van deze honderd: de ideale agent. Iemand zou kunnen denken: dat klopt niet. Hier wordt het gemiddelde met het ideale verward. Maar er zijn beroepen waarin het gemiddelde en het ideale juist congruent zijn. De ideale is dan de doodsvijand van de gemiddelde. De ideale stuurt de zaken in de war. In het bijzonder bij de handhaving van de orde moeten we dat niet hebben.

Pietje Bell is een klassieke ondeugende jongen uit het interbellum van de vorige eeuw. Hij gaf vaak een knipoog, had een club opgericht, De Zwarte Hand. Zijn beste vriend heette Engeltje, de drogist uit de buurt meneer Geelman. Er was een tante Cato, die een wrat op haar neus had. Verder heb ik er niets van onthouden. Andere jongens die voor een beetje kattekwaad niet opzij gingen, waren Dik Trom van Johan Kieviet en Bulletje en Boonestaak van A.M. de Jong. Maar bij Trom overwoog de deugd. Zijn tegendeel was Bruin Boon, die met duidelijke bedoelingen als een gemenerik was neergezet. Het gezag werd vertegenwoordigd door veldwachter Flipse, tegenstander van alle kattekwaad. Voorzover ik me herinner, werden de grappen van Dik door Flipse herkend als eerlijk kattekwaad. Daarom liet hij het bij een schrobbering. Een vroege vorm van gedogen. Het kattekwaad van Bulletje en Boonestaak ging zo ver, dat ze zich als verstekelingen verstopten aan boord van de Herkules, de vrachtvaarder waar hun vaders respectievelijk stuurman en kapitein waren. Je had ook nog Paddeltje en de Scheepsjongens van Bontekoe, maar al werden hun avonturen betrekkelijk modern verteld, ze kwamen uit een tijd waarmee je als kind niets te maken had. Hollands Glorie van Jan de Hartog was heel wat interessanter, al zou ik me er geen passage meer uit kunnen herinneren. En Roothaerts Dr.Vlimmen. Daaruit nog veel. Ik zal u het besparen.

Dik, Pietje, Bulletje en Boonestaak waren erkende helden van de jeugd, en dit blijkbaar zonder dat ze te lijden hadden onder de slijtage van de jaren. De boeken met hun avonturen beleefden herdruk na herdruk, en tot op de dag van vandaag zullen er nog genoeg mensen zijn die ongeveer weten wie Bell en Trom zijn, ook al hebben ze de boeken niet gelezen. Het zou een enquête voor het Historisch Nieuwsblad kunnen zijn, na die beruchte waardoor de leden van de Tweede Kamer werden ontmaskerd. Toen wist zestig of zeventig procent niet het verschil tussen de Slag bij Nieuwpoort en de Slag bij Waterloo (bij wijze van spreken – van deze orde was het). Zo zouden de onderzoekers nu kunnen vragen naar de identiteit van Trom, enz.; niet omdat dit hoort tot de wetenschap van de televisiequiz, maar omdat jeugdhelden ook exponenten van hun tijd zijn. En ook van hun nationaliteit, zoals Hendrik Colijn, Bep Bakhuys, Parmentier en Willy den Oude tot de helden van de jaren dertig horen. Het zou me niet verbazen als de jonge Colijn van een jaar of tien Dik Trom op zijn nachtkastje had gehad.

Na, en ik denk door de oorlog, zijn deze helden uit de kinderwereld verdwenen. Wat hebben we toen gekregen? Dick Bos natuurlijk in de oorlog al. Maar hij is met al zijn legendarische eigenschappen een held van een andere orde; geen kinderheld, geen jongensheld, maar meer een personage dat ertoe bijdraagt een tijdvak bijelkaar te houden. Terecht heeft het museum in Overloon een tentoonstelling aan hem gewijd.

Na Dick Bos is er een heldenloos tijdperk aangebroken. Televisie was er niet, Superman en de Thunderbirds moesten nog geboren worden. En die kunnen we trouwens niet tot de eigenlijke helden rekenen. Popeye the Sailorman, ook geen held die langer duurde dan zijn tekenfilm. De eerste televisiehelden van eigen bodem betekenen de restauratie van Dik Trom. Swiebertje en Bromsnor horen in rechte lijn tot het nageslacht van de Trom-familie. Batman en Robin brengen de omwenteling. Floris redt de nationale identiteit. En nu: De Teletubbies? De overbreedgeschouderde zwaardvechtende Neanderthalers van de sciencefiction? De universumreizigers van Star Trek? Leuk om te zien misschien, spannend, maar geen wezens waarmee je je als tienjarige kunt vereenzelvigen – veronderstel ik althans.

Een held is iemand met duurzaamheid, over wie je boek na boek verder wilt lezen, een personage dat zich in je brein vestigt. Dat is, dunkt mij, bij grote mensen niet anders dan bij kinderen. De helden markeren hun tijd. Daarom alleen al zou ik willen weten wie zich als personages hebben gevestigd in het geheugen van de generaties die nu het land, of desnoods de wereld besturen. Ik zou wel een groot internationaal onderzoek willen, bijvoorbeeld van de UNESCO. Wat lazen Poetin, Bush, Chirac, Kok, Charon, Schröder toen ze kleine jongens waren? Het zal ons politieke inzicht misschien niet verdiepen, maar de gemondialiseerde wereld weer iets menselijkers geven. En dan de belangrijkste vraag: wie zijn de jeugdhelden van nu? Met onze hypertechnieken moet het doenlijk zijn, zo'n onderzoek op touw te zetten.