Fantasievogels in volle vlucht

Onlangs schonk de verzamelaar Jan Perrée zijn collectie prenten van de Japanse kunstenaar Ohara Koson aan het Rijksmuseum. Vanaf vandaag wordt een deel van zijn verzameling in het museum tentoongesteld. ,,Koson was goed in vogels, maar met herten en mensen wist hij zich geen raad'', zegt Perrée.

,,Hij kon heel goed een onschuldig klein vogeltje tussen bloem en blad afbeelden. Met een onvoorstelbaar knap verloop van kleuren. Arenden plaatste hij daarentegen altijd in de sneeuw of in een storm.''

Aan het woord is architect Jan Perrée, al veertig jaar kunstverzamelaar in Eindhoven. Onlangs schonk hij zijn collectie van honderden Japanse prenten van Ohara Koson (1877-1945) aan het Rijksmuseum in Amsterdam, dat vanaf morgen in twee delen de werken tentoonstelt. Bij elke afbeelding die hij toont, bij elke anekdote die hij vertelt is Perrée nog steeds enthousiast. ,,Tijdens mijn architectuurstudie kwam ik via een hoogleraar in aanraking met diens verzameling Chinese, Japanse en Koreaanse kunst. Toen wij afstudeerden mochten we van hem alles zien. En zo ben ik erin gerold.''

Aanvankelijk viel Perrée op de veel bonter gekleurde houtdrukken van Torii Kyonaga (1752-1815) en Utagawa Hiroshige (1797-1858). De eerste prent van Ohara Koson die hij op de kop tikte, was een gelukje.

,,Ik kon hem alleen kopen met een stoel erbij. Koson zei me niets, totdat een vriend me een en ander over hem vertelde.''

Die eerste houtsnede toont een kleine zilverreiger op een besneeuwde tak. Een eenvoudig en sterk ontwerp in zachte tinten. Opmerkelijk is dat Perrée jaren later deze afbeelding tegenkwam op de aankondiging van een tentoonstelling. Deze prent liet veel minder sneeuwvlokken op de achtergrond zien dan Perrées exemplaar. De verzamelaar vermoedde `een nepperd' te hebben gekocht, maar al snel bleek dat voor de afbeelding een latere afdruk was gebruikt.

Terwijl de collectie dankzij allerhande aankopen op Duitse, Engelse en Nederlandse veilingen al snel uitdijde, groeide ook het besef dat het onmogelijk is alles te verzamelen. ,,En ivoor én lak én keteltjes én manden én porselein – het werd een beetje veel'', aldus Perrée. ,,Ik heb me toen gespecialiseerd in Koson.'' Inmiddels bezit Jan Perrée zo'n 240 kleurhoutsneden en elf schilderingen.

Wie Koson was, weten we nauwelijks: geboren in Kanazawa in 1877, overleden in Tokio in 1945, leerling van de schilder Suzuki Kason (1860-1919), die hem als blijk van waardering ook de artiestennaam `Koson' gaf, waarin een deel van zijn eigen naam voorkwam. Via Ernest Fenollosa, een Amerikaan die zich in Japan vestigde en er veel over de cultuur zou publiceren, leerde Koson het zogenaamde kacho-ga genre beter kennen. Bloemen en vogels vormen daarin de belangrijkste motieven. Door het westerse gebruik van diepte en perspectief te introduceren, slaagde Koson erin de traditionele, nogal `platte' compositie van kacho-e uit de Meiji-periode nieuw leven in te blazen.

Zijn oeuvre van in totaal ongeveer 700 prenten kwam uiteindelijk vrijwel geheel in het westen terecht. Perrée: ,,Hij heeft ook wel oorlogsprenten gemaakt, maar dat is niet interessant. Dat deed hij waarschijnlijk om aan de kost te komen. Maar van die prenten hou ik helemaal niet, zoals ik ook niet van Japanse samurai-zwaarden houd die nogal breed worden verzameld.''

Perrée beperkte zich grotendeels tot dieren. Hij kocht een vogel, nog een vogel, en weer een vogel. ,,En toen werd het een aap, want die kon Koson ook tekenen, net als vissen. Maar herten, daar wist hij geen raad mee. En ook met mensen had hij moeite. Hij beeldde ze meestal en profil af. En als je ze frontaal ziet, dan verbergen ze hun gezicht achter een grote hoed, vermoedelijk omdat hij veel moeite had met gelaatsuitdrukkingen.

,,In vogels was hij vele malen beter. Vooral vogels in vlucht, hetgeen destijds niet gebruikelijk was. Kijk maar naar de grote Hiroshige, die vogels altijd zittend weergaf. Meestal portretteerde hij vogels uit zijn eigen omgeving. Maar omdat ik de roodmaskeraalscholver niet kon onderscheiden van andere soorten heb ik een vogeldeskundige in de arm genomen. En die ontdekte dat Koson vrijelijk combineerde. Hij durfde een vogel de kop te geven van een sperwer en de staart van een adelaar. Het spreekt vanzelf dat zelfs een niet-ornitholoog daar wat moeite mee heeft.''

Perrée catalogiseerde in totaal 526 verschillende soorten, benoemde ze in het Engels, Latijn en Japans en gaf ook nog een Nederlandse beschrijving. Gaandeweg leerde hij andere Koson-liefhebbers kennen, onder wie de Amerikaan Robert O. Muller, de grootste particuliere verzamelaar van het werk van Koson ter wereld. ,,Muller, nu negentig, is zo rijk dat hij op een gegeven moment een complete drukkerij in Japan kon kopen, met de houtblokken erbij. Een paar jaar geleden was ik in Amerika en vroeg ik of ik een middagje mocht langskomen. `Veel te kort', faxte hij me terug; `minimaal twee dagen blijven', en dat terwijl ik hem helemaal niet kende. Muller is zelfs nog vóór de aardbeving de grote Kanto-aardbeving van 1923 die grote delen van Tokio verwoestte bij Watanabe geweest, de belangrijkste uitgever van het werk van Koson.''

Toen de Rijksmuseum-conservatoren Menno Fitski en Ger Luiten het initiatief namen Perrées prenten tentoon te stellen, bood de verzamelaar hen zijn volledige collectie aan, maar wel op voorwaarde dat dit werk toegankelijk zou blijven voor het publiek. En dat zijn levenswerk bij elkaar blijft.

,,Ach'', zegt Perrée, ,,ik kocht gewoon alles van Koson wat ik mooi vond. En vogels vond ik altijd al aardige diertjes.'' Ten bewijze daarvan laat hij nog het slapende mozambieksijsje in de bamboeboom zien. ,,Het is een echt, levend sijsje, dat hier overdag vrij door de kamer mag vliegen.''

Tentoonstelling: `Natuur in prent', t/m 13/5 in het Rijksmuseum, Amsterdam. Het vervolg is van 16/5 t/m 1/6 te zien. Tevens verschijnt de eerste monografie over Koson: `Crows, Cranes and Camelia's, the Natural World of Ohara Koson (1877-1945).'