Dubbele agenda's over stroom

Frankrijk lag op de jongste Europese top onder vuur wegens de afscherming van zijn elektriciteitsmarkt. Toch hebben ook andere EU-lidstaten een dubbele `elektriciteitsagenda'. Ofwel: `hogere politiek' in Brussel.

Eén franc (33 cent) betaalde Electricité de France, het Franse nationale stroombedrijf, in 1998 aan de staat voor het nationale leidingennet. De Nederlandse Europarlementariër Elly Plooy stelde vragen aan toenmalig Europees mededingingscommissaris Karel van Miert. De Belg kondigde een onderzoek aan. Daarna werd het stil. ,,Het is politiek veel te gevoelig,'' concludeert de VVD'ster. Europarlementariër Wim van Velzen (CDA) noemt de Europese energieliberalisering ,,hogere politiek''. En hij is de enige niet.

Op de Europese top in Stockholm was het onderwerp afgelopen weekeinde een twistpunt tussen de regeringsleiders. De weigering van Frankrijk zich vast te leggen op 2005 als einddatum voor volledige liberalisering van de Europese elektriciteitsmarkt wekte de woede van andere EU-lidstaten. Maar Duitsland wilde de kwestie niet op de spits drijven. Op aandrang van Spanje (met steun van Nederland) kreeg de Europese Commissie van de top de aansporing erop toe zien dat de Europese concurrentieregelsregels ,,volledig worden nageleefd''. Verder moet zij waarborgen dat elektriciteitsbedrijven met een thuismonopolie ,,niet onrechtmatig voordeel trekken uit die situatie''. Een duidelijke hint naar Electricité de France (EdF) respectievelijk de Franse staat.

Critici vinden dat EdF de afgelopen jaren door Brussel te zachtzinnig is behandeld. Een woordvoerster van Eurocommissaris Mario Monti (Mededinging) onderstreept echter dat deze onlangs EdF strenge voorwaarden oplegde toen het een aandeel in het Duitse EnBW (Energie Baden-Württemberg) wilde verwerven. Van het afstoten van 6.000 megawatt (1 megawatt kan duizend huishoudens van stroom voorzien), het opgeven van stemrecht in de Franse elektriciteitsmaatschappij CNR tot het afstoten van een indirect belang in het Zwitserse WATT. Monti wilde, kortom, voorkomen dat EdF de potentiële concurrentie bij voorbaat de nek omdraaide.

Volgens de Nederlandse Europarlementariërs Van Velzen en Plooy is er – zeker na de aansporing van de top in Stockholm – nog reden genoeg voor de Europese Commissie om EdF op de huid te zitten. Van Velzen wijst op oneerlijke concurrentievoordelen voor EdF, doordat de Franse overheid ontmantelingkosten van afgeschreven atoomcentrales voor haar rekening neemt. Plooy wil haar schriftelijke vragen uit 1998 herhalen. EdF kan door de gratis overdracht van het leidingennet niet alleen ultra-goedkoop stroom leveren, maar weet ook het eerst van concurrenten die voor lage prijzen stroom aanbieden omdat die stroom ook moet worden getransporteerd.

Eurocommissaris Monti zette de Franse regering, die om electorale redenen de vakbonden niet tegen zich in het harnas wil jagen, eind 1999 al eens onder druk. Parijs was toen te laat met de omzetting in nationale wetgeving van de Europese richtlijn over de liberalisering van de elektriciteitsmarkt voor grootverbuikers. Daarna werd de Franse wetgeving alsnog aangepast. De Franse traagheid leidde tot het dreigement van de Nederlandse minister Annemarie Jorritsma (Economische Zaken) en enkele EU-collega's de grens voor invoer van Franse stroom te sluiten. Lidstaten mogen dat doen op basis van de `evenwichtsclausule' uit de richtlijn, wat lidstaten stimuleert zich aan de Europese afspraken te houden. Pikante bijzonderheid is intussen dat minister Jorritsma nu zelf onder vuur van Brussel komt door een klacht van het staal/aluminiumbedrijf Corus Nederland tegen Nederlandse wetgeving die import van goedkope elektriciteit belemmert.

,,Er is altijd van vele kanten politieke druk op de Europese Commissie om haar bevoegdheden niet te gebruiken'', erkent een hoge Brusselse functionaris. Europarlementariër Van Velzen vindt daarom de tekst van Stockholm over energie ,,beter iets dan niets''. Maar de door de Europese Commissie beoogde versnelling van de liberaliseringswetgeving voor de elektriciteitsmarkt is alleen mogelijk met een gekwalificeerde meerderheid van lidstaten, terwijl het Europarlement meebeslist. Ingewijden menen in dit verband dat Duitsland in Stockholm niet alleen omwille van de Frans-Duitse relatie maar ook uit puur eigenbelang nog geen einddatum wilde vastleggen. Van Velzen wijst erop dat Duitsland als enige lidstaat geen onafhankelijke toezichthouder heeft, terwijl de splitsing van elektriciteitsproduktie en distributie niet volledig is. Vooral Duitse deelstaten willen dat voorlopig graag zo houden.

En zo hebben meer lidstaten hun eigen `elektriciteitsagenda'. De Spaanse overheid wil met haar `gouden staatsaandeel' in elektriciteitsgigant Endesa voorkomen dat ongewenste buitenlandse indringers belangen verwerven, om eerst een sterke nationale `speler' te creëren. Eurocommissaris Frits Bolkestein (Interne Markt) kijkt er met argusogen naar, omdat het volgens hem een inbreuk op het vrije kapitaalverkeer betekent. Zijn uit Spanje afkomstige collega Loyola de Palacio (Energie) verdedigt juist de Spaanse positie.