De voetballer die `nee' zei tegen Hitler

Midden jaren dertig speelde het nationale voetbalelftal van Oostenrijk wonderschoon voetbal. De strateeg van dat team was Matthias Sindelar, de man die `nee' zei tegen de nazi's.

`Tussen 1890 en 1914 vormde Wenen op het terrein van de literatuur, muziek, architectuur, schilderkunst, wetenschap en politiek het kloppende hart van vooruitstrevend Europa. Wenen was één van de eerste multiculturele samenlevingen met een sterke arbeidersbeweging', schrijft Henk Jurgens in De Culturele Revolutie in Wenen. De filosoof Wittgenstein, de dirigent Mahler, de psycholoog Freud, de sociaal-democraat Adler, de schilder Kokoschka sierden Wenen met een gouden tijdperk. Het voetbal mag aan die imposante lijst worden toegevoegd. Getekend: Matthias Sindelar, de man die `nee' zei aan de nazi's.

Elf juni 1932. 43.000 toeschouwers kijken in het Praterstadion van Wenen naar een verrukkelijk voetbalballet. De Belgen worden voor de tweede keer binnen zes maanden door Oostenrijk overspeeld: 4-1 en 6-1. De strateeg van het Wunderteam heet Matthias Sindelar. Onder zijn leiding voert Oostenrijk in die periode het fraaiste voetbal van Europa op.

Tussen 1931 en 1934 maakt Oostenrijk 101 doelpunten in dertig interlands, waarvan de ploeg er slechts drie verliest. Eén op Wembley (4-3), één tegen Tsjechoslowakije (1-2), de verliezend finalist van het WK. En één tegen Italië (de latere wereldkampioen) in de halve finale van het WK van 1934.

Oostenrijk leek de favoriet voor de wereldtitel. Het lot besliste anders. Zo ook over het leven van Matthias Sindelar, de beste voetballer van het Interbellum.

Wenen, 1938. Nazi-Duitsland bezegelde de Anschluss van Oostenrijk met een georkestreerde voetbalwedstrijd. Het oude Oostenrijk, met zijn krakende democratie, mocht nog één keer aantreden tegen het Duitsland van de Nieuwe Orde. Nadien zou bondscoach Herberger het beste van beide teams kneden tot het superieure elftal van het Derde Rijk. Eén man strooide zand in de machine: Matthias Sindelar, superspits van het Oostenrijkse Wunderteam. Sindelar miste voor de pauze opzettelijk én opzichtig kansen. Nadien gaf hij de Duitsers evenwel toch de genadeslag: 2-0. Na zijn doelpunt danste hij uitbundig én – tegen zijn introverte natuur in – provocerend voor de eretribune. Hij stak de draak met de verzameling opgedirkte nazi-malloten.

Sindelar stelde met zijn éénmansactie de wansmaak aan de kaak. Het was een radeloze schreeuw in het duister van een gecultiveerd individu tegen het meest wanstaltige systeem. Sindelar voorvoelde dat zijn kunstzinnige Weense voetbalschool zou worden opgeslokt door het domme Duitse gedraaf. Hij besefte ook dat de oprukkende nazi-laarzen met geweld de sociale verworvenheden van Wenen zouden verbrijzelen.

Matthias Sindelar (geboren 10 februari 1903) wist wat armoede was. Als arbeiderskind groeide hij op in de miserabele barakkenwijk Favoriten. Boheemse, Hongaarse en joodse wijkbewoners hokten er rond de eeuwwisseling in mensonwaardige omstandigheden. Favoriten was een poel van ellende. Het enige vertier vonden zij in de bal – maar het konden ook steentjes zijn geweest.

Sindelar en zijn kameraadjes speelden uren op straat. Tegelijk botsten zij met het gezag. In zijn boek Der Gezähmte Fussball, zur Geschichte eines subversiven Sports betoogt Dietrich Schluze-Marmeling hoe `de Weense voetballende straatjeugd voortdurend op de vlucht moest voor politie, parkwachters en huismeesters. Ze kweekten een natuurlijke afkeer van autoriteiten. Deze ervaringen droegen ze mee in hun speelwijze. De Weense voetbalschool stoelde op anti-autoritaire opvattingen.'

Sindelars vader stierf in 1917. Op zijn veertiende werd de frèle jongen plots man. Met verantwoordelijkheid voor het gezin. Hij ging met grote tegenzin de fabriek in, tot Oostenrijk na de oorlog profvoetbal invoerde. Sindelar raakte gefascineerd door de filosofie van de club Austria Wien. Het Weense voetbal oriënteerde zich op de wereld en ging internationale contacten aan. Wenen was de eerste voetbalmetropool van Europa. Vermaarde clubs als Rapid, Wiener SC, First Vienna en Admira wortelden in de volkswijken rond het centrum.

Met één uitzondering. Austria Wien zag het licht in de koffiehuizen van de beroemde Ringstrasse, het kloppend hart van de culturele oppositie in Wenen. Daar floreerden de gesprekken over kunst, literatuur, muziek, politiek én over voetbal. De club werd opgericht door intellectuelen en kunstenaars van vrijzinnig-joodse origine. De club hoorde nergens thuis, was heimatlos, écht joods. Er leefden 200.000 joden in het Wenen van die tijd.

De zionisten stichtten hun eigen team, FC Hakoah. Aanhangers van Austria zaten verspreid over de hele stad. Ze loofden het intelligente spel. Austria hanteerde als Leitmotiv: voetbal is eerst denken met het hoofd. Bij Austria stond het voetbal voor een idee. Iedere balactie hoorde mooi en positief te worden afgerond. Eerst op zoek gaan naar een medespeler, voordat op doel wordt geschoten. Vooruitdenken, snelheid in het spel, balcirculatie, vrijlopen. Het spel van de Violetten, de paarsen, was kunstzinnig. Austria voetbalde individualistisch, voor de gentleman en de bourgeois. Het droeg de handtekening van Sindelar.

Jonge voetballers wilden wie Sindelar sein. Zijn zoals Sindelar. De man van papier, zo genoemd wegens zijn spichtig uiterlijk, keerde zich af van geweld en kracht. Hij genoot van het geniale, van het eigen genie, en ontwierp de Weense school: `Het speelse behoort tot onze mentaliteit. Ontneemt men de Weense voetballer het spel, dan verliest hij zijn sterkste wapen.'

Sindelar won geen enkele kampioenstitel met Austria. Wél twee Mitropa-Cups (1933 tegen Internazionale, 1936 tegen Sparta Praag), de voorloper van de tegenwoordige Europese bekers. Het Oostenrijkse Wunderteam kreeg mythologische betekenis, maar behaalde geen prijzen. Tussen 1931 en 1934 won het met 6-0 in Berlijn, met 8-1 in Bazel, met 4-3 in Stockholm, met 6-1 in Brussel, met 4-0 in Parijs, met 7-1 in Madrid. En in Wenen: 5-0 tegen Schotland en Duitsland, 8-2 en 5-2 tegen Hongarije, 6-1 tegen Bulgarije. Italië verloor zowel in Turijn (4-2) als in Wenen (2-1) van de Oostenrijkers.

Sindelar maakte 27 treffers in 44 interlands. Met Austria scoorde hij zeshonderd goals in ongeveer zevenhonderd duels.

Na de annexatie dwongen de Duitsers de joodse clubvoorzitter van Austria tot aftreden. Hij werd opgevolgd door een handlanger van de nazi's. Sindelar protesteerde heftig, bleef wel in zijn geliefde Wenen wonen maar weigerde elke selectie van de Duitse bondscoach Sepp Herberger. Hij liet zijn verachting voor het nazi-regime meermaals de vrije loop.

Tot het hem te veel werd. Op 22 januari 1939 trof de politie hem samen met zijn joodse levensgezellin Camilla Castagnola. Ze lagen naakt in bed. De likeurfles half leeg. Dood. Vijftienduizend Weners woonden de rouwstoet bij.

Sindelar zei `neen' tegen Herberger, `neen' tegen Hitler. Met zijn zelfmoord pleegde hij een vorm van teder verraad aan het leven, aan de hoop. De grondlegger van de Weense voetbal-jugendstil – esthetisch, elegant, bevrijdend, verheven – wist het: na de nazi's was er niets meer.

Voorpublicatie uit `Legendarische Voetbalhelden'. Uitgave Strengholt/Voetbal International, 200 pag.; 29,75 gulden. Van volgende week in boekhandel.