De hele familie in één huis

In het Groningse Nieuwe Pekela leven vier generaties samen in een oude school. Ze weten niet anders en hebben genoeg aan elkaar. `Hier hebben we alles'.

Het is kwart voor acht. Klaterende kinderstemmen achter de slaapkamerdeur.

,,Oma?''

,,Oma? Ben je wakker?''

,,Oma, Trianca's schoenen staan nog bij jullie in de gang. Mag ze d'r wel even door?''

Oma draait de sleutel van het slot. Tuurlijk mag Trianca naar binnen, anders komt ze niet op tijd op school. Maar die deur gaat vanavond bij het slapen beslist weer op slot. ,,Als ik dat niet doe, staan de kleinkinderen elke ochtend om kwart voor zeven aan mijn bed.''

Zo gaat dat als je met vier generaties samenwoont in een oude school in Nieuwe Pekela. Afspraken maken, grenzen stellen, niet op alle slakken zout leggen. En de ruimte zo vertimmeren dat je niet op elkaars lip zit. Dochter Linda (31) en man Rudi Heres (33) betrokken met Reinier (2), Trianca (4) en Leonie (7) het voorhuis. Rechtsachter zitten opa en oma, Trieneke (54) en Geert (55) Froma. En linksachter wonen overgrootvader en overgrootmoeder, ze heten Wolter (83) en Trijntje (76) Ganzeveld en zijn de ouders van Trieneke.

Oma Trieneke Froma: ,,Geert en ik weten niet anders. Al generaties lang leven vader en moeder, kinderen en grootouders in één huis.''

Overgrootvader Wolter Ganzeveld: ,,Als je wilt, kun je van elkaar genieten. Maar als je geen zin hebt, kun je ook heerlijk op jezelf zijn.''

Moeder Linda Heres: ,,En weet je wat zo handig is? Zodra we met de auto bij de rotonde van Gieten zijn, bellen we op dat we d'r aankomen. Dan staat de koffie klaar als we thuiskomen.''

Toch was het nooit de bedoeling bij elkaar te gaan wonen toen Linda en haar zus de school zeven jaar geleden kochten. Tot er strubbelingen kwamen. Mariëlle, Linda's zus, sloot zich op. Ze was één brok zenuwen, zat hele dagen met de gordijnen dicht. Ze ergerde zich, vertelt Linda, aan de buren van het huis ernaast. Die liepen de godganse dag over hun erf. Het bleek ,,na een potje goochelen van de gemeente'' de tuin van de buren zelf.

Toen heeft moeder Trieneke de knoop doorgehakt. Waarom zouden ze niet van woning ruilen? Waarom vertrok Mariëlle niet naar het herenhuis waar zij woonde met haar man Geert en haar ouders? Sindsdien bezitten Linda en haar man het schoolgebouw en betalen Trieneke en Geert mee aan de hypotheek, het gas en de elektriciteit. En maakt opa Geert Froma in het schoolgebouw installaties voor regenwateropvang, een uit de hand gelopen hobby. ,,Pas de laatste drie jaar loopt het. Daarom werk ik ernaast. Al twintig jaar ben ik nachtportier in het ziekenhuis.''

De vier generaties hebben genoeg aan elkaar, zeggen ze, buitenstaanders zien ze maar zelden. Eten en slapen doen ze apart, voor de rest staan de deuren altijd open. 's Morgens wekken de kleinkinderen oma Trieneke. Die maakt op haar beurt haar ouders wakker. Ze doet haar moeder steunkousen aan, stofzuigt het achterhuis en doet de was in de machine. Bij de koffie komt Reinier vaak even spelen bij oma Trieneke. En zo gauw de twee meisjes uit school komen, sjezen ze naar `ouwe opa en oma'. ,,Voor een groentje'', vertelt Leonie – een mentholsnoepje. ,,Hartstikke lekker.''

Als het botst, en dat gebeurt zelden volgens Trieneke, botst het tussen de eerste en derde generatie. ,,Akkefietjes.'' Rudi die de plantjes van ouwe opa voor onkruid aanziet. Ouwe opa en ouwe oma, die zich eraan ergeren dat het speelgoed 's nachts buiten blijft liggen – ,,dan raakt het maar eerder af.'' En Linda en Rudi die dan weer vinden dat hun kinderen dat zelf moeten leren.

Oma Trieneke zit daar precies tussenin. ,,Ik vind dat wij niet de kinderen van onze dochter moeten opvoeden. Dat doet zij zelf. Bij mijn ouders thuis gebeurde dat wel. Mijn vader z'n vader was van de oude stempel. Die kon niet tegen lawaai. Dus toen mijn broer een elektrische auto kreeg, mocht-ie er niet mee spelen. Omdat opa dat te lawaaierig vond.''

Trieneke Froma loopt naar het achterhuis. Ouwe opa en ouwe oma zitten koffie te drinken. Met het ,,kastje aan'', zoals hun schoonzoon al voorspelde. Ik weet niet of mensen hier op het platteland meer met familie leven, zegt Trieneke. ,,Maar ik wil mijn ouders een goede oude dag bezorgen. Dat ben je aan een hecht gezin verplicht.''

Ouwe opa: ,,We wilden niet in een tehuis. Die mensen ken je niet. Het is er erg duur. Hier hebben we alles.''

Trieneke: ,,Eerst zaten wij in het achterhuis, waar pa en moe nu zitten. Maar we hebben geruild. Mijn ouders mogen graag kijken wie er langs komt. Ik interesseer me daar niet voor. Ik zie liever bomen voor me dan mensen.''

Ouwe opa: ,,Wij hebben ook negen jaar mijn vader in huis gehad. Hij was de laatste jaren dement. Dat was erg zwaar. Hij leefde als een kind. Ik hoop niet dat ik zelf zo ver kom. Ik raak het ook kwijt af en toe.''

Ouwe oma: ,,Maar dat weet je dan zelf niet meer.''

Ouwe opa: ,,Als het ooit zover mag komen, wil ik weggemaakt worden. Weet je wat bij mijn vader het ergste was: dat je hem niet terug kon halen uit de vroegere wereld. Hij vergat alles, zwierf op straat. De deur moest op slot, anders liep hij weg.''

Ouwe oma: ,,Toen hij stierf was hij gelukkig. Hij glimlachte. Hij herkende me, dat is zo'n mooie herinnering.''

Telefoon. Het is Linda. Of oma Trieneke even op Reinier wil passen. Ze wil naar Oude Pekela, drie kilometer verderop, om de kinderen uit school te halen. Trieneke loopt naar het voorhuis, waar Linda al staat te wachten.

Trieneke zegt: ,,Mijn vader is heel bang voor dementie omdat zijn vader zo was.''

Linda: ,,Maar zover is het nog lang niet. Hij heeft vooral last van vergeetachtigheid. Daar hebben we bij de inrichting van het huis rekening mee gehouden. We koken elektrisch, lucifers halen we niet in huis en in de gang hangt een brandslang.''

Trieneke: ,,En er is altijd iemand in de buurt, om te helpen. Dat is veilig. Ach, pa is nu nog heel goed bij de tijd. Als je het mij vraagt denk ik dat zijn lichaam eerder af zal zijn dan zijn geest.''

Woont u ook met uw (hele)

familie onder één dak? Stuur uw reactie naar e-mailadres zok@nrc.nl of naar NRC Handelsblad, Ouder & Kind, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam. Uw bijdrage moet donderdag in ons bezit zijn.