De cariben: Domingo / Antillen

Phileas Fogg deed het in 80 dagen, atlete Merlene Ottey in 80 medailles. De Achterpagina gaat in 80 hits de wereld rond – en is nu precies halverwege, in de Cariben. Vandaag: Domingo en de Kleine Antillen.

Wie maalt er om moordende armoe, milieuvervuiling en massatoerisme? Voor een droomvakantie met zon en zee neem je een ticket to the tropics en strijk je neer op de witte palmstranden van de Antillen. Vele artiesten gaven in de afgelopen jaren het goede voorbeeld: er is buiten de Verenigde Staten geen gebied dat muzikaal zo goed op de kaart is gezet als de Caribische eilanden ten zuiden van de Kreeftskeerkring. Zelfs als je Jamaica en Cuba buiten beschouwing laat – zij vergen een apart bezoek – kun je een cruise door 45 jaar hitgeschiedenis maken waarbij bijna ieder West-Indisch eiland wordt aangedaan.

Niet dat de zonnige vakantieoorden altijd met name worden genoemd. Al in 1957 bezong de in New York geboren Harry Belafonte (bekend van calypsonummers als `Banana Boat' en `Coconut Woman') een naamloos `eiland in de zon', waar de natuur ongerept is en het geluid van trommels alomtegenwoordig. Belafontes `Island In The Sun', dat de titelsong was van een film met James Mason en Joan Fontaine, zou veel navolgers krijgen. De New Wave-rocker Jona Lewie haalde in 1978 een 20ste plaats in de Top 40 met `Come Away (To A Caribbean Island)'; terwijl de New Age-zangeres Enya in 1991 een plaatsje lager bleef steken met `Caribbean Blue'. En nog maar een paar jaar geleden was in de televisiebewerking van Annie Schmidts Otje het liedje `Ko-Ko-Kokosnoten-eiland' te horen, met de onsterfelijke regels: `En we maken op een vuurtje/ onze kokosnotensoep/ En we poepen in de bosjes/ onze kokosnotenpoep.'

Kokosnoten, bananen, zoete aardappelen en rum vormen het dieet van de West-Indische vakantieganger. Maar als je de one-hit wonders van Typically Tropical mag geloven, is de schijf van vijf pas echt compleet met een goede joint. In hun geestige zomernummer `Barbados', dat in september 1975 de top 10 bereikte, beschrijven ze een vliegreis (met Coconut Airways!) van regenachtig Londen naar hun geboortestad Bridgetown. Daar wacht zogenaamd hun `vriendin' – en laat die nu toevallig luisteren naar de naam Mary Jane, een slang-aanduiding voor marihuana. Toen `Barbados' een paar jaar geleden door de Vengaboys gecoverd werd als `We're Going To Ibiza' ging deze mooie dubbelzinnigheid vanzelfsprekend in rook op; in de disco's van Ibiza doe je niets met wiet, daar telt alleen de xtc.

Barbados, een van de zogeheten Kleine Antillen, komt in veel Caribische hits voor, net als Trinidad (je hoort de steeldrums al), de Maagdeneilanden (de naam is onweerstaanbaar) en Guadeloupe (klinkt zo lekker). Maar het is de Dominicaanse Republiek, de rechterhelft van het voormalige Hispaniola, dat hitmakers het meest wist te stimuleren. Misschien komt het doordat de Dominicaanse Republiek een van de grootste landen van de Cariben is, of doordat het jarenlang geregeerd werd door een tot de verbeelding sprekende schurk (Trujillo, nu onderwerp van Mario Vargas Llosa's roman Het feest van de bok). Feit is dat de hoofdstad Santo Domingo ten minste vijf keer bezongen is, waarvan vier keer door Nederlanders – door Anneke Grönloh, Imca Marina, de Zangeres Zonder Naam én de Band Zonder Naam. Vooral BZN was daarbij reuze geïnspireerd: alle ingrediënten van een Caribisch zwijmelnummer kwamen in `Santo Domingo' (nummer 17 in september 1995) terecht, van een blauwe lucht en een wit strand tot kokosnoten en opzwepende trommels. `I dream of my tropical island [...] Summer nights together in Santo Domingo'.

Maar, zal de liefhebber zich afvragen, hoe zit het dan met St.Lucia, het eiland tussen Martinique en Barbados, dat wel door zes artiesten in een liedje vereeuwigd is? Een dwaalspoor. Hoewel er een Santa Lucia op Cuba en op Aruba is, bevindt het `Santa Lucia' van George Baker, Frank & Mirella, Mieke, Roland Kaiser, Tino Rossi en Jantje Smit zich niet in het Caribisch gebied, maar in de Tyrrheense Zee. Sterker nog: het is helemaal niet de naam van een plaats, maar van een schip – een schip dat een zeeman wegvoerde uit Napels, en waarnaar een jonge bruid tot op de dag van vandaag vergeefs uitkijkt...