Bonjour tristesse

Had Máxima maar in de ereloge van het Estádio das Antas gezeten. Hadden de spelers van het Nederlands elftal de laatste tien minuten maar in het genetische fluïdum van de koninklijke verloofde gestaan. Argentijnen weten wat resultaatvoetbal is. Spoken, wervelwinden, ultieme furie, Luis Figo, ze breken er glimlachend doorheen. Met een knipoog naar de dood, als het moet.

Het kan geen toeval zijn dat de meest Hollandse Hollanders, Van der Sar en De Boer, Portugal alsnog aan een onverdiende 2-2 hebben geholpen. Het doelpunt van Pauleta was volledig op rekening te schrijven van de Nederlandse doelman. In competitieverband zou Van der Sar niet aan de verdachtmaking van omkoping zijn ontkomen. De lulligheid waarmee hij de bal in eigen doel duwde, was van een amateuristische nonchalance die je van een Serie A-doelman niet verwacht. Van der Sar bevestigde daarmee wat insiders al lang weten: deze keeper zal nooit een wedstrijd winnen voor het Nederlands elftal. Lieve jongen, schitterende bloembollenkweker, prachtig model voor schilders van de skeletachtige mens geranseld door boze winden, maar geen winnaar. Van der Sar is de polder par excellence: schraal en droevig, een beetje mompelend voor zich uitdromend van het verloren paradijs.

Frank de Boer oogt een tikkie wereldser. Bij hem verwacht je zelfs afgezakte kousen en het shirt uit de broek. Maar niets is wat het lijkt, ook niet bij De Boer. Frank is nog steeds van Grootebroek en nog altijd niet van Barcelona. Hij patst wel met de flair van de wereldburger, maar eigenlijk komt hij niet verder dan de logge loop van een zaaiboer. Hij kan stoken en heksen tegen scheidsrechters, gal en vuur spuwen, verontwaardigd zijn als een catacombe-christen, maar altijd weer zie je dat het misbaar gespeeld is. Dat de veestapel over de boer is gesteld.

Natuurlijk was het strafschop. Arbiter Meier kon niet om de dommigheid van Frank de Boer heen. De proletische grimassen van Kluivert, De Boer en Stam hadden de pathos van vermoorde onschuld. Ze maakten het Nederlands elftal lelijker dan het was. Ze accentueerden de misplaatste arrogantie van sukkels die in het mes van hun eigen vermeende onschendbaarheid waren gelopen. Jerrel Hasselbaink loeide nog: ,,Wat wil je van een scheidsrechter die twaalf seconden voor het einde van de wedstrijd een penalty geeft. Dan moet je ijzeren ballen hebben. En die had hij, dat was onze pech.'' Nou ja, ijzeren ballen? Het zal wel dat de vader van Jerrel een ouderwetse metaalsocialist is, maar we leven wel in nieuwe tijden en arbiter Meier is jong genoeg voor een digitaal verleden.

Het Nederlands elftal speelde een prachtige wedstrijd. In geen jaren heb ik Marc Overmars nog zo gretig, zo soepel, zo snedig langs zijn man zien gaan als die avond in Estádio das Antas. Het was alsof hij voor het vertraagde geluk van de veehouders van Epe speelde. Ook Edgar Davids had er weer zin in. En Reiziger en Van Bommel en Cocu deelden in de brille van wat Oranje in 1974 moet geweest zijn. Maar geluk dwing je af, en daar komt dit Nederlands elftal niet aan toe. De heren staan collectief te zwijmelen voor het sprookje nog voor het sprookje binnen is. Máxima overspeelt de hele monarchie met een knipoog, het Nederlands elftal overspeelt zijn eigen hand. Of is het in dit geval zijn eigen voet?

Louis van Gaal gaf een aangeslagen indruk. Maar de bondscoach heeft de geheimzinnigheid rond zijn tactische vernuft zo geritualiseerd dat niemand hem nog gelooft in zijn kou van teleurstelling en verdriet. Van Gaal is de toneelspeler van Oranje geworden en daarom niet geschikt voor analyse en morele consequenties. Hij is de laatste die mag zeggen dat het Nederlands elftal onverdiend gelijkgespeeld heeft. Wie staat er nou anno 2001 nog te koketteren met Wichtigmacherei als geheime trainingen? Van Gaal dus. Dan vraag je om een oneigenlijke interpretatie van elk systeem, van iedere wissel, van gedoe langs de zijlijn. Van Gaal is een karikatuur van het ancien regime, en hij is de enige die dat nog niet weet.

Boudewijn Zenden is ook zo'n karikatuur. Hij had wel geweten hoe het Nederlands elftal de laatste tien minuten vooruit had moeten verdedigen. Maar toen hij zelf nog tussen de krijtlijnen stond was hij meer bezig met zijn coiffure dan met een goeie pass. Zelfkennis is toch niet de sterkste kant van het poldermodel.