BLIJVEN VECHTEN OM TE OVERLEVEN

Judoka Dennis van der Geest (25) ging in Sydney onderuit, maar zegt het olympisch echec inmiddels een plaats te hebben gegeven in zijn ,,permanente zoektocht naar verbetering''. Over de louterende werking van een nederlaag. ,,Ik blijf een denker.''

Het heilige vuur brandt als nooit tevoren. ,,Ik kan ook thuis op de bank gaan zitten met een zak chips in mijn handen. Maar dat wil ik niet. Ik wil heel diep met mezelf bezig zijn. Met judo dus. Omdat ik wil weten hoe ik in elkaar steek en hoe ik mijn zwakke punten kan verbeteren.''

Voor wie nog twijfelt: Dennis van der Geest is en blijft ,,helemaal leip van het spelletje dat judo heet''. Daag hem midden in de nacht uit voor een man-tegen-man-gevecht en de reus uit Bloemendaal rolt gewillig uit zijn bed. Een liefhebber van het gestoei met lijf en leden is hij altijd geweest. En ja, hij mag het graag zeggen. Al was het maar omdat het zo lekker in het gehoor ligt: ,,Het is heerlijk om iemands kop van z'n romp te trekken.''

In Italië mocht het zwaargewicht vorige week weer ouderwets met zijn krachten smijten en de armen triomfantelijk in de lucht gooien, na zijn overwinning in de finale van het A-toernooi van Rome. Al is Van der Geest, morgen actief in Rotterdam, de eerste om zijn succes in de zwaarste klasse van het judo, de categorie boven de 100 kilogram, te relativeren. ,,Het toernooi was niet al te sterk bezet vanwege het post-olympische jaar. Slechts één wereldtopper kwam ik tegen, Aythami Ruano. Die Spanjaard weegt 200 kilo en staat bekend als een lastpak. Toch versloeg ik hem in de halve finale. Mijn tegenstander in de finale raakte geblesseerd, waardoor ik de winst op een presenteerblaadje kreeg aangereikt.''

Niet zozeer de eindoverwinning als wel ,,het plezier waarmee ik weer op die mat stond'' stemde Van der Geest tevreden: leergierig en zelfbewust. ,,Het besef dat ik nog veel kan verbeteren, geeft mij extra energie. De laatste maanden ben ik druk bezig met allerlei nieuwe tactische handelingen. Zoals het pakkingsgevecht (de manier van de tegenstander bij zijn jas pakken, red.), waardoor ik een wedstrijd bij een voorsprong makkelijker `op slot' kan zetten, en anderen beter en sneller kan ontregelen. In Rome werden al die dingetjes langzaam maar zeker zichtbaar.''

In de Italiaanse hoofdstad zag Van der Geest pas voor het eerst de schokkende tv-beelden uit Sydney, waar hij, vooraf bestempeld als medaillekandidaat, in de herkansingsronde onderuit ging tegen de Chinese beul Pan Song. ,,Het was een pijnlijk weerzien. Naar die beelden heb ik de afgelopen maanden bewust niet willen kijken. Toch moet ik de realiteit onder ogen durven zien: ik heb daar verloren en dat was vreselijk. Temeer omdat daar uiteindelijk jongens in de medailles vielen van wie ik al een paar keer heb gewonnen. Het boek is nog niet dicht, maar: het kan gebeuren en het is gebeurd.''

Sport is ook verliezen, zoveel wil Van der Geest maar zeggen. Sterker nog: van een nederlaag wordt een sporter eerder sterker dan zwakker, weet ook zijn krachttrainer, Herman Debrot. ,,Ik heb tegen Dennis gezegd: `Wees blij dat je verloren hebt'. En waarom? Hij is pas 25 en kan zich op heel veel punten nog verbeteren. Dennis is Europees kampioen geworden en derde van de wereld. Een olympische medaille had hem pedant kunnen maken. Zo van: wie kan mij nog wat leren, ik weet het allemaal zo goed.''

Zijn mislukte olympisch debuut was een ongelukkig maar onvermijdelijk station dat Van der Geest kennelijk moest passeren in zijn permanente zoektocht naar perfectie. Stellig: ,,Ik ben weer een stap verder. Soms moet je met je kop tegen een muur lopen, wil je hogerop komen. Ik ken mezelf nu beter, ben intussen bezig met finesses waar ik vorig jaar nog niet aan toe was. Ik moet niet treuren, ik moet `Sydney' uit m'n hoofd zetten. Ik heb er van geleerd, ik moet verder en ik wil verder.''

Na zijn nederlaag tegen ,,die Chinese staatsmongool'', zoals Van der Geest zijn bedwinger Song na afloop weinig fijnzinnig omschreef, leek de kolos van de Haarlemse sportschool Kenamju evenwel een gebroken mens. Een zombie, verdoemd tot een dolend bestaan in het olympisch dorp, waar de oranje meute zich ondertussen laafde aan het bier en aan elkaar. ,,Ik was doodziek van die vroege uitschakeling, maar het is prettig om te weten dat het plezier en de wil om mezelf te verbeteren niet waren aangetast. Na een paar dagen ben ik het dorp ontvlucht. Mijn familie was daar aanwezig, samen met een paar kennissen die in de buurt van Sydney een woning hebben. Uiteindelijk heb ik nog een paar leuke dagen gehad, hoe pijnlijk de herinnering ook was.''

Groot was niettemin het contrast met vier maanden eerder, toen Van der Geest zich in Polen liet kronen tot Europees kampioen en de kranten unaniem schreven dat hij, doorgaans een vat vol twijfels, een mentale barrière had overwonnen. Van der Geest, fel: ,,Sloeg nergens op! Omdat ik daar van twee jongens, Tmenov en Tataroglu, won van wie ik tot dan toe nog nooit had gewonnen. Nou en? Het sterkte mij slechts in de gedachte dat ik voor niemand hoef onder te doen. Dat wist ik al en werd in Polen alleen maar bevestigd. Daar had ik die overwinning niet voor nodig.''

Blijft de vraag of hij zich in de aanloop naar `Sydney' wellicht heeft laten bedwelmen door zijn eigen succes. Van der Geest, met gefronste wenkbrauwen: ,,Kom zeg! Die Europese titel was fantastisch, maar dat heeft mij op de Spelen geen procentje geholpen. Ik wist dat ik Europees en olympisch kampioen kon worden. Dat hoeven anderen mij niet uit te leggen. Alleen: als iedereen hosannah roept, laat je dat natuurlijk niet helemaal koud. Zo eerlijk moet ik wel zijn. Ook dat is weer een les die ik meeneem voor de toekomst: sluit jezelf volledig af van geluiden van buitenaf.''

Maar zijn belangrijkste les was een aloude sportwijsheid, die Van der Geest in zijn zucht naar olympische roem vergat. Schuldbewust: ,,Judo moet leuk zijn. Ik had wel lol in het spelletje, maar was zo bezig met het doel, met die Olympische Spelen, dat langzaam maar zeker het plezier op het tweede plan kwam te staan. Ik zat te veel in een roes en dat was fout. Ik moet vooral bezig zijn met de weg die naar het doel leidt, niet andersom.''

Bezinning volgde in Nepal, waar Van der Geest in november met twee vrienden de Himalaya introk. ,,Nepal intrigeert me, door die mystieke cultuur vooral. Ik ben niet iemand die drie weken gaat liggen bakken aan de Spaanse costas. Daar ben ik veel te doenerig voor. Ik ging niet om mezelf daar te zoeken, zoals sommigen dachten. Die reis was maanden daarvoor al geboekt. Toch kwam die trip als geroepen. Als je daar hoog in de bergen loopt, en je hebt onvoldoende zuurstof om te kletsen, ben je gedwongen om met jezelf bezig te zijn. Natuurlijk heb ik toen veel nagedacht over wat er mis ging in Sydney en in de voorbereiding daarop.''

Terug in Nederland werd zodoende onder meer de relatie met zijn vader en tevens coach, Cor van der Geest, het fanatieke boegbeeld van sportschool Kenamju, kritisch tegen het licht gehouden. Details weigert Van der Geest prijs te geven, want: ,,Dat is privé, iets tussen vader en zoon.'' Maar – en daar kan hij niet omheen – het gesprek was nodig. ,,We moesten weer een duidelijke scheiding aanbrengen, tussen de vader-zoon-relatie enerzijds en de coach-pupil-relatie anderzijds. Dat zijn twee werelden die in de loop der jaren te veel en te nauw met elkaar verweven zijn geraakt, wat de prestaties niet altijd ten goede kwam. De teleurstelling van Sydney heeft onze relatie verbeterd. Het siert Cor dat hij na al die jaren nog steeds bereid is om kritisch naar zichzelf te kijken.''

Wat ook niet goed zat: het veelgeprezen groepsgevoel, tot voor kort een van de pijlers van de Kenamju-successen. Dat werkte in Sydney eerder beklemmend dan bevrijdend, erkent Van der Geest. ,,Het probleem was: Cor had te veel pupillen. Hij kon onmogelijk die energie in iedere judoka steken die nodig is om tot een optimale prestatie te komen.'' Of had junior eerder op de rem moeten gaan staan? ,,Sommige zaken heb ik ook wel gesignaleerd. Maar zoiets wordt gezegd en daarna gaat iedereen – ook ik – weer over tot de orde van de dag. Zeker in de aanloop naar een groot toernooi leven topsporters in een tunnel. Dat geldt in zekere zin ook voor de mensen om hen heen. Gevolg was dat er bij ons onbewust het een en ander verwaterde. Toen dat eenmaal duidelijk was, was het te laat om radicale veranderingen door te voeren.''

Het teleurstellende optreden in Sydney was voor Van der Geest geen reden om zijn relatie met sportpsycholoog Jan Looman te verbreken. ,,Ook voor hem geldt: van je fouten kun je leren. Dat vindt hij zelf ook. Het zou dom zijn om na een samenwerking van bijna twee jaar, een periode waarin ik tal van medailles heb gewonnen, ineens zou zeggen: `Jan, het is mooi geweest, de groeten'. Jan en ik zijn bezig geweest met zaken die niet in prestaties zijn uit te drukken en die hun waarde hebben bewezen. We moeten ook niet te dramatisch doen. Ik loop de deur niet plat bij hem. Bovendien is Jan een relatieve buitenstaander met kennis van zaken, met wie het goed praten is.''

Zijn ontwapenende openhartigheid heeft Van der Geest naar eigen zeggen opgezadeld met een verkeerd imago. ,,Ik heb inderdaad vaak wedstrijden gemaakt waarin ik niet het beste uit mezelf naar boven heb gehaald. Door de spanning, door de druk, noem maar op. Ik voel me niet te groot om mezelf dan na afloop kwetsbaar op te stellen en te zeggen waar het op staat. Maar dat wil niet zeggen dat mijn verhaal niet klopt als ik eens een keertje verlies of dat ik daarom een notoire twijfelaar ben. Integendeel: ik weet wat ik wil, werk aan mijn zwakke punten, train er vol voor en het zit goed in m'n kop. Alleen: dat komt er op de mat nog niet altijd uit.''

Toch danst de twijfel altijd mee in het hoofd, want dat, zo weet Van der Geest, is inherent aan het bestaan van een topsporter. Maar de ene aarzeling is de andere niet. ,,Een sporter die zegt dat hij of zij niet twijfelt, die liegt. De ene dag kijk je in de spiegel en denk je: vandaag smijt ik iedereen eraf. En de volgende dag denk je: jongen, jongen, ga maar snel trainen, want het is niks. Dat heb ik heel sterk, omdat ik toch een denker ben die af en toe zelfs aan het piekeren slaat.''

Maar niemand die medelijden met hem hoeft te hebben. Dennis van der Geest is dankzij zijn teleurstellende prestatie op de Spelen terug bij de basis. ,,Ik noem judo altijd het Madurodam van het leven. Van nature ben ik een makkelijke prater. Bovendien heb ik een goed stel hersens. Ik kan me dus goed redden in de maatschappij. Angsten komen niet bovendrijven. Alleen: ik heb gekozen voor judo. Zodra ik de mat opstap en ik sta tegenover een Turk van 150 kilo, dan kan je nog zo'n lekkere babbel en nog zo'n goed smoeltje hebben, maar dan red je het niet. Dan komen je diepste angsten aan de oppervlakte. Al je zwakheden komen aan het licht. Of je nu wilt of niet. Zaken die je in het normale leven niet tegenkomt, die kom ik dan wel tegen. Dan is het vechten om te overleven. En dat is wat ik wil.''