Zwicht Zwijndrecht?

Het christelijk volksdeel heeft het er jarenlang bij laten zitten. Protesteren was nu eenmaal zinloos geworden. Godslasterend trekken horden jonge cabaretiers door het land, maar geen mens kijkt er nog van op. Het gezag interesseert het allang niet meer. Laat staan de betrokkenen; een paar jaar geleden meldde de Bond tegen het Vloeken dat veel klaagbriefjes niet eens meer werden beantwoord.

Zo leek het althans. Tot deze week het bericht kwam dat de gezamenlijke fractie van SGP, RPF en GPV in de gemeenteraad van Zwijndrecht stelling heeft genomen tegen het aanstaande optreden van het theaterduo de Bloeiende Maagden. Ze willen dat de cabaretvoorstelling Vergeef ze, ze weten niet wat ze doen, op 27 april in theater De Uitstek, wordt verboden. De titel verwijst, aldus de politici, naar de woorden die Jezus sprak toen hij aan het kruis werd genageld. Daarom is de opvoering godslasterlijk.

Vergeef ze, ze weten niet wat ze doen heeft de vorm van een spelshow op tv. Minou Bosua en Ingrid Werner, zich noemende de Bloeiende Maagden, zijn spelleider en kandidaten. De strijd gaat over het menselijk getob en hoe dat te overwinnen. ,,Bij wie voel je je het meest op je gemak?'' vraagt de spelleider bijvoorbeeld. ,,Pas'', zegt een kandidate. Voor de winnaar ligt de Verlossing in het verschiet; wie verliest, valt levenslang de hel op aarde ten deel. De terminologie is bijbels, maar van religieuze waarden ontdaan. Verder kan geen gelovige zich aan de inhoud storen, zou ik denken.

Heel wat heftiger ging het er in 1983 aan toe in de show Tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen van Robert Long en Leen Jongewaard – bij mijn weten de laatste cabaretvoorstelling waartegen van christelijke zijde een officiële klacht werd ingediend. Daarin vlogen de vloeken in het rond en zong Jongewaard waarom hij, als hij God was, nooit lid van de EO zou worden. Ook toen ging het niet over de inhoud, maar over de titel. De officier van justitie in Arnhem onderzocht de zaak, op aandringen van een SGP'er en een GPV'er uit Wageningen en Doetinchem. De klacht werd geseponeerd; de heren hadden zich niet schuldig gemaakt aan godslastering of enig ander strafbaar feit. Ze hadden niet de bedoeling gehad `de godspersoon' tot mikpunt van krenkende uitlatingen te maken. Hun spot gold de wijze waarop diverse gelovigen zich gedroegen. Daarmee was de zaak aan kant. Voortaan leek iedere klacht wegens godslastering kansloos.

Maar nu leven we in een tijd waarin de ene na de andere kunstuiting onder vuur wordt genomen. Is het niet de NS die kinderporno ziet in onschuldige foto's, dan zijn het Feyenoord-supporters die de vertoning van een Ajax-documentaire willen tegenhouden, of ongeïdentificeerde fundamentalisten die de opvoering van Aïsja verhinderen. Als dat tegenwoordig zo makkelijk gaat, heeft het christelijk smaldeel wellicht gedacht, moet het ook mogelijk zijn de Bloeiende Maagden te verbieden. Maar als Zwijndrecht zwicht, is de klok definitief teruggedraaid – dan zou nu niet meer mogen wat in 1983 al vrijuit ging.