Ze zoenen elkaar

Niet voor het eerst staan Nederlanders even stil bij het zien van juichende Portugese voetballers. Al op de Olympische Spelen van 1928 keek de Hollandse toeschouwer verbaasd naar het temperament van deze Zuid-Europeanen, dat lijnrecht inging tegen het heersende normen- en waardenstelsel.

Het leuke van die Spelen van Amsterdam was dat een enorm aantal buitenlandse sporters van dichtbij te bewonderen was. Verschillende huidskleuren, grappige gewoonten, onbegrijpelijke rituelen en onverstaanbare talen waren plots een hele zomer voorhanden in de stad. Nu is het geen probleem om elke uithoek op eigen gelegenheid te onderzoeken of ontwikkelingen in een andere uithoek rechtstreeks te volgen via de media. Maar ten tijde van de Amsterdamse Spelen ging dat niet op en dat leverde een enorme charme op, die we nu niet mogen onderschatten.

Enkele weken lang was Amsterdam, en daarmee Nederland, het mondiale centrum van vele culturen, waar de Nederlanders niet genoeg van konden krijgen. Want hoe vaak kreeg men toen de kans om mensen van de andere kant van de aardbol in zijn eigen stad te zien? Dagelijks leverde dat incidenten op, waar het thuispubliek de ene keer om moest lachen, of waardoor het met stomheid was geslagen. Zo ook toen de Portugese voetbalploeg de openingswedstrijd van het olympische voetbaltoernooi speelde tegen Chili. Dat toernooi viel overigens buiten de officiële Spelen: het werd van 27 mei tot en met 13 juni gespeeld, ofwel zo'n twee maanden voordat de Spelen officieel waren geopend. Op dit voetbalevenement keken de Nederlanders ademloos naar het Zuid-Europese temperament, waarmee we toen nog grotendeels onbekend waren. Het woord is aan sportverslaggever ir. A. van Emmenes, die verslag deed van die wedstrijd: ,,'t Was een lollige dag, die eerste voetbaldag. Ze praten met handen en voeten, ze voetballen met d'r voeten, d'r benen, d'r hoofd, d'r hele lijf, ja: met d'r hele ziel en zaligheid. Ze gaan op d'r hoofd staan als ze een doelpunt maken; ze gesticuleren wild en vertwijfeld als er een doelpunt tegen hen gemaakt wordt, ze krijgen dan zelfs de neiging om hun wilde zwarte haardossen enigszins te decimeren.''

Elke gek zijn eigen gebrek, zouden de toeschouwers kunnen denken, totdat de Portugezen scoorden. Van Emmenes over wat er toen gebeurde: ,,Ze zoenen elkaar. Ze zoenen elkaar zoals wij hier – doch dan bij voorkeur in de eenzaamheid – de meisjes zoenen. Zij zoenen elkaar op de hogelijk gladgeschoren wangen en ze omhelzen elkaar daarbij inniglijk.''

Eén speler had een gelukkige middag met twee doelpunten: ,,Hij kreeg meer zoenen dan een normale Hollandse vrijer in een week afkan. Die zwarte rechtsbinnen met z'n blozende wangen was de gelukkigste man van de wereld.'' Zelfs door juichende mensen kunnen we dus culturele invloeden begrijpen.

jurryt@xs4all.nl