Was Macbeth wel man?

`Macbeth' van William Shakespeare wekt afschuw en medelijden tegelijk. Wie of wat verleidt hem tot zijn misdaden?

De plaats is het sombere en nevelige landschap van het noorden van Schotland, waar de haan vergeet te kraaien om de dag aan te kondigen en het licht geen kans krijgt. Het gegeven is moord, driedubbele moord.

Macbeth is het meest bloederige van al Shakespeare's stukken, maar dat hoeft nog geen reden te zijn voor de populariteit van het drama dat dit voorjaar door drie verschillende toneelgezelschappen op de planken wordt gezet, door het Ro Theater in een dubbelvoorstelling, door Toneelgroep Amsterdam in de regie van Gerardjan Rijnders, en nog een keer in Brussel onder regie van Ola Mafaalani. Tenslotte zijn wij, eenentwintigste-eeuwers, dankzij talloze films wel wat aan moord en doodslag gewend en voor een driedubele moord knipperen we niet één keer meer met de ogen.

Waarom doen nu juist de moorden die Macbeth pleegt ons al vierhonderd jaar huiveren? Waarom is Macbeth niet enkel een stuk voor ouwe sokken en zien we de daden van de hoofdpersoon nog steeds als door een spiegel, waar we voor terugschrikken?

Misschien ligt het antwoord hierin. Weliswaar zijn we gewend te zien dat de ene mens de andere met voorbedachten rade doodsteekt, overhoop schiet of wurgt, maar dat daarbij altijd zorgvuldig in de gaten wordt gehouden dat het om een strijd tussen goed en kwaad gaat, die onder twee personages wordt verdeeld. In Hollywood-films overwint het goede altijd, ook al heeft dat goede, kijk maar naar Clint Eastwood, ettelijke tegenstanders koud gemaakt. Geen punt, pistool terug in de holster en te paard maar weer, de eindeloze prairie in.

In Macbeth gebeurt iets anders. In Macbeth zijn goed en kwaad in één persoon verankerd, wordt de strijd geleverd in een en dezelfde ziel, wordt een nobel man door zichzelf verscheurd. Wat we in Macbeth zien, is de geboorte van een geweten. Eigenlijk heeft de afgelopen vier eeuwen slechts één iemand een dergelijk pijnlijke geboorte van Shakespeare na weten te doen: Dostojevski in Schuld en boete.

De persoon Macbeth roept afschuw en mededogen op, medelijden zelfs. Omdat we zien dat Macbeth wordt verleid iets te doen wat hij niet wil doen en toch doet, en dat boezemt ons angst in omdat we hem zo goed begrijpen.

Door wie of wat Macbeth wordt verleid tot zijn gruweldaden, is de hamvraag van de tragedie. Alleen het ingewikkelde antwoord op die vraag kan ons ten volle laten beseffen in welk monsterlijk isolement Macbeth zich bevindt. Hoe Macbeth het toonbeeld is van de moderne mens, die vecht met de goede en kwade krachten in zichzélf en niet bij machte is die strijd te boven te komen. Omstandigheden en persoonlijke invloed van iemand anders kunnen je al het slechte laten doen, maar de totale openbaring van je misdaad in al zijn consequenties, zal je breken.

Wezens

Eerst het verhaal.

Het dondert en bliksemt, de regen komt bij bakken uit de lucht en drie onduidelijke wezens roepen elkaar onbegrijpelijke dingen toe, waarbij de naam van Macbeth valt. Vervolgens zien we een modderig en bedonderd legerkamp, waar de koning met enkele van zijn generaals staat te kleumen. Een boodschapper brengt het bericht dat Noorwegen en de colloborateur en verrader Cawdor, leenheer van de koning en clanhoofd, zijn verslagen door de dappere generaal Macbeth. De koning besluit de titel van de verraderlijke Cawdor aan Macbeth te geven: `What he hath lost, noble Macbeth hath won.'

Vervolgens zien we de drie schimmige wezens dansen op de heide, als Macbeth en zijn strijdmakker Banquo daar aankomen, zich nog van geen dreiging bewust, hoewel het `vreemd weer' is. `So foul and fair a day, I have not seen', zegt Macbeth. Bij de ontmoeting van de twee krijgsheren met de drie wezens, voorspellen de laatsten dat Macbeth de titel van Cawdor zal krijgen en `hereafter' koning zal zijn en dat Banquo weliswaar geen koning zal worden, maar zijn zoons wel. Banquo schenkt geen aandacht aan de voorspellingen van de drie die in de mist verdwijnen, maar Macbeth verwondert zich. Even later komen ze bij de koning aan, die Macbeth `Leenheer van Cawdor' maakt. Nóg probeert Macbeth niet bijgelovig te zijn, kome wat komen moet, maar het zaad van de twijfel is in vruchtbare grond gevallen.

Thuisgekomen op zijn eigen kasteel weet Lady Macbeth hem te overreden de voorspellingen serieus te nemen en de koning te doden. Macbeth doodt de koning in de nacht dat die bij hem gastvrijheid geniet, weet de schuld op anderen te laden en wordt zelf koning. Enige weken later vermoordt hij ook Banquo, die getuige was van de voorspellingen. Tijdens een banket met andere edelen verschijnt de geest van Banquo aan Macbeth. Verwilderd meldt Macbeth zich nog een keer op de heide bij de drie `heksen', die hem drie verschijningen voortoveren: een gekroond hoofd; een bebloed kind; en een gekroond kind met een boom in zijn hand. Zij noemen hem de namen voor wie hij op moet passen. Zonder verder na te denken rijdt hij naar het kasteel van een van hen en vermoordt diens vrouw en kinderen.

De zonen van de vermoorde koning maken zich, samen met andere edelen, op om vanuit Engeland tegen Macbeth op te trekken. Terwijl hun leger zich vermomt met takken uit het bos van Great Birnam, sterft Lady Macbeth. Het leger verslaat Macbeth. Zijn hoofd wordt afgehakt en het rechtmatige koningshuis zegeviert.

Door wie wordt Macbeth verleid om te moorden? Door de drie schimmige wezens op de heide die de gave van de voorspelling hebben, door Lady Macbeth, of door zichzelf? Verlichte geesten zullen niet geloven in het bestaan van de drie heksen; sommigen zullen zeggen dat het kwaad in Macbeth zelf zit en de meesten van ons, de misogynen, geven Lady Macbeth de schuld.

Bijgeloof

Maar het geloof in heksen is niet zo gek als het lijkt. Voor de Elisabethaanse toeschouwers in 1606 was het bestaan van bovenaardse verschijningen een hevig punt van discussie. Het was de tijd dat er juist een kentering in het geloof in geesten begon te ontstaan, sommigen wisten te melden dat zoiets bijgeloof was, maar het grootste deel van de toeschouwers zal een vast vertrouwen hebben gehad in doden die uit hun graf verrijzen, heksen en geesten die ons vanuit het bovennatuurlijke toespreken. Zelfs wij, eenentwintigste-eeuwers, vinden het bínnen het verhaal van de film Magnolia heel goed te pruimen dat het kikkers uit de hemel regent, de tweede plaag over Egypte. De hele Macbeth is doortrokken van allerlei onheilspellende voortekens als nachten die maar niet tot dag willen worden; een uil die een valk verslindt; paarden die wild uitbreken alsof ze de oorlog met de mensen willen aangaan. En aldoor maar die dichte mist. De hele omgeving is zwanger van onheil.

Is Lady Macbeth hier allemaal schuldig aan? Het is duidelijk dat de Macbeths allebei al eerder met de gedachte aan een koningschap hebben gespeeld voordat ze ten tonele verschijnen. Misschien als vast ritueel bij de vrijdagavonddis: wanneer word jíj nu eens koning? Zeker is dat in de tijd waaruit Shakespeare zijn historisch materiaal haalde, de tiende en elfde eeuw in de Schotse geschiedenis, het erfelijk koningschap nog helemaal niet vanzelfsprekend was. Iemand uit de clan volgde op en het was niet geheel en al ongebruikelijk dat zo iemand met het zwaard zijn koningsschap bezegelde. Nu op het ogenblik het erfelijk koningsschap weer enigszins op de helling gezet lijkt te worden, zouden we ons moeten kunnen voorstellen dat Laurens Jan Brinkhorst eens een greep naar de kroon doet. Een Schot als Macbeth zou pas in Shakespeare's tijd, toen koning James er alles aan was gelegen een erfelijke dynastie te vestigen, uit hebben kunnen groeien tot de brute tiran die Shakespeare van hem heeft gemaakt.

In ieder geval staat vooral Lady Macbeth bol van de ambitie, zozeer zelfs dat ze haar plan al klaar heeft voordat de nieuwbakken leenheer Macbeth is teruggekeerd op zijn kasteel en dat ze zichzelf moed inspreekt met de ongezouten seksueel getinte monoloog: `Come, you spirits that tend on mortal thoughts, unsex me here.' Ze smeekt of haar bloed dik mag worden en de melk uit haar borsten verandert in gal. Zij zal de sterkste moeten zijn in het snode plan om de koning te doden, want zij vreest de aard van Macbeth: `It is too full o'th' milk of human kindness.' Keer op keer spoort ze hem aan toch een echte man te zijn, een kerel. Ze houdt zielsveel van hem, maar hij moet handelen als een man!

De vraag die ik nog nooit heb horen stellen, is of Macbeth wel naar behoren een man is. Macbeth is in het begin van het stuk alles wat een Elisabethaanse edelman moet zijn. Hij wordt door de koning `noble' genoemd, hij is loyaal aan de koning tegen de Noren, hij is een dapper krijgsheer, hij is voorkomend en charmant in zijn woorden. Maar er zijn twee dingen aan hem die hem zullen opbreken. Hij heeft een geweten en hij heeft geen kinderen.

Hoezeer Shakespeare in de onderliggende tekst de erfelijke troonopvolging laat meespelen, blijkt uit de vele malen dat de tekst over kinderen en kinderloosheid spreekt. Banquo heeft kinderen die koning zullen worden; de vermoorde koning heeft kinderen die zijn dood op Macbeth zullen wreken; Lady Macbeth heeft een kind gebaard uit een vorig huwelijk; Macbeth doodt de vrouw en kinderen van een van zijn vijanden; de drie heksen tonen een bebloed kind en een kind met een kroon op. Waar komen al die kinderen vandaan? De Macbeths zijn kinderloos. Aan Lady Macbeth kan het niet liggen. Wéét Macbeth dat hij alleen kan bewijzen `een man' te zijn als hij een daad stelt? Dat, als hij dan niet dé daad kan verrichten, hij de koning moet vermoorden om zelf koning te worden? `But screw your courage to the sticking place', sist Lady Macbeth hem toe. Hoe freudiaans zou dit alles niet geïnterpreteerd kunnen worden, tot troost voor alle mannen die via internet de weg naar de Viagrapil hebben gevonden.

Als dit gegeven hem niet al isoleert van de rest van de personages, hoeveel verder raakt hij dan niet in het isolement doordat zijn geweten hem parten speelt.

Nog voordat hij de moord heeft begaan, in die vreselijke vroege uren als de koning bij hem overnacht, overziet hij de consequenties van zijn daad. In de beroemde `dolk-monoloog': `Is this a dagger which I see before me?', lijkt het hem of de dolk waarmee hij toe zal steken een zelfstandig leven buiten zijn, Macbeths, wil om leidt. `Or art thou but a dagger of the mind, a false creation?' (Dolk: zie Freuds woordenboek)

Onder het bloed, verward en bang komt hij nadat hij de slapende koning heeft doodgestoken, terug bij Lady Macbeth en doet stamelend zijn relaas: ik dacht dat ik een stem hoorde roepen `Sleep no more! Macbeth does murder sleep.' Hoe Lady Macbeth hem ook maant niet naar dergelijke waandenkbeelden te luisteren, Macbeth weet dat de stem de waarheid heeft gesproken. Hij zal altijd weten wat hij heeft gedaan, het zal hem geen moment rust meer gunnen, hij zal nooit meer slapen.

Zo krijgt deze tragedie, naast de koningsmoord en kinderloosheid er nog een thema bij: de slapeloosheid, die tot waanvoorstellingen zal leiden, eerst bij Macbeth zelf als hij de geest van Banquo aan zijn diner ziet aanzitten en ten slotte ook bij Lady Macbeth, die begint te slaapwandelen en te raaskallen.

Zo moet Macbeth op het eind een verloren slag leveren. Zijn vrouw, die noodgedwongen meer zijn kameraad was dan zijn vrouw, is dood; zijn nachten zijn dagen; er zijn geen kinderen die hem te hulp kunnen schieten. Op dat moment, als hij de eenzaamste man op de wereld is, vlak voor de monoloog `tomorrow and tomorrow and tomorrow creeps in this petty pace from day to day (...) And all our yesterdays have lighted fools the way to dusty death', spreekt hij één raadselachtig zinnetje. Als hem wordt gemeld dat zijn vrouw, de koningin, dood is, zegt hij: `She should have died hereafter.'

Tiran

`Hereafter', in de betekenis van `hierna' en `hiernamaals', was dat ook niet de plaats waar hem voorspeld was dat hij koning zou zijn, lang geleden, door de drie heksen op de hei: `Hail Macbeth! that shalt be king hereafter? `She should have died herafter', gezegd vlak voor de strijd waarvan hij zeker weet dat die hem de kop gaat kosten een zinnetje dat mij treuriger stemt, bestaat er niet.

Ik ben benieuwd welke Macbeths we te zien zullen krijgen: die van de brute tiran, die de troon wil bezetten; die van het kwade genius vrouw, in de persoon van Lady Macbeth; of die van een door duivelse, bovenaardse wezens opgestookte bijgelovige.

Als het aan mij lag, zag ik een nobele Macbeth in een bedorven tijdsgewricht, die niet op kan tegen zijn seksueel uitgehongerde vrouw van wie hij zeer veel houdt. Een man in wie een geweten tot volle groei komt dat zijn ondergang zal bewerkstelligen. Ik zag het liefst een tragedie waarin het goede of het kwade niet zijn ondergebracht in een held en een tegenstander, in de politieagent en de moordenaar, in de verzetsheld en de SS'er, maar in een en dezelfde inborst die de strijd moet beslechten. Het verhaal van een tragische held die door niets en niemand kan worden gered. Arm Schotland, arme wereld.

`Macbeth' en `Bloedwollefduivel' (operabewerking van Decorte/Hus) gaan morgen samen in première in het Ro Theater Rotterdam. Inl. (010) 404 6888 of www.rotheater.nl.

`Macbeth' door Ola Mafaalani, première 6 april in De Bottelarij/ KVS te Brussel. Inl. (0032 2) 412 7070 of www.kvs.be.

`Macbeth' door Toneelgroep Amsterdam, première 27 april in Stadsschouwburg Amsterdam. Inl. (020) 523 7800 of www.toneelgroepamsterdam.nl.