Veluwe hermetisch afgesloten

De kans dat de duizenden `evenhoevige' wilde dieren op de Veluwe besmet zijn met het MKZ-virus is reëel. Maar wilde zwijnen, herten en reeën kun je niet zomaar even ruimen. Hogere hekken zijn voorlopig het antwoord.

De mogelijkheid dat het MKZ virus de duizenden wilde evenhoevigen van de Veluwe heeft bereikt, is niet denkbeeldig – en daarmee heeft de MKZ crisis er een onverwachte dimensie bij gekregen. Op de Veluwe (exclusief de omrasterde Hoge Veluwe en de omrasterde Kroondomeinen) leven ongeveer 3500 reeën, 1050 edelherten en 1500 wilde zwijnen. In de loop van het voorjaar worden dat er respectievelijk 5000, 1450 en 3500.

Wild preventief enten is onmogelijk. Zo makkelijk als dieren op een boerderij zijn af te maken, zo moeilijk gaat dat met wild. Het afschieten van alle edelherten is heel misschien nog uitvoerbaar – het vinden en afschieten van de laatste reeën en wilde zwijnen is een kwestie van maanden.

Volgens Geert Groot Bruinderink, ecoloog en grofwildspecialist bij onderzoeksinstituut Alterra, zijn reeën, wilde zwijnen en eldelherten zeker vatbaar voor het virus, maar staat ook vast dat ze het in de regel overleven en dat ze na een week of twee, drie zijn uitgeziekt – edelherten nog wat sneller. ,,Daarom zou enten ook weinig zin hebben, het is snel weer uitgewoed. Zieke dieren hebben de neiging zich stil te houden en niet ver meer van hun plaats te komen'', aldus Groot Bruinderink. ,,Anderzijds is het een probleem dat de ziekte zich in de wildpopupalatie als geheel maanden kan handhaven.'' Topprioriteit is dat elk contact tussen het wild en het vee rond de Veluwe wordt vermeden. Mede daarom staat het vee zoveel mogelijk op stal – en daarom zijn op de Veluwe maatregelen genomen om wildbewegingen te minimaliseren.

Vorige week al zijn de drie wildviaducten op de Veluwe – twee over de A50, een over de A1 – met hekken gebarricadeerd. Ook verkeerstunnels en bruggen over de 107 kilometer snelweg die de Veluwe doorsnijdt, zijn afgesloten voor het wild, dat daar bij uitzondering wel eens gebruik van maakt.

Vanochtend zijn een aantal bestaande rasters tussen Nunspeet en Vierhouten aaneengesloten door middel van noodhekken. Ook zijn hekken geplaatst in de smalle boscorridor tussen het omrasterde nationale park De Hoge Veluwe en de bebouwing van Otterlo, een weinig benutte wilddoorgang tussen de zuidwest en de midden Veluwe. Het één meter hoge `zwijnenkerende raster' tussen Otterlo en Ede is met schrikdraad zo hoog gemaakt dat de reeën en edelherten er niet meer overheen kunnen springen. Eigenlijk zou dat ook moeten gebeuren met het zwijnenkerende raster rond de landbouwenclave bij Uddel, Elspeet en Garderen, precies halverwege de MKZ uitbraken in Tongeren en Kootwijkerbroek. Binnen en enclave leven echter ook herten en reeën.

Ter hoogte van Epe, vlakbij de grootste MKZ haard, staat geen raster tussen de Veluwse natuur en de landbouwgrondenbij Oene en Welsum, vandaar dat daar nu druk wordt bijgevoerd om de druk van het wild op de randen af te houden. Meevaller is dat de wilde zwijnen van de vrije Veluwse wildbaan dit jaar weinig neigingen zullen vertonen om de landbouwgronden op te zoeken omdat het aanbod van eikels en beukennoten, hun favoriete voedsel, vorig najaar ongebruikelijk hoog was; daar kunnen ze zich nog maanden mee voeden.

Probleem met het bijvoederen is dat het MKZ virus langs die weg bij wet wild terecht kan komen, waarschuwt Groot Bruinderink. Bijvoederen betekent ook dat er mensen in het terrein komen, net als bij jacht. ,,Zo min mogelijk transportbewegingen toestaan'', adviseert hij. ,,Jacht levert ook verstoring van het wild op, en dus meer wildverplaatsingen.''

Anderzijds biedt het af en toe schieten van een ree, zwijn of hert een mogelijkheid om vast te stellen of het MKZ virus inderdaad in de Veluwse wildpopulatie is doorgedrongen. Een verdacht gebied is bijvoorbeeld De Dellen, bij Heerde, waar een wildweide mogelijk bemest is met mest van de geitenboerderij bij Oene waar MKZ het eerst werd vastgesteld.

Staatsbosbeheer, eigenaar van vijftien procent van de Veluwse natuur, voerdert vooralsnog niet bij, maar heeft wel alle jacht stilgelegd.

Met het oog op de toekomst bepleit Groot Bruinderink een veevrije zone rond de hele Veluwe – verreweg het belangrijkste leefgebied voor wilde evenhoevigen in Nederland. ,,Ik kijk met een scheef oog naar de intensieve veehouderij. Hoe breed zo'n zone zou moeten zijn is vooralsnog onbekend. Maar het is wel in het belang van natuur en veehouders.''