Straf voor brand Fenice

Twee Italiaanse elektriciens zijn gisteren tot zeven en zes jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat zij de brand hebben aangestoken die het beroemde operahuis van Venetië, La Fenice, in 1996 volledig heeft vernietigd.

Oud-burgmeester Massimo Cacciari en een aantal ambtenaren, wie nalatigheid en gebrekkige controle ten laste was gelegd, werden vrijgesproken, net als de opzichter die toezicht moest houden op de onderhoudswerkzaamheden ten tijde van de brand.

De twee elektriciens hebben volgens de rechtbank van Venetië op verschillende plaatsen in het gebouw brand gesticht. Ze hoopten voor hun bedrijf een boete te voorkomen wegens vertraging bij de modernisering van de elektrische bedrading.

Direct na de brand beloofde Cacciari dat La Fenice vóór het nieuwe millennium zou zijn herbouwd ,,waar het was en zoals het was.'' De phoenix (fenice) zou uit zijn as herrijzen, zei de burgemeester toen. Maar van de restauratie van het beroemde achttiende-eeuwse baroktheater is door een reeks bureaucratische en juridische verwikkelingen nog niets terecht gekomen.

De nieuwe burgemeester, Paolo Costa, heeft onlangs het restauratiecontract met het Duits-Italiaanse bouwbedrijf Holzman-Romagnoli opgezegd. Volgens Costa lag het werk maanden achter op schema en waren de kosten ver overschreden.

Het bedrijf zegt dat de vertraging het gevolg is van een nieuwe technische inspectie van de fundamenten door archeologen in overheidsdienst. Hierna moesten de oorspronkelijke plannen volgens het bedrijf worden gewijzigd. Dat zou hebben geleid tot een kostenstijging van ongeveer dertig miljoen gulden.

Het is de tweede keer dat de restauratie-opdracht wordt afgenomen van een bouwbedrijf. Costa zei te hopen dat het werk in het jaar 2003 klaar is. De Venetiaanse opera gebruikt nu een grote tent voor haar voorstellingen.