`Soms is er geen reden om te stoppen'

Muzikant en ex-popjournalist Gert van Veen richtte tien jaar geleden de house-groep Quazar op. House is niet het begin gebleken van iets compleet anders, maar bloeit als nooit tevoren, aldus Van Veen.

Toen eind jaren tachtig de house losbrak, dompelde muzikant en ex-popjournalist Gert van Veen zich helemaal onder in de dance-cultuur. Hij schreef er veel over en was bovendien medeverantwoordelijk voor de eerste Nederlandse houseplaat. Zijn groep Quazar is dezer dagen tien jaar op pad. Live-optredens zijn altijd belangrijk geweest voor de groep. Quazar heeft er dan ook honderden van gedaan, over de hele wereld.

Het jubileum wordt zaterdag in het Amsterdamse Paradiso gevierd met een speciale editie van Welcome To The Future, de clubavond die Van Veen op gezette tijden organiseert. Tijdens de set van Quazar zullen in totaal zeven mensen het podium bevolken. Onder hen zijn Eric Cycle en Sofia, respectievelijk muzikant en danseres van het eerste uur maar reeds lang uit het zicht verdwenen.

Want Quazar kent, zeker voor live-doeleinden, een vlottend ledenbestand, al is Van Veen (46) de vaste waarde. Jongste aanwinst is Bart Tangermann (23), die Van Veen leerde kennen als dj. ,,Ik zag en hoorde meteen dat hij voor Quazar heel waardevol kon zijn. De vaart en dynamiek die hij in zijn dj-sets bracht konden wij goed gebruiken.''

In de dansmuziek ligt het niet zo voor de hand om live op te gaan treden. ,,De meesten durven niet'', zegt Van Veen in zijn huidige oefenruimte annex studio, op een desolaat industrieterrein in het westelijk havengebied van Amsterdam. Voor Quazar is het op pad gaan altijd een belangrijk onderdeel van de modus operandi geweest. ,,Toch het bandjes-idee. Ik heb altijd in bandjes gespeeld, daar komt het vandaan. In Quazar-verband zou ik alleen kunnen optreden, en dat heb ik ook een poosje gedaan, maar ik vind het leuker om met meer mensen te spelen. Ook al omdat Quazar live nogal veel doet. Er komen meer handelingen aan te pas dan je met twee handen aankan.''

Zeker voor cynici is het altijd de vraag wat er nou precies gebeurt bij een concert van een elektronische act. Maar bij Quazar wordt hard gewerkt. ,,De patronen staan vast. We staan daar niet met onze vingers de melodieën te spelen, dat is zonde van de tijd. Er is zoveel meer te doen met die geluiden. We hebben in totaal 24 kanalen te mixen, met effecten en al. En elke synthesizer heeft zijn filters, waarmee je het geluid weer kunt bewerken. De flow maken, dat doen we live.''

Hij wijst op een glimmend apparaat, ter grootte van twee schoenendozen. Het is de Akai MPC, waarin sequencer en sampler gecombineerd zijn. Binnenkort gaat het ding mee op tournee, in plaats van de kwetsbare en zware computer. Al liggen de verschillende partijen en geluiden van te voren min of meer vast, dat geldt niet voor het nummer op zich. ,,In het begin was dat wel zo. Maar het gebeurde dan vaak dat het net lekker begon te gaan, het al afgelopen was of andersom: als `t niet ging moest je nog twee minuten doormodderen. In de loop van die tien jaar is improviseren steeds belangrijker geworden. Ik kan me een avond in Nijmegen herinneren, waarbij het eerste nummer zo te gek ging dat het twintig minuten duurde. Er was geen enkele reden te bedenken waarom ik die groove zou moeten stoppen.''

Voor zijn werk als popjournalist, bij de Volkskrant, gold dat niet. Die heeft Gert van Veen ingeruild voor een functie bij Club Risk, die de zaterdagavonden programmeert in de nieuwe Amsterdamse danstent More. Als journalist was Van Veen niet onomstreden vanwege zijn dubbelrol als muzikant.

,,Ik ervaar het als een grote opluchting dat ik niet meer mijn oordeel hoef te geven over het werk van anderen. Dat wrong soms, niet zozeer voor mijn eigen gevoel maar wel voor de buitenwereld. Als ik ergens enthousiast over ben, zoals over dansmuziek, vind ik het leuk om er andere mensen over te vertellen en erover te schrijven. Ik vond het ook de moeite waard om te praten met mensen die ik bewonderde. Daar stak ik wat van op, als het ging om danceproducers. Ik sprak altijd een tijd met die mensen over de apparatuur die ze gebruiken, alleen, dat kwam nooit in de krant.''

In de begintijd van de house moest er echt iets uitgelegd worden, zeker aan het rockpubliek. ,,Daar ben ik dertien jaar na dato ook wel behoorlijk klaar mee. Er zijn zoveel meer leuke dingen te doen dan steeds maar weer aan mensen die het niet begrijpen vertellen waarom het zo leuk is. Het bloeit als nooit te voren, er zijn talloze party-organisaties in Nederland. Laatst had je twee enorme feesten in hetzelfde weekend, die allebei 25.000, 30.000 mensen trokken. Zo groot is het. En dan zijn er nog altijd mensen die het niet willen zien.''

Net als veel anderen zag Van Veen, die zichzelf desnoods zonder schaamte als `ouwe hippie' omschrijft, een complete sociale revolutie achter het house-fenomeen opdoemen. ,,Ik zou daarover teleurgesteld kunnen zijn, maar ik heb er tien jaar aan kunnen wennen. We dachten allemaal dat house het begin was van iets compleet anders. Dat was ook wel zo, maar er kwam meteen ook een heleboel bij kijken: zaken, de commercie, mensen die je besodemieteren. Alle shit die je in het leven altijd tegenkomt. Maar wat niet is veranderd, is datgene wat me destijds al het meest beviel: de kick van een goede nacht op de dansvloer.''

Welcome to the future, zaterdag 31 maart in Paradiso Amsterdam