`Sofinummer nodig voor aanpak van WAO'

De bureaucratie is de grootste belemmering voor een succesvolle aanpak van de WAO. Gebruik van het sofinummer door het bedrijfsleven kan dat verhelpen, zegt verzekeraar Interpolis.

Het moet allemaal eenvoudiger, doorzichtiger en sneller. Maar het lijkt er niet op dat het nieuwe stelsel van uitvoering van sociale zekerheid daarvoor gaat zorgen, zegt Interpolis-topman H. Hannen. Tenzij de overheid nu eens het bedrijfsleven een instrument in handen geeft waardoor zieke werknemers en arbeidsongeschikten beter kunnen worden geholpen: het sofinummer.

,,Daarmee zou alles een stuk gemakkelijker worden'', aldus Hannen, plaatsvervangend-voorzitter van de hoofddirectie van Interpolis, gisteren bij presentatie van de jaarcijfers van verzekeraar van de Rabobank Groep.

De uitvoering van de sociale zekerheid wordt geheel gereorganiseerd. Vorig jaar stemde het parlement in met de oprichting van een nieuw, publiek uitvoeringsorgaan waarin de vijf bestaande uivoeringsinstellingen (zoals Gak en Cadans) in opgaan. De reïntegratie - het onderdeel van de sociale zekerheid waarbij wordt geprobeerd werklozen, zieke werknemers en arbeidsongeschikten weer aan het werk te helpen - wordt geheel overgelaten aan private bedrijven.

De enorme bureaucratie, met een eindeloze overdracht van gegevens, was de afgelopen jaren één van de grootste belemmeringen om WW'ers en WAO'ers te helpen. Juist bij ziekte geldt volgens de algemene opinie de regel: hoe sneller geholpen, hoe meer kans op het voorkomen van arbeidsongeschiktheid. Maar door de bureaucratie is snelle hulpverlening vaak niet mogelijk.

Het kabinet heeft daarom drie belangrijke doelstellingen voor het nieuwe stelsel: een efficientere en goedkopere uitvoering, meer mensen aan het werk helpen en minder administratieve lasten voor het bedrijfsleven. ,,Ik heb daar grote aarzelingen bij of dat gaat lukken'', zegt Hannen. Ook in het nieuwe stelsel zijn volgens hem een groot aantal partijen betrokken die telkens informatie van andere organisaties moeten hebben en dan een nieuw dossier moeten opslaan. Zoals Arbodiensten, verzuimverzekeraars, reïntegratiebedrijven aan de private kant, en het nieuw uitvoeringsorgaan, de centra voor werk en inkomen en de sociale diensten aan de publieke kant. ,,De overheid zegt zelf al vijf tot tien jaar nodig te hebben om de eigen informatieoverdracht goed te automatiseren. Dat is veel te lang'', zegt Hannen.

Volgens hem heeft de overheid met het sofinummer in beginsel al wel voor een goed communicatie-netwerk gezorgd, maar verzekeraars, arbodiensten en reïntegratiebedrijven mogen hier nog geen gebruik van maken. De aantasting van privacy ligt hieraan ten grondslag. ,,Maar nu liggen op allerlei verschillende plekken gegevens van mensen vast. Is dat niet veel privacy-gevoeliger'', vraagt Hannen zich af. ,,Als je gegevens op één plek goed bewaart, is de privacy waarschijnlijk veel beter te waarborgen.'' Een groot voordeel voor de verzekeraars en werkgevers, is dat het leidt tot forse besparingen, volgens Hannen zeker tien procent van de administratieve lasten. Daarnaast kunnen zieke werknemers sneller worden begeleid.

Het Verbond van Verzekeraars heeft inmiddels bij het ministerie van Sociale Zaken een verzoek ingediend om naar het gebruik van het sofinummer te kijken. Volgens een woordvoerder van Sociale Zaken zal dat gebeuren en is staatssecretaris Hoogervorst ,,voorstander van elke oplossing die leidt tot verbeteringen''. Er is al in voorzien dat reïntegratiebedrijven onder strikte voorwaarden het sofinummer mogen gebruiken, maar niet de arbodiensten en verzekeraars.

Belangrijke andere verbetering die volgens Hannen van Interpolis zou moeten worden doorgevoerd is het vergroten van de financiële prikkels voor werknemers. ,,Je moet de prikkels daar leggen waren ze gevoeld worden, op de werkvloer. Werkgevers worden al genoeg belast'', aldus Hannen. Hij verwacht dat de commissie-Donner, die binnenkort met voorstellen komt voor de WAO, dat ook zal adviseren.