Papoea's beginnen en eindigen als curiosum

Photowork(s) in Progress, de tweejaarlijkse fotografieopdracht van het Nederlands Foto Instituut (NFI) en de Mondriaan Stichting, werd in 1995 in het leven geroepen als stimulans voor de documentaire fotografie. Het genre is in de gedrukte media zijn plaats en in het museum zijn scherpe kantjes kwijtgeraakt aldus de initiatiefnemers. Wil de documentaire fotografie weer een rol spelen in de maatschappelijke discussie, dan dienen er nieuwe benaderingen en presentatievormen ontwikkeld.

Ondanks de goede bedoelingen viel het met die vernieuwing in Photowork(s) de afgelopen jaren echter nogal mee. Was er al sprake van, dan kwam het gewoonlijk neer op een al dan niet tijdelijke wending in het oeuvre van de fotograaf, zoals Rineke Dijkstra die in 1997 haar portretten door middel van video in beweging bracht, en Wout Berger die in 1999 voor het eerst zijn familie- en vriendenkring tot onderwerp nam. Soms was van een dergelijke persoonlijke wending zelfs geen sprake. Zo documenteerde de Amerikaanse Wendy Ewald bijvoorbeeld in 1997 drie Nederlandse leefgemeenschappen in samenspraak met schoolkinderen. Binnen het genre is dit weliswaar een ongebruikelijke werkwijze, maar Ewald doet het bijna twintig jaar. Temidden van dat alles bleef de presentatie van het werk steevast een kwestie van plaatjes aan de muur en wie het al eens anders deed nam zijn toevlucht tot praktijken die in de beeldende kunst al lang gemeengoed waren: de video, een rek met ansichtkaarten, foto's afgedrukt op doorzichtige stof.

De beperkingen van de voorgaande edities kleven ook weer aan het resultaat van de derde Photo-work(s) dat nu in het NFI te zien is en werk bevat van de Amerikaanse Magnum-fotografe Susan Meiselas, de eveneens uit Amerika afkomstige portretfotograaf Fazal Sheikh en de Nederlander Jannes Linders.

Meiselas schetst een beeld van de westerse beeldvorming van de Dani, een `stenen tijdperk'-stam die eind jaren dertig op het toen nog Nederlandse West Papoea werd ontdekt. Net als in haar project over Koerdistan dat in 1997 al te zien was in het NFI, maakt ze daarbij gebruik van historische foto's, documenten en filmfragmenten. Fazal Sheikh bewijst met zijn zwart-wit foto's van inwoners van Afrikaanse vluchtelingenkampen al enkele jaren uitstekend visuele esthetiek met geëngageerde inhoud te kunnen verenigen. Nieuw in zijn geval is hooguit dat hij in een van de twee aan zijn werk gewijde ruimten enkele portretten combineert met duistere, onheilspellende stillevens en citaten uit de Koran.

Verrassender is het aandeel van Linders. Hij is vooral bekend als landschapsfotograaf maar presenteert nu onder de titel Points of Presence een los opgebouwde serie van twintig kleurenfoto's over de wereld van de nieuwe informatietechnologie. Linders fotografeerde het redactielokaal van Elsevier en de dealingroom van ABN, een man achter een huiskamer-pc en het publiek tijdens een computerbeurs. Zijn foto's ogen ondanks hun kleurigheid doelbewust wat kil, maar zijn zo nu en dan zeer vermakelijk. Zo fotografeerde hij de wat groezelige studio waarin via internet te distribueren pornofilmpjes worden opgenomen en een historisch sportwagentje dat geparkeerd staat in een doorzichtige klimaatgecontroleerde plastic container. Maar zijn doelstelling, het zichtbaar maken van de wereld achter de kabelvezels en de beeldschermen, maakt hij er toch niet helemaal mee waar. Daarvoor zijn de meeste onderwerpen en foto's iets te voorspelbaar en is zijn serie als geheel te fragmentarisch.

Het gebrek aan de in het vooruitzicht gestelde `vernieuwing' maakt Photowork(s) nog niet tot een slechte tentoonstelling. Tenslotte is `nieuw' niet maatgevend voor kwaliteit, zoals zowel Meiselas als Sheikh laten zien.

Meiselas maakte van From the Stone Age to the Digital Age opnieuw een visueel bric-à-brac met filmfragmenten, oude persfoto's, tekeningen, brieven, dagboeken en privé-kiekjes afkomstig uit de meest uiteenlopende binnen-en buitelandse archieven. Net als in haar eerdere project over Koerdistan vormen haar eigen foto's – ze bezocht het gebied voor het eerst in 1961, in het gevolg van een antropoloog – ook nu maar een bescheiden onderdeel. Voor wie wil ze zijn op te zoeken op een computer. Het resultaat is een soms even vermakelijke als wrange presentatie die overtuigend de ontwikkelingen laat zien in de westerse beeldvorming van de Dani met hun stenen bijlen en peniskokers. Van een exotisch curiosum veranderden ze in te kerstenen schaapjes, daarna in te ontwikkelen achterblijvers en vervolgens in onhandige `zelfstandigen'. Ten slotte zijn ze nu weer terug bij af dankzij de toeristenindustrie die hen tot reisdoel heeft verklaard van avontuurlijke reizen en photo-shoots.

Dat zeggingskracht ook met soberder middelen bereikt kan worden, bewijst Fazal Sheikh. In een vrijwel verduisterde zaal vertelt hij het aangrijpende verhaal van een jonge Somalische vrouw uit een asielzoekerscentrum in Osdorp. Acht frontale portretten maakte Sheikh van haar, onderling slechts minimaal verschillend in gezichtsuitdrukking en oogopslag. Haar relaas staat afgedrukt op metershoge banieren. Het zal nauwelijks verschillen van dat van willekeurig welke vluchteling: gedwongen door oorlog en geweld is ze terecht gekomen in een voor haar onbegrijpelijke wereld zonder enige begrip voor haar achtergrond en cultuur. Sheikh roept die cultuur op door middel van nachtelijke opnames van sterren, bladeren en boomtakken.De keuze voor die duistere stillevens is doelbewust: het was tijdens de Ramadan, de voor moslims heilige maand die in het teken staat van de nacht, dat de vrouw te horen kreeg dat ze het AZC moet verlaten. Zwart is de kleur van haar toekomst.

Artikel foto-instituut CS pagina 26