Nobel is een woord voor grote mensen

De prijs is het laatste in de reeks boeken van Rita Verschuur over de kleine Rita Verschuur. Jammer, jammer, jammer. Het zijn zulke geweldige boeken. Die Rita, de kleine bedoel ik, dat is een meesterlijk kind. Een meesterlijk kind van taal, een door de grote Rita Verschuur verzonnen kind, waarbij ze ongetwijfeld gebruik heeft gemaakt van haar herinneringen, maar dit zijn geen herinneringen: `ik wil eigenlijk vlak voor een auto de straat oversteken. Dat hij met gierende remmen moet stoppen. Dat hij me net niet overrijdt. Of net wel, een been eraf en ik moet in een rolstoel en daar moet moeder de rest van haar leven achter lopen. Behalve op zondag, want dan mag pappa.'

Het verschil tussen het achter de rolstoel `moeten' lopen van moeder, die de tweede vrouw van Rita's vader is (haar eigen moeder noemt ze `mamma'), en het erachter `mogen' lopen van pappa. Het kinderlijk onbekommerde van `een been eraf' — geen seconde denkt Rita hier aan hoe erg dat voor haarzelf zou zijn, ze is alleen maar uit op iets ergs.

In het vorige boek over Rita, Jubeltenen, ging het voornamelijk over het kijken naar kunst en over Rita's gedachten daarover. Dat waren niet heel hoog ontwikkelde gedachten, Rita houdt van realistisch en duidelijk, ze vindt, als zoveel kinderen, al gauw iets raar. Ze werkte in dat boek aan een tekening voor een wedstrijd op school. Het boek eindigde voor de uitslag bekend werd. Nu, in De prijs, komen we te weten wie de wedstrijd gewonnen heeft. Niet Rita, maar Carla, een niet zo heel dierbare vriendin van haar aan wie Rita heeft gezegd wat ze moest tekenen. Dat heeft Carla gedaan. En met die tekening heeft ze, tot groot onbegrip van Rita, gewonnen. `En daar staat hij nu en ik zal het nooit begrijpen, want bij winnen hoort verzinnen. Waar hangt de mijne?'

Veel energie besteedt Rita vervolgens aan het verwerken van dit onrecht. Ze vindt dat Carla had moeten zeggen dat ze de prijs niet verdiende want dat Rita gezegd heeft wat ze moest tekenen. Ze denkt na over het belang van uitvinders: `Ik vind de verzinners het belangrijkste van iedereen, die van het wiel bijvoorbeeld.' Als moeder om haar te troosten een citroenpudding heeft gemaakt, bedankt Rita nadrukkelijk mevrouw Wannée van het kookboek. Op de verbaasde reactie van pappa antwoordt ze: `Alles begint met verzinnen. Denk maar eens aan de uitvinder van het wiel. Dat is er ook zo een die helemaal vergeten is. Dat is net zo'n soort iemand als die mevrouw Wannée.'

Verschuur laat Rita allerlei grappige, intelligente, onverwachte en kinderlijke dingen denken in vervolg op deze ervaring. Over dat ze eigenlijk zou moeten vergeten en vergeven. Over hoe haar oma in haar poëziealbum schreef dat ze hoopte dat Rita later een nobel mens zou worden. `Nobel is een grote-mensenwoord. Wie heeft er nu ooit van een nobel kind gehoord?'

Een belangrijk deel van haar gedachten gaat ook over moeder, van wie je de indruk krijgt dat het eigenlijk wel een aardig mens is, maar ze is te intellectueel en te koel voor de onstuimige, lichamelijke Rita. `Je kunt bij moeder aan de buitenkant van haar kleren zien dat haar boezem niet lekker zacht is. En ik weet hoe dat komt.'

Rita is verbazend eerlijk, en ze is verbazend goed geschreven. Wie de boeken in deze reeks (ze kunnen apart worden gelezen) nog niet kent, of wie een kind kent dat deze boeken nog niet gelezen heeft, die moet dat zo snel mogelijk goed maken. Het zijn namelijk geen boeken. Het zijn meesterwerkjes.

Rita Verschuur: De prijs. Van Goor, 142 blz. ƒ29,75