Landbouw moet invoer van buiten afschermen

De boer zit in een duivelskring, erkende minister van Landbouw Laurens Jan Brinkhorst in een vraaggesprek met deze krant. Gewapend met deze leus vergezelde hij premier Kok naar de door mond- en klauwzeer getroffen regio. Het was als een bezoek aan de frontlijn. De minister zelf had al de uitbraak van MKZ vergeleken met een oorlogssituatie: isolering, ruiming en ingrijpende beperking van de bewegingsvrijheid van mens en dier in het hele land. Maar Brinkhorst wil zijn begrip tonen. Hij noemt het hardvochtig tegen de boeren te zeggen `je hebt het zelf gewild'. ,,De boer zit vast in het aanbodgerichte proces dat jarenlang het landbouwbeleid is geweest.''

De schaamte moet terug in de veehouderij, had de minister eerder gezegd. Daarop aangesproken verduidelijkte de bewindsman: ,,Ik doelde ook op de consument. Die is door zijn gedrag ook verantwoordelijk voor hoe er geproduceerd wordt.'' Waar hij op mikt, wordt even later duidelijk. Op de vraag of hij er voor voelt om veilig voedsel tot een Europees burgerrecht te maken, antwoordt Brinkhorst: ,,Ik ben liever voor de plicht om goed voedsel te produceren en de plicht om daar een redelijke prijs voor te betalen.''

Op weer een ander moment voert de minister een derde grootheid op. Na te hebben vastgesteld dat de boer niet naar de vraag hoefde te luisteren en dat de politiek vindt dat dat anders moet, stelt hij: en dat kan niet zonder dat ,,de overheid een helder kader schetst''. De overheid: dat is hij zelf, dat is de Europese Commissie en dat is de Landbouwraad waar Brinkhorst samen met zijn collega's uit de Unie de dienst uitmaakt.

Niet alle boeren en niet alle consumenten hebben zich laten meevoeren in het aanbodgerichte proces. Het scharrelei, het scharrelvarken, de maïskip, de ecologische winkel zijn niet van gisteren. In markttermen gesproken bestaat een niche die zich probeert te onttrekken aan wat tientallen jaren het Europese gemeenschappelijke landbouwbeleid is geweest. Dat beleid heette er op gericht te zijn de boer een redelijk bestaan te verschaffen en de consument van voldoende goed voedsel te voorzien. Beide doelen zijn bereikt. Maar in de praktijk leiden marktbescherming, prijsstelling en productiviteitsverhoging tot enorme overschotten die met massale overheidssteun op de wereldmarkt worden afgezet.

Ook Brinkhorst spreekt, zoals zovelen, van de noodzaak van een cultuuromslag. Het is goed om in gedachten te houden dat de bestaande toestand het gevolg is van de cultuuromslag die zich sinds de jaren zestig in Europa heeft voltrokken. Zo bezien zit niet alleen de boer, maar zit de hele Europese Unie in de duivelskring van haar eigen landbouwbeleid. Het gedogen van onnatuurlijk veevoeder (BSE) was en het verbod op inenting tegen besmettelijke veeziekten is verbonden met het geldende primaat van kostenbeheersing en omzetvergroting.

Wat zou een helder beleidskader kunnen inhouden? De minister: ,,Dat de boer een goed product levert en helder laat zien wat er op zijn bedrijf gebeurt. En dat de consument daar ook een prijs voor moet betalen. Niet een prijs die de minister kan vaststellen, zoals de prijs van aardappelen, maar een maatschappelijke prijs. De consument moet zich aangesproken voelen op zijn dubbelhartige houding van alles willen – milieu, diervriendelijkheid, welzijn – maar er niet voor betalen.''

In feite betaalt de Europese consument al jarenlang een maatschappelijke prijs, een prijs namelijk die niet op de markt totstandkomt, maar die uit het gemeenschappelijke landbouwbeleid voortvloeit. Dit aanbodgerichte proces heeft met steun van de overheid, die op haar beurt wordt aangemoedigd door de sector, de markt uitgeschakeld. De maatschappelijke prijs waarop Brinkhorst doelt is overigens een andere, en wellicht een hogere, dan de consument gewend is te betalen. Deze zou nu niet alleen moeten opdraaien voor de extra kosten die het dogma van de Europese zelfvoorziening met zich meebrengt, maar ook nog voor het milieu en het dierenwelzijn.

De boer heeft al die jaren niet naar de vraag hoeven luisteren, meent Brinkhorst. Maar dan valt de consument niets te verwijten. Met de kwestie van het al dan niet inenten heeft hij al helemaal niets te maken. Zonder vaccinatie valt de afzet buiten de Unie grotendeels weg omdat de producenten daar zich verzetten tegen invoer van Europees vee en vlees waarvan de besmettelijkheid niet kan worden vastgesteld. Het gaat niet aan de Europese consument binnen deze duivelskring te trekken.

Hebben BSE of besmettelijke veeziekten dan iets te maken met de schaal waarop vee wordt geproduceerd? Ja en nee. BSE is vooral een gevolg van de samenstelling van het veevoeder. De verspreiding van klassieke besmettelijke veeziekten wordt inderdaad bevorderd door het intensieve veetransport dat met de intensieve veeteelt is meegegroeid. Dat de autoriteiten zich verrast tonen over de snelheid waarmee MKZ zich over Groot-Brittannië en delen van het continent heeft verbreid, is dan ook verrassend. Maar kleinschaliger productie staat niet zonder meer borg voor gezond vee. Handel zal er altijd zijn. Veeziektes laten zich bestrijden, maar moeilijk uitroeien.

Een apart hoofdstuk is hoe vee wordt gehouden. BSE, varkenspest en mond- en klauwzeer hebben dat hoofdstuk plotseling op de publieke en daarmee op de politieke agenda gezet, maar op zichzelf is het thema niet nieuw. Dieren kunnen onder kommervolle omstandigheden leven, op grote en op kleine bedrijven en tijdens het transport. Als de epidemieën ertoe leiden dat bevordering van het dierenwelzijn een hoofdpunt van beleid wordt (nationaal en Europees), is veel gewonnen. Overheden kunnen hier voorwaarden stellen en hebben de macht om naleving af te dwingen. (Bijvoorbeeld kunnen zij besluiten tot inenting tegen besmettelijke ziektes, ongehinderd door de gevolgen voor de afzet.) Maar dat houdt wel in dat het belangrijkste element van het gemeenschappelijke landbouwbeleid in stand moet worden gehouden, zo niet versterkt dient te worden: afscherming tegen invoer van buiten. Politici die een volgende cultuuromslag voorstaan en daarbij een helder beleidskader wensen, zouden op die consequentie moeten wijzen. De consument op zijn beurt is niet verplicht welke prijs dan ook te betalen. Hij kan weigeren te kopen.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.