Kan mijn huisdier mond- en klauwzeer krijgen?

Er is mond- en klauwzeer in Nederland. Zieke dieren hebben blaren op hun tong en op hun poten. Ze kwijlen schuimend speeksel. En ze hebben koorts. Op krantenfoto's en op de televisie zie je nu steeds koeien, schapen en varkens die zijn doodgemaakt vanwege MKZ. Maar die hebben geen schuim op hun bek. Al die dieren lijken gezond. Toch worden ze met grijpers als oud vuil in vrachtwagens gegooid.

Die dieren moeten dood omdat ze misschien mond- en klauwzeer krijgen, vinden de ministers en politici in Europa die wetten maken. Ze zijn verdacht. Ze leefden in de buurt van dieren met mond- en klauwzeer. En omdat ze zo dicht in de buurt waren (een kilometer is al dichtbij) zijn ze misschien besmet. Als ze zijn besmet kunnen ze alweer andere dieren aansteken voordat ze zelf ziek zijn. En die besmette dieren zijn dan weer besmettelijk voor de dieren op een boerderij verderop. Als ze worden verkocht naar een ander land breekt de ziekte ook daar uit. Zo is mond- en klauwzeer een paar weken geleden uit Engeland naar Nederland gekomen.

Mond- en klauwzeer wordt veroorzaakt door een virus. Er zijn duizenden verschillende virussen die allerlei ziekten kunnen veroorzaken. Mensen worden verkouden en krijgen griep van virussen. Virussen zijn hele kleine bolletjes (als er 50.000 naast elkaar liggen zijn ze met elkaar pas een millimeter lang) waarvan je niet precies weet of ze leven. Als ze op de grond liggen of door de lucht zweven zijn ze zeker dood, want ze kunnen zich dan bijvoorbeeld niet voortplanten. Maar als ze een dier besmetten dan dringen ze een cel van het dier binnen en komen ze tot leven. Ze nemen het commando in de cel over en zorgen ervoor dat die heel veel virusnakomelingen gaat maken. Die vliegen de lucht in als het dier uitademt en vooral als het besmette beest ook hoest. De cel gaat dan dood. Dat is niet zo erg, want dieren (mensen ook) bestaan uit miljarden cellen en de meeste celsoorten groeien zo weer bij.

Het virus dat mond- en klauwzeer veroorzaakt groeit in cellen in de keel van dieren. Het virus groeit niet bij alle dieren even goed. Het lekkerst voelt het virus zich in de keel van evenhoevigen. Wat het groeien in een keel met de vorm van de hoeven te maken heeft weet niemand. Maar het is nu eenmaal zo dat koeien, varkens, schapen, geiten, herten, reeën, wilde zwijnen en kamelen erg vatbaar zijn voor het virus. En dat zijn allemaal evenhoevigen. Je kunt evenhoevigen goed herkennen aan hun pootafdrukken in zand of klei. Vind je een hoefafdruk met twee (koe) of vier (varken) klauwen dan gaat het om een evenhoevige.

Paarden hebben maar één hoef aan iedere poot. Een paard is een onevenhoevige, net zoals een zebra (één hoef) en een neushoorn (drie hoeven per poot). Onevenhoevige dieren hebben weinig last van mond- en klauwzeer. Het virus kan wel even in hun keel groeien en ze zijn dan een beetje besmettelijk voor andere dieren. Daarom mogen er nu in Nederland geen paarden worden vervoerd.

Olifanten, katten, honden, marmotten, hamsters, ratten, muizen, mensen, kanaries en konijnen hebben helemaal geen hoeven. Ze hebben vingers met nagels, of poten met dikke knolnagels (olifanten), of poten met zachte kussentjes en intrekbare nagels (katten). Je zou zeggen dat die dus helemaal geen mond- en klauwzeer krijgen. Van de meeste van die dieren is dat ook zo. Als je in de buurt van een boerderij woont en als daar mond- en klauwzeer uitbreekt, dan hoeven jouw kat, hond, konijn of kanarie niet te worden afgemaakt. Maar als jullie een paar dwerggeitjes in een weitje hebben moeten die wel dood, want geiten zijn evenhoevig. Een olifant kan weer wel mond- en klauwzeer krijgen. Erg vaak komt het niet voor, maar een dierenarts uit India heeft in 1976 mond- en klauwzeer bij een olifant gezien.

Mensen kunnen ook mond- en klauwzeer krijgen, maar moeten er wel moeite voor doen, of je moet er erg vatbaar voor zijn en dat is heel zeldzaam. Drie wat vreemde Engelse dierenartsen kregen eens mond- en klauwzeer toen ze ongekookte melk van zieke koeien dronken. Ze wilden laten zien dat dat ongevaarlijk was, maar achteraf moesten ze met de blaren in de mond toch toegeven dat je beter geen ongekookte melk van koeien met mond- en klauwzeer kunt drinken. Als je melk uit de winkel koopt loop je geen gevaar, want die is zo behandeld dat er geen virussen of bacteriën meer in zitten.

Mensen gaan niet dood aan MKZ. De meeste dieren ook niet. Alleen biggetjes en kalfjes, lammetjes en andere jonge dieren sterven als ze ziek zijn van het mond- en klauwzeervirus. Dieren met MKZ, of dieren waar MKZ in de buurt is, gaan dood omdat ze worden `geruimd'. In Nederland waren gisteren de dieren op al bijna honderd boerderijen geruimd, terwijl er pas op tien boerderijen echt zieke dieren zijn gezien. Dat ruimen gebeurt dus omdat de dieren misschien zijn besmet. De verspreiding van het virus moet worden tegengehouden.

Het rare is dat je het virus ook kunt tegenhouden door alle dieren in te enten met een vaccin tegen mond- en klauwzeer. Dat bestaat gewoon en is tot tien jaar geelden ook in Nederland en in de rest van Europa gebruikt. Dieren die met dat vaccin worden ingeënt worden niet, of maar een beetje ziek als ze het mond- en klauwzeervirus in hun keel krijgen. Alleen willen andere landen het vlees en de melk en de kaas van gevaccineerde dieren niet importeren. Dat zijn de landen die zelf niet vaccineren, of die heel bang zijn voor het virus. Aan een gevaccineerd dier is niet te zien of het niet toch besmet is met het mond- en klauwzeervirus.

Tien jaar geleden is vaccinatie tegen mond- en klauwzeer in de hele Europese Unie verboden. Dat is gedaan om ook geld te kunnen verdienen aan de vlees- en melkproductenexport naar landen die geen gevaccineerde dieren willen. Veel mensen in Nederland vinden dat nu heel dom van de politici in de Europese Unie.

Als Nederland nu toch gaat inenten kost dat de boeren veel geld. Driekwart van alle dieren die in Nederland worden vetgemest worden (dood of levend) naar het buitenland verkocht en daar opgegeten. Als de dierenartsen de Nederlandse koeien en varkens gaan inenten moeten we ze zelf opeten. Of we moeten er veel minder geboren laten worden. Er zijn nu 13 miljoen varkens in Nederland en we eten er maar vier miljoen op. Ook veel boeren zeggen dat ze niet willen dat al hun dieren worden geslacht en dat ze willen inenten. Maar ze vergeten dat dan van elke vier boeren er drie geen werk meer hebben.

Dat verandert als de hele Europese Unie toch weer al het vee gaat inenten. Dan kunnen Nederlandse boeren weer exporteren naar Frankrijk, Duitsland en andere vleesetende landen. Niet dat dat zo leuk is voor de dieren die daar heen moeten. Maar de boeren verdienen er hun geld mee.