Jazz is dansen

Jazz is cool en vreselijk dansbaar. Huisartiest van de nieuwe Amsterdamse nachtclub Panama, saxofonist Benjamin Herman wil zijn muziek voor uitsterven behoeden.

Benjamin Herman staat er op het naambordje naast de bel die niet werkt. In het portiek hangt een lichtgele lucht. Herman woont in een drukke straat in de Amsterdamse Jordaan. Zijn appartement, een etage boven de keukenboer, biedt uitzicht op een toffe bruine kroeg waar bezoekers op leeftijd tegen het raam leunen met een pijpje bier in de hand. Herman zit op de leren bank, onder een door hem ingelijst historisch stuk zwart vinyl: de 78-toerenplaat Parker's Mood van altsaxofonist Charlie Parker.

De inrichting van zijn woonkamer is, op de computer na, een interieur uit de jaren vijftig, toen zijn jazzartiesten nadrukkelijk furore maakten. Hun platen staan in de kast en aan de muur hangt ook nog de originele cover van een Amerikaans tijdschrift met Louis Armstrong. De gaskachel snort. Zelfs de eigenaardige, piepkleine zwart-wit televisie (merk Mentor 2000) moet toen vervaardigd zijn.

Het begon al op de middelbare school. Altsaxofonist Benjamin Herman (1968) gold er door zijn in de tienerjaren ontwikkelde liefde voor de jazzmuziek als een zonderling. ,,Ik was een eigenaardig soort persoon, maakte me niet druk om gympies en meisjes. Spijbelde heel veel om op mijn saxofoon te kunnen spelen. Een puber die zich met jazzmuziek bezighoudt wordt door zijn leeftijdsgenoten niet voor vol aangezien. Normale kinderen verdiepen zich in de hitparade. Als ik nou deejay was geweest, had iedereen me cool gevonden, maar val je op Charlie Parker dan ben je raar.''

Alleen bij de leraar Nederlands had Herman een streepje voor. Maar ook dat was onder leeftijdsgenoten nauwelijks een aanbeveling. ,,Die docent had een klarinet. Hij speelde dixieland-muziek en was niet echt geliefd onder leerlingen. Dat was dus shit, uitgerekend degene die het te gek vindt dat ik altsaxofoon speel, is de docent met zijn klarinet.''

Acht jaar oud was Benjamin toen hij met zijn ouders van geboortestad Londen verhuisde naar Zaandijk. Zijn Engelse vader Sonny Herman, rabbijn en getrouwd met de Nederlandse Aaltje Scheffer, had een betrekking aanvaard als psycho-analyticus bij het Joods Maatschappelijk Werk. Benjamin is de jongste in een gezin van drie broers – onder wie de vijf minuten oudere tweelingbroer Jonathan – en twee zussen.

Benjamin groeide op in een muzikaal nest. Zijn moeder speelt piano en pa is verdienstelijk zanger. Iedereen in de familie beheerst een instrument. ,,Muziek maken werd nooit opgelegd. Het was heel normaal.'' Zo rond zijn tiende begon Herman te drummen. Hij was naar eigen zeggen een lastige jongen en op het drumstel werd de agressie uitgeleefd. Dat was, de buren uitgezonderd, voor iedereen een uitkomst.

Bar Mitswa

Op zijn dertiende, ter gelegenheid van het Bar Mitswa – het feest waarop joodse jongens vieren dat ze `geslachtsrijp' zijn – kreeg Benjamin zijn eerste altsaxofoon. Het blaasinstrument had zijn hart gestolen omdat het in die tijd een prominente functie vervulde in ska-bandjes als Madness of The Specials. Ook de popgroepjes in de buurt stonden te springen om een blazer. Twee weken na het cadeau krijgen van zijn saxofoon debuteerde Benjamin Herman in een popband in het culturele hart van Zaandam: jongerencentrum Drieluik. ,,Er was voor mij speciaal een partij gemaakt van twee noten. Ik liep wat rond en deed af en toe pep-pep.''

Na een jaar ging het vliegensvlug. En heus niet omdat hij een muzikaal wonderkind is, een etiket dat hem al snel wordt opgeplakt. Het was de vrucht van noeste arbeid. ,,Ik was heel nieuwsgierig, kocht veel muziekboeken en analyseerde optredens. Ik vond muziek maken zo ontzettend leuk dat ik haast niets anders deed. Zo'n zes uur per dag speelde ik saxofoon en ik merkte dat ik steeds beter werd. Dan dacht ik in het begin van de week: goh, dat zou ik graag leren en dan beheerste je aan het eind van de week weer iets nieuws. Dat geeft een onwijze kick.''

Als je saxofoon gaat spelen, kom je volgens Herman onvermijdelijk bij de jazz uit. Hoewel het in 't begin best schrikken is. ,,De eerste keer dat ik John Coltrane (tenorsaxofoon) hoorde, was op een live-plaat. Hij speelde Naïma. Ik dacht: wat is dit voor bullshit. Die man zit gewoon met zijn saxofoon te piepen. Zo hoorde ik dat. Het klonk totaal onsamenhangend en ik snapte er helemaal niets van. Het was alleen kabaal met een drummer die te hard speelde. Ook de eerste keer Charlie Parker, Now is the time, vond ik eigenlijk vooral gek.''

De oren moeten zich dan nog vormen. Uiteindelijk zijn het de, zoals Herman het noemt, `saxofonisten met een zuchtje in hun geluid' zoals Ben Webster of Stan Getz, die de weg bereiden. ,,Het moeilijke van jazz is om goed te klinken. In een popband kun je met een goed liedje in 3,5 minuut zeggen wat je te zeggen hebt. Maar om jazzmuziek een mooi geluid te geven, moet je heel veel tijd investeren.

,,Per dag blaas ik minimaal 1,5 uur lange noten om de embouchure op peil te houden. Ik maak met mijn saxofoon (Selmer Mark VI) ook een geluid dat ik bij niemand anders hoor. Ik heb een eigen stem. Maar het kost erg veel moeite om dat bij te houden. Het geluid dat ik in mijn hoofd heb, is niet iets dat vanzelf komt. Er zijn saxofonisten die gewoon met een slap rietje of een makkelijk mondstuk uit de voeten kunnen. Maar ik heb het dikste riet – een rico 5 – en een wijd Otto Link mondstuk, een nogal ongebruikelijke combinatie.''

Herman is een muzikale krachtpatser, die zijn toeter als geen ander kan laten spetteren. Het is een constatering waarvoor hij zich onmiddellijk begint te verontschuldigen. ,,Het is nou eenmaal zo gegroeid. Het geluid is prachtig, maar technisch kost het erg veel moeite het in stand te houden. Dit raad ik niemand aan. Ik moet het steeds bijhouden om me comfortabel te voelen.''

Tijdens zijn studie op het conservatorium in Hilversum – waar hij in 1991 cum laude afstudeerde – drong definitief het wrede besef door dat Herman een uitstervende kunstvorm beoefende. ,,Ik merkte: dit gaat nergens heen. Straks zijn al die mensen die naar jazzconcerten gaan allemaal dood. Kan er helemaal niemand meer naar ons komen luisteren.'' Het is een kwestie die Herman tot op de dag van vandaag in zijn greep houdt.

,,Ik wilde voorkomen dat ik bij de verkeerde club hoorde. Mijn vrienden gingen naar plekken waar jonge mensen naar hippe muziek luisterden, en ik zat vaak tussen pijprokende vijftigers. Het waren wel toffe gasten dat ze naar me kwamen luisteren, maar eigenlijk wilde ik gewoon voor mijn leeftijdsgenoten spelen. Jazzmuziek hoort heus niet alleen thuis op de jaarlijkse braderie in Noordwijk.''

,,Als je het analyseert, kun je zeggen dat ik diep van binnen bang ben dat mensen me met iets verkeerds associëren. En het is ook geldingsdrang. Ik kan niet bevatten dat niet alle jongeren net zo dol zijn op jazzmuziek en de cultuur die eromheen hangt. Ik weet zeker dat als ik het op de juiste manier presenteer, mensen van mijn leeftijd of nog jonger zelfs de hard core jazz leuk vinden.''

Zelfrespect

Met zijn 1,73 meter lengte is Herman het kleinste lid van zijn Big Band. Maar als hij het publiek begroet en een en ander aankondigt, staat er een grote artiest. Hij heeft een nadrukkelijke presentatie. Dat begint al met de kleding, die is chic, onberispelijk. Vorige week woensdag, toen Herman ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van zijn impresariaat Eufprods met een nummer van Duke Ellington (I got it bad) de aftrap verrichtte op het eerste feest in de nieuwe Amsterdamse nachtclub Panama, droeg de saxofonist een donker pak met dunne krijtstreep, zwart overhemd en zwarte das. Daar is over nagedacht.

,,Als ik naar een concert ga, ben ik zelf altijd heel benieuwd of de artiest er goed uitziet. Dan wil ik weten: wat voor bril of schoenen heeft de zanger aan? Het is een kwestie van zelfrespect. Als je in je spijkerbroek op het toneel gaat staan en zoiets uitstraalt van: `het kan me allemaal geen reet schelen', dan kan je ook niet verwachten dat je publiek je erg serieus neemt. Voor vorige generaties muzikanten was het een statement om in je klofje op het podium te gaan zitten en uit te stralen: ik doe vooral waar ik zelf zin in heb. Maar dat vind ik zo'n achterhaalde boodschap.

,,Ook als ik in de kroeg moet spelen, ga ik in het pak. Toen ik pas begon met kostuums aantrekken bij jazzconcerten, namen andere muzikanten er aanstoot aan. Dan zeiden ze: `wat ga je doen? Je verdient nul geld. Als wij de volgende dag er komen spelen zegt die eigenaar: Benjamin Herman kleedt zich tenminste mooi aan. Waarom doen jullie dat niet?' Ik kreeg echt verwijten. Men vond mij een uitslover.''

Herman is met zijn New Cool Collective de belangrijkste huisartiest van de nachtclub Panama. Een ruim honderd jaar oud industrieel monument aan de Oostelijke Handelskade, dat diende als voormalig onderkomen van stoommachines. Het gebouw is omgetoverd in een hippe, luxe danstent waar Herman garant moet staan voor een swingend verloop van het nachtprogramma op de donderdagse Thursday Night New Cool. De organisatoren verwachten op een avond met Herman vierhonderd mensen te trekken. Gisteravond begon hij er het eerste optreden met zijn band New Cool Collective. Eén keer in de maand zal de traditioneel uit acht muzikanten bestaande groep in de twintig man tellende Big Band bezetting optreden.

De bedrijfsfilosofie van Panama het brengen van traditioneel maar niet nostalgisch nachtclubvermaak komt wonderwel overeen met de artistieke opvattingen van Herman. ,,Zo'n dertig jaar geleden is jazz in de hoek van de concertmuziek geduwd. Het moest naar zalen met stoelen zodat de muziek net zo kon worden beluisterd en gerespecteerd als klassieke muziek. Met die ontwikkeling ben ik het altijd hartgrondig oneens geweest. Want jazzmuziek is hoe je het ook wendt of keert in de eerste plaats dansmuziek. Er moet een vonk in zitten die dwingt tot luisteren en er moet ruimte zijn voor reactie van het publiek.''

Experiment

Met die gedachte begon Herman een jaar of tien geleden aan een eigenaardig muzikaal experiment. Hij speelde in de Amsterdamse discotheek Soul Kitchen mee op de plaatjes die deejay Graham B. draaide. ,,Lege platen, rapplaten bijvoorbeeld waar weinig op gebeurde.''

Uit die optredens is zijn New Cool Collective ontstaan. Een hedendaags dansorkest dat diverse exotische muziekstijlen als latin jazz, soul, hiphop en dj-beats combineert. ,,We gaan uit van de dingen die we zelf te gek vinden om te doen. Als het maar swingend is. Het gaat om de groove, het ritme en veel minder om het spelen van een technisch perfecte solo om applaus binnen te halen.''

En swingend is het. Er zijn bij zijn optredens maar weinig toehoorders die onberoerd de finish halen. De opgebouwde faam heeft ertoe geleid dat Herman door de 70-jarige Deense bassist Erik Moseholm – die nog met saxofonist Eric Dolphy heeft gespeeld – is gevraagd het European Youth Jazz Orchestra te dirigeren tijdens een tournee deze zomer door Europa. Samen met pianist Willem Friede componeerde en arrangeerde Herman de afgelopen weken ook de bulk van de te spelen nummers.

,,Elk land heeft zijn eigen jazz-helden, maar die komen haast nooit de grens over. Ik vind het persoonlijk zo raar dat je binnen Europa ook nauwelijks contacten hebt met je collega's. Er is hier geen hoofdstad van de jazz zoals in de Verenigde Staten, waar iedereen naar New York gaat om aansluiting te vinden bij de meest moderne en beste muzikanten. Daarom is het zo'n goed initiatief om een groep Europese muzikanten in één bus te stoppen en drieëneenhalve week door Europa te laten reizen.''

De artistieke waardering is overigens geen garantie voor commercieel succes. Jazzmuziek blijft sappelen. De drie cd's van het New Cool Collective verkochten gemiddeld 8.000 stuks. Hermans vorig jaar verschenen, door elke recensent uitvoerig geprezen cd Get In ging 1.500 keer over de toonbank. Als Benjamin Herman drie keer in de maand optreedt met zijn Collective houdt hij er netto zo'n 700 piek aan over. Hij praat er met tegenzin over. ,,Geld interesseert me echt niet'', zegt hij. Maar toch: ,,Sinds september geef ik een dag in de week saxofoonles op het conservatorium in Rotterdam. Voor het eerst van mijn leven heb ik geen enkele maand moeite gehad mijn vaste lasten te betalen. Daar heb ik dan wel tot mijn 32ste op moeten wachten.''

,,Toch is dit voor mij geen echte kwestie. De periodes dat ik geen cent te makken had, waren er genoeg vrienden of familieleden waar ik terechtkon om te eten. Ik vind het wel een zorgelijk vooruitzicht dat ik op mijn vijftigste, als mijn tanden uit mijn bek vallen, mogelijk nog steeds maar 1.500 gulden per maand verdien met spelen. Maar enfin, dat zie ik dan wel weer.''

Voor meer informatie, zie de volgende sites: www.newcoolcollective.com www.eufprods.com www.panama.nl