`Homerus was de toetssteen voor alle dichters'

Van dichter en classicus Ilja Leonard Pfeijffer is zojuist een tweede dichtbundel verschenen. Zijn grote voorbeeld is de allergrootste: Homerus.

,,Later als ik ouder ben moet ik nog eens sectie op mezelf plegen, om te zien hoe dat nou precies zit met die invloed van de klassieken,'' zegt Ilja Leonard Pfeijffer, dichter en classicus. ,,Ik probeer het ook wel een beetje gescheiden te houden, niet teveel Griekse mythologie in mijn gedichten te laten binnensijpelen. Dat is niet zo heel erg mode op het moment, en terecht ook; het is vaak een beetje pedant.''

Van Pfeijffer (1968), als onderzoeker Oud-Grieks verbonden aan de universiteit van Leiden, is zojuist een tweede dichtbundel verschenen: Het glimpen van de welkwiek. De bundel van de vierkante man (1998) werd bekroond met de Buddingh'-prijs voor nieuwe poëzie. Vorig jaar besloot

Pfeijffer de Nacht van de Poëzie, en morgenavond zal hij datzelfde Utrechtse festival openen. Misschien, peinst Pfeijffer, opent hij met het lange, programmatische gedicht `Vuurvogel'. ,,Het is wel lekker pretentieus om aan het begin van de Nacht van de Poëzie eens even uit te leggen wat nou poëzie is.'' Pfeijffer hoeft niet lang na te denken wat zijn beslissende boek is geweest: de Odyssee van Homerus. `Homerus is de eerste, de belangrijkste en de beste', schreef hij al in De Antieken (2000), Pfeijffers overzicht van de klassieke literatuur. ,,Het is gewoon waar,'' zegt hij. ,,Alle drie de kwalificaties zijn objectief te maken. Vóór Homerus is er wel geschreven, maar hij is de eerste van wie we iets over hebben. Dat is een gekke situatie, de klassieke literatuur begint echt met een big bang. En Homerus heeft zo'n enorme invloed gehad. Tot ver in de oudheid was hij de toetssteen voor alle dichters.''

Vooral door Homerus' Odyssee is Pfeijffer klassieke talen gaan studeren. Zijn fascinatie begon al in de vierde klas van het gymnasium in Voorburg. ,,De Odyssee was de eerste originele Griekse tekst die ik las. Het was heel moeilijk, ik begreep er weinig van, maar het was wel onmiddellijk raak. Ik had het gevoel: dit zijn de dingen waarmee ik me wil bezighouden. En dat gevoel is nooit meer weggegaan. Ik herinner me dat ik, voordat we het echt in de klas gingen lezen, al eens de Griekse tekst van Homerus uit de bibliotheek had gehaald, en daar heb ik me weken mee geamuseerd zonder dat ik een woord snapte. Het was het idee dat daar dat grote, belangrijke verhaal stond en dat ik ooit in staat zou zijn dat te lezen.''

Hield Pfeijffer zich al op jonge leeftijd liever met ingewikkelde literatuur bezig? ,,Daar heeft het inderdaad mee te maken. Daarom vind ik de Odyssee ook zo'n goed boek, je kunt daar een mensenleven mee doen. Ik neem het altijd mee op vakantie. Dan lees ik het niet van begin tot eind maar een passage hier en daar, en telkens verdwaal ik in het boek en zie ik weer details en verbanden die me niet eerder zijn opgevallen. Het is een rijk boek, en staat in het grootst mogelijke contrast met poëzie die je in een keer kunt doorgronden. Als een tekst niet noopt tot herlezen vind ik het niet interessant meer.'' Eind vorig jaar sprak Pfeijffer zich in het literaire tijdschrift Bzzzletin en in het televisieprogramma Nova dan ook uit tegen toegankelijke poëzie, en joeg daarmee een aantal dichtende generatiegenoten op de kast.

Vol bewondering spreekt hij daarentegen over de compositie van de Odyssee. ,,Dat zit zo ontzettend knap in elkaar, het verhaal van de tienjarige terugreis van Odysseus naar zijn vaderland wordt samengebald in de laatste veertig dagen en dat is een goeie narratologische truc. Het spannendste gedeelte, het verhaal van zijn omzwervingen, vertelt Odysseus zelf, als hij bij de Phaiaken terecht is gekomen en langzamerhand zijn eigen identiteit begint te herwinnen. Je kunt je afvragen of je wel moet geloven wat Odysseus vertelt. Hij heeft namelijk een retorisch doel: hij is aangespoeld zonder bemanning, en dat is niet zo'n beste beurt als kapitein. Odysseus wil de Phaiaken ervan overtuigen dat dat niet zijn schuld is: het komt door al die monsters die hij tegenkwam, door de domheid van de bemanning.''

Wat voor man is Odysseus? ,,Klein, met brede schouders, een bonkige gestalte. Een echte Homerische held, die ook iets méér heeft, namelijk het besef dat het niet alleen gaat om de kracht van zijn armen en de scherpte van zijn zwaard. Noodgedwongen moet hij slim zijn. Odysseus is iemand tegen wie je opkijkt omdat hij zoveel heeft meegemaakt. Telkens weer ontroert het me als hij bij de Phaiaken eindelijk zijn identiteit bekendmaakt, en zegt: `ik ben Odysseus'. Dan zie je bij de Phaiaken de monden openvallen. Hij gaat ook wel eens te ver, bijvoorbeeld als hij aan het eind afrekent met de vrijers. Dat is ook het aardige van de Odyssee, niks is helemaal zwart-wit. Of Odysseus moreel juist is blijft als een vraag boven de tekst hangen.''

Het valt ook op, vindt Pfeijffer, dat alleen in Odysseus' eigen verhaal sprookjesachtige elementen zitten, in de rest van de Odyssee niet. ,,Dat geeft te denken. Bovendien zitten er bepaalde tegenstrijdigheden in zijn verhaal, dat is door de geleerden al eeuwen geleden vastgesteld. De oplossing die ze bedachten was dat er niet één Homerus was; het is een co-productie van verschillende barden en de verschillende bijdragen zijn niet helemaal goed op elkaar afgestemd. Maar dat lijkt me eigenlijk niet de juiste oplossing, het is veel interessanter om te veronderstellen dat Homerus ons juist wil doen twijfelen aan de geloofwaardigheid van Odysseus.

,,Ook elders in de Odyssee blijkt dat Odysseus heel goed leugens kan vertellen. Dat vind ik een heel spannend gegeven. De vraag of Odysseus de waarheid sprak wordt door Homerus niet beantwoord, sterker nog, indirect stelt Homerus de fictionaliteit van zijn eigen werk aan de orde, omdat hij zich in het voorwoord op één lijn stelt met Odysseus' versie van zijn verhaal. Op die manier heeft de Odyssee wat van een postmoderne roman, de verteller zelf kunnen we niet helemaal vertrouwen.

,,Dat is alleen nog maar de architectuur van het boek. Daarbij komt de pracht van de taal. Elk afzonderlijk vers is van een monumentale schoonheid, en heeft in het Grieks een grote zintuiglijkheid. Je hoort het ritme van de zee in het metrum, je ziet alle kleuren, je ruikt alles. Er wordt een totaal nieuwe wereld opgeroepen in elke afzonderlijke syllabe van elke hexameter. De Odyssee liet me zien dat dat mogelijk is, een wereld op papier die voelbaar is en hoorbaar en proefbaar. Dat is wat ik in mijn eigen werk ook nastreef, op een veel kleinere schaal natuurlijk: uit woorden een wereld bouwen die zo zintuiglijk is als de echte wereld.''

In De Antieken trekt de auteur zich niets aan van gevestigde reputaties, maar Homerus blijft ook in dat boek in het centrum van de canon staan. ,,Ik ga alleen tegen reputaties in wanneer dat nodig is. Ik vind zelfs dat Homerus door professionele classici onvoldoende als literatuur wordt gewaardeerd. Ze hebben de neiging om het werk te analytisch te benaderen. Ze proberen de sporen van de tekstgenese terug te vinden, om te laten zien dat er verschillende auteurs in hebben zitten knoeien. Dan haal je de tekst uit elkaar en je zegt: dit stukje hier klopt niet, ik weet niet wat het er mee te maken heeft, dus het hoort er niet bij. Maar als je de tekst echt als literatuur beschouwt en goed nadenkt over de relevantie van dat stukje, kom je er vaak best uit. Natuurlijk moet je de details uitzoeken, maar wel om uiteindelijk een beter overzicht te krijgen over het geheel.''

Homerus: Odyssee. Vertaald door o.a. H.J. de Roy van Zuydewijn, De Arbeiderspers, 2000, ƒ59,90 (geb), ƒ29,90 (pbk)