Geweld slaat over van Macedonië naar Zuid-Kosovo

Voor het eerst in het Macedonische conflict zijn mortieren en granaten afgeschoten op de Kosovaarse zijde van de grens. Daarbij kwamen drie burgers om het leven. De Macedonische regering en de Albanese rebellen ontkennen verantwoordelijk te zijn voor de beschietingen.

De Verenigde Naties en de NAVO-geleide vredesmacht in Kosovo hebben bezorgd gereageerd op de uitbreiding van het conflict. De speciale afgezant van de Verenigde Naties, Hans Haekkerup, zal vandaag een bezoek brengen aan de Macedonische hoofdstad Skopje. Hij heeft verklaard aan te zullen dringen op ,,terughoudendheid'' bij de Macedonische regering.

De commandant van de vredesmacht KFOR, Carlo Cabigiosu, zei te betreuren ,,dat burgers betrokken zijn geraakt en dat de levens van onze soldaten in gevaar zijn geweest''. Hij noemde het dorp waar de granaten vielen, Krivenik ,,duidelijk'' Kosovaars gebied.

Onder de drie slachtoffers is een cameraman van persbureau AP. Kerim Lawton was enige maanden geleden teruggekeerd naar Kosovo, waar hij eerder werkte. De andere twee slachtoffers zijn Kosovo-Albanese burgers. Ruim tien mensen raakten gewond.

De Macedonische regering ontkende gisteren verantwoordelijk te zijn voor de beschietingen. ,,Onze commandant in het veld zegt niet te hebben geschoten op doelen in Kosovo'', aldus een woordvoerder van de regering.

De Albanese rebellen wijzen ook elke verantwoordelijkheid af. ,,We hebben niet eens zulke zware wapens'', liet een commandant van het Nationaal Bevrijdingsleger (UÇK) telefonisch weten.

De situatie is volgens de Verenigde Naties in Kosovo onduidelijk. Waarschijnlijk hebben Macedonische troepen het vuur geopend op een kamp van de rebellen in Gracane, niet ver van de Kosovaarse grens. Daarbij zijn mortieren terecht gekomen in het Kosovaarse dorp Krivenik, op een steenworp van de grens.

Ongeveer tweehonderd rebellen hebben zich ingegraven op een heuvel nabij Gracane. Ze bieden stevig weerstand aan de Macedonische troepen. ,,Ze vechten nog altijd'', verklaarde een woordvoerder van het Macedonische leger.

Zondag zetten politie en leger een groot offensief in tegen de rebellen nabij de stad Tetovo in het noordwesten van Macedonië. Daarop trokken de extremisten zich terug. Maar vooralsnog lijken ze niet van plan hun positie nabij Gracane op te geven.

De rebellen strijden voor meer rechten voor de Albanese minderheid in Macedonië. Deze minderheid bestaat volgens de Albanezen zelf uit ruim 30 procent van de bevolking; de Macedoniërs houden het op 25 procent. Het optreden van de Macedonische regering heeft tot nu toe instemming gekregen van de internationale gemeenschap. Enkele dagen geleden prezen de secretaris-generaal van de NAVO, George Robertson, en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, de regering nog om haar terughoudende militaire optreden. Met de uitbreiding van het conflict naar Kosovo kan deze sympathie echter snel wegebben.

Bij de beschietingen op Krivenek dreigde gisteren ook een patrouille van KFOR onder vuur te komen. In de Joegoslavische provincie Kosovo, die bestuurd wordt door de VN, zijn ongeveer 40.000 soldaten gelegerd.