Een leeggelopen kerk

BAD RAGAZ/BERGISCH GLADBACH/AMSTERDAM. Ik ben aan de eenzaamheid verknocht geraakt als aan een vrouw met gebreken. Niet dat je blind bent voor die gebreken, maar je kunt eigenlijk niet meer zonder. In die gebreken heb je een huis gebouwd en op een ochtend ontdek je dat het een heel behaaglijk huis is. Gelukkig komt de buitenwereld er niet in. Je leest nog wel over de versmelting van twee zielen. Niet meer zonder een licht onbehagen dat je ook wel kan overvallen wanneer je leest over een heksenverbranding. Wat ik iedereen kan aanraden is de trein van 12 uur 's middags nemen van St. Moritz naar Chur.

Voorin de trein bevindt zich de restauratiewagen.

Ga daar zitten. Veel plaats is er niet. Wees daarom tijdig.

Alles is van oud hout. Omdat ze zuinig zijn geweest is het hout nog goed. De bediening is streng, maar rechtvaardig. Wat de definitie is van goede bediening. Aan mijn tafel zaten een Italiaanse gravin en een Zuid-Afrikaanse heer.

Ik vermoedde dat zij gravin was, omdat zij voortdurend werd aangesproken met Contessa.

De heer sprak met mij in het Afrikaans, maar hij beheerste ook het Spaans, Engels, Italiaans en het Duits. Hij had geen jas bij zich, alleen een lichtgele trui, hoewel het buiten vroor.

Sommige mensen staan boven het weer.

Een Nobelprijs is mooi, maar boven het weer staan dat zou ik ook nog wel willen meemaken.

Ik had sterk de indruk dat de gravin en de heer deze reis uitsluitend maakten om in dit rijtuig te kunnen lunchen. Dat begrijp ik. Een rijdende eetzaal bevordert de spijsvertering, net als gember.

Eenzaamheid is geen drama, in ieder geval niet het drama dat velen erin willen zien.

De gravin en de heer deden zich tegoed aan champagne en de heer zei in het Afrikaans tegen mij dat ze op de radio hadden doorgegeven dat de sneeuwgrens zou dalen tot 1200 meter.

Ik hield het bij wijn. Een vrouw met gebreken moet je niet iedere dag champagne voeren, anders vergeet ze haar gebreken.

Bijna dertig jaar heb ik geprobeerd de angst voor de ander te overwinnen en nu zag ik het heel helder: eenzaamheid is minder griezelig dan de mens.

Laat ze nu maar hun angst voor mij overwinnen.

Ik hoor wel eens dat ik graag wil dat mensen bang voor mij zijn. Niets is minder waar. Ik wil de mensen aaien. Met een klerenborstel. Als ik `ik' zeg, heb ik het over de koopwaar die in de etalage uitgestald ligt. Je moet de mensen natuurlijk wel een reden geven om je gezelschap op te zoeken. Een lunch bijvoorbeeld of gratis steunzolen. Dat jij het bent, is niet genoeg. Het `ik' is een kerk die is leeggelopen, want niet alleen God, ook de rituelen zijn dood, en met een gemeenschappelijk ontbijt red je het niet meer. Een mooi verhaal al dan niet met dia's is het minste.

Wat ik probeer te zeggen is dat ik in de trein van St. Moritz naar Chur tot de conclusie kwam dat ik het best vond een leeggelopen kerk te zijn.

Ik wil wel bekeken en bewonderd worden, maar niet bewoond. En over een paar jaar op de monumentenlijst, dan kan ik als ik oud ben toegang heffen.

Van Chur was nog maar twintig minuten naar Bad Ragaz.

Ik kocht een zwembroek, een rode, en zwom samen met de Russische maffia in het zwembad van Grand Hotel Quellenhof. De Russische maffia bestond uit drie mannen en een vrouw met wonden op haar arm en voorhoofd. Tijdens het eten bekeek zij haar wonden in een zakspiegeltje.

Na Bad Ragaz ging ik nog naar Bergisch Gladbach. Vlakbij Keulen.

Mijn eerste bezoek aan een restaurant met drie Michelinsterren, Dieter Müller genaamd.

Hoewel mijn hart niet sneller gaat kloppen voor ganzenlever, zal ik de compositie van ganzenlever in Bergisch Gladbach niet snel vergeten.

En hier begint dan het verhaal van N.

N. was een zeventienjarige scholiere die mij in oktober een vriendelijke, maar onpersoonlijke brief had geschreven. De brief zwierf twee maanden door mijn keuken. Een leeggelopen kerk moet af en toe ook onpersoonlijke brieven beantwoorden.

Toen ze schreef dat ze misschien van me zou kunnen houden, stelde ik voor dat we elkaar maar moesten ontmoeten. Ik wil mijn verantwoordelijkheden niet ontlopen.

Iemand zei: ,,Je bent ook alweer dertig.''

Alsof ik dat vergeten was. Alsof ik er iets aan kon doen.

Volgens D.A.F. de Sade is de 140ste hartstocht: ,,Hij wil alleen meisjes van vijftien jaar en slaat ze tot bloedens toe met hulst en brandnetels; hij stelt zeer hoge eisen aan de kont.''

Ik ben een gematigd mens, maar zelfs een gematigd mens moet zich soms omhoog trekken aan zijn voorbeelden.

Ik had voorgesteld elkaar in de bar van het Hilton in Amsterdam te ontmoeten.

Daar ontmoet ik iedereen.

Ze moest uit het noorden van het land komen. Met de trein.

Even voelde ik me schuldig. Zo'n lange reis? Voor wat eigenlijk? Toen dacht ik, het is cultuur. Een bouwvallige kerk zie je ook niet elke dag en al helemaal niet van binnen. Bovendien onttrekt schuld zich niet aan narcisme, aan de verliefdheid waaraan maar geen einde wil komen: die op onze eigen koopwaar.

Per e-mail had ze gewaarschuwd dat ze misschien kon tegenvallen.

Ze viel niet tegen.

Dat was jammer, want dat deed pijn.

En ik had maar twee uur. Zij trouwens ook.

,,De groeten van mijn lerares Nederlands'', zei N.

,,De groeten terug'', zei ik.

Haar lerares Nederlands had mijn moeder kunnen zijn. Ik wist niet veel, alleen een paar details.

,,Mijn moeder wilde eerst al je e-mails lezen, anders mocht ik niet komen.''

In gedachten liep ik de e-mails na die ik haar had geschreven. Ik had me kennelijk niet laten gaan.

,,Tegen mijn vader zei ik dat als je me iets aan zou doen dat het dan in alle kranten zou komen, en dat was niet goed voor je carrière. Dus dat je me daarom niets aan zou doen. Dat vond hij een goed argument.''

,,Ik ook'', zei ik.

,,Bovendien had je beloofd dat je me niet zou ontvoeren en me naar het station zou brengen.''

,,Dat is waar'', zei ik. ,,Je hebt mooie schoenen.''

Dat vond ik een onschuldig compliment. Een schoen is geen lichaamsdeel. Eigenlijk heb ik onbedorven mensen nog liever dan een compositie van ganzenlever. N. was behoorlijk onbedorven.

Laat de onbedorven mensen tot mij komen.

,,Dans je veel'', vroeg ik.

,,Als ik mag'', zei N, ,,en verder praat ik met bejaarden.''

,,Met wie?''

,,Met bejaarden. Ik zag een advertentie waarin ze mensen zochten om met bejaarden te praten. Dat vond ik zo zielig, toen heb ik me maar gemeld.''

,,Krijg je daarvoor betaald?''

,,Nee, het is vrijwilligerswerk.''

,,Waar praten jullie over?''

,,De bejaarden praten meestal over zichzelf. En als er een doodgaat krijg je een nieuwe. Het is verboden je te veel te hechten aan bejaarden.''

,,Aan bejaarden moet je je nooit te veel hechten'', zei ik.

Haar vader werkte bij de politie. Gek genoeg vond ik dat een geruststelling.

,,Je moet weg hè?'' vroeg ze.

,,Ja'', zei ik, ,,ik heb een afspraak met mijn accountant.''

Ik pakte wat garnalenkroketten voor haar vader in.

We hadden bijna alles laten staan.

Toen bracht ik haar naar het station.

,,Ben ik rood?'' vroeg ze.

,,Nee'', zei ik.

,,Heb ik koorts?''

Ik voelde. Ze had geen koorts.

,,Je accountant zal wel boos zijn dat je zo laat bent.''

,,Hij begrijpt veel'', zei ik, ,,goede accountants begrijpen veel en stellen weinig vragen.''

Ze werd steeds stiller.

Ik geloof dat we beiden licht teleurgesteld waren dat de ontvoering niet zou plaatsvinden.

Je moet mij ook niet ontmoeten.

Ik ontvoer niet. Ik breng iedereen volgens afspraak naar het station.

Misschien nog een compositie van ganzenlever in de restauratie.