Een digitale Jezus

Het is een idee. Tik een woord in op het toetsenbord van een computer. Het woord waarmee u benoemt wat u op dat ogenblik het meest bezighoudt. De computer `verwerkt' het, dat wil zeggen legt diagonale, lengte- en dwarsverbanden met wat er in het geheugen ligt opgeslagen. Het is een associatief proces, maar anders dan de manier waarop u in uw eigen hersens associeert. De computer zoekt zijn eigen woorden en beelden uit. Na een paar minuten worden die in een zekere orde in vloeiende bewegingen voor u op een breed scherm geprojecteerd. Hebt u intussen zelf deze reeks denkbeelden gedacht? Niet waarschijnlijk, al was het maar omdat u wilde weten wat de computer ervan zou maken. Met ouderwetse beleefdheid liet u de computer voorgaan. Misschien had u het gevoel bij een waarzegster te zijn. Maar daar gaat het niet om. Na een minuut of wat is de voorstelling afgelopen. Wat u gezien hebt, ligt in een onmetelijk geheugen bewaard.

Ik hoop dat ik het goed heb uitgelegd. Deze machine maakt deel uit van de tentoonstelling in het Whitney Museum of American Art. Na u komt de volgende bezoeker zijn woord intikken. Het proces begint opnieuw, met dien verstande, dat de computer dankzij uw woord weer meer materiaal ter associatie tot zijn beschikking heeft. U en uw voorgangers hebben zijn geheugen verrijkt. Dat gaat zo de hele dag door, zo lang de tentoonstelling duurt. Ik denk dat er nu twee dingen kunnen gebeuren: òf de meeste mensen denken blijkbaar toch aan hetzelfde (zoals de Franse tekenaar Wolinski een jaar of veertig geleden heeft vastgesteld, en zeventig jaar geleden Céline's Napoleonkenner Parapine), en dan komt bij gebrek aan verscheidenheid van informatie na zekere tijd de aap vanzelf uit de mouw. Òf verreweg de meesten denken aan een groot aantal uiteenlopende dingen, en dan valt er geen touw aan de projectie vast te knopen.

Overigens is geen van beide de bedoeling. Het gaat erom dat u voor de duur van de sessie toegang tot het onderbewuste van internet hebt gehad. De machine heet NETOMAT-tm en is bedacht door Majiec Wisniewski. Heeft internet een onderbewustzijn? Dan moet het ook een bewustzijn hebben. Een besef dat het er is; een beeld van zijn eigen zijn hebben. Voor je het weet ben je in de wereld van de zelfstandig geworden robots, de golem, homunculus, en dan draait het er meestal op uit dat die zich tegen zijn eigen schepper keert. Als kind was ik er diep van onder de indruk. Later is de poespas waarmee de denkers, die geloven dat er denkende machines bestaan, hun eigen denken omgeven, me tegen gaan staan. Goochelen is ook een kunst, maar wie denkt dat het konijntje door een wonder in de hoge hoed terecht is gekomen voor het eruit werd gehaald, is geen kunstliefhebber maar een gelovige.

Eigenlijk zijn er twee tentoonstellingen in de Whitney: BitStreams en Data Dynamics, beide met alleen digitale kunst. Er is veel dat tweedimensionaal beweegt. Voorstellingen waarin binnen Mondriaan-achtige vlakverdelingen kleine kubusjes worden afgeschoten. Twee beeldschermen naast elkaar waarop te zien is hoe links iemand een huis binnengaat, en rechts dezelfde man op hetzelfde ogenblik er weer uit. En in drie dimensies: een reeks sculpturen van mensachtigen die een ruggengraat hebben waaraan op uiteenlopende manieren knolvormen in plaats van de gewone extremiteiten zijn ontsproten. Ik geef maar een paar voorbeelden. Je moet het zelf zien. Beschrijvingen bederven de kunst. Het geheel is intrigerend, en ook: leuk en meer niet. Er is één videofilm die aan dit woord ontsnapt, Headseeking van Jordan Crandall. Mij dunkt dat hij geprobeerd heeft een droom vast te leggen. Dat is moeilijk. In hun ongrijpbaarheid (belichting, rolbezetting, décor, opeenvolging van scènes) onttrekt het meeste wat een mens al slapend in zijn hoofdbioscoop meemaakt, zich de volgende ochtend al aan een redelijke beschrijving. Deze film heeft in ieder geval ogenblikken waarop je denkt dat je naar de droom van een ander kijkt. Eén bewijs daarvoor lijkt me dat deze film niet valt na te vertellen.

Digitaal gereedschap geeft de kunstenaar allerlei nieuwe mogelijkheden, dat is bekend. Discovery Channel heeft in samenwerking met de BBC een programma gemaakt, Jesus: The Complete Story, waarin op grond van archeologische vondsten Jezus digitaal van een nieuw gezicht is voorzien. Verscheidene kranten hadden al een afdrukje bemachtigd. Deze nieuwe Jezus ziet er anders uit dan die we gewend zijn. Het programma wordt op eerste paasdag uitgezonden.

Is de digitale Jezus ook nieuwe kunst, een voorstelling die tot de openbaringen kan worden gerekend, niet in de betekenis van het konijn uit de hoed, maar een ander soort voltreffer? Kijk je ernaar zoals het publiek destijds naar de eerste impressionisten of in het begin van de vorige eeuw naar Picasso en Braque hebben gekeken? Onveranderlijk ga ik vervuld van hoop naar video, digitaal en ander technisch wonder. Vernuft, vondsten, virtuositeit. Er moet meer mogelijk zijn.