Dilemma voor Tony Blair: wel op 3 mei, of niet

Dit weekeinde bepaalt Tony Blair of hij op 3 mei zijn land naar de stembus roept, of uitstel vraagt wegens de mond- en klauwzeercrisis. Het is het dilemma van zijn carrière.

Nieuwe film?, denk je even. En dat is ook de bedoeling van dit billboard. `Economic Disaster II', staat er in grote gele letters tegen een vurige achtergrond met twee portretjes erboven. Dan herken je de `acteurs': de Conservatieve partijleider William Hague en zijn schaduwminister van Financiën, Michael Portillo.

Als je afgaat op de reclames – een stukje harder en geestiger dan achter de Hondsbosse Zeewering – zou je niet beter weten of de campagnes voor de Britse verkiezingen zijn begonnen. Een maand geleden stond 3 mei in alle agenda's als de dag. Dan worden al gemeenteraadsverkiezingen gehouden en algemeen werd verwacht dat premier voor dezelfde datum parlementsverkiezingen zou uitschrijven. Zo'n dubbelverkiezing met een hoge opkomst plus gunstige opiniepeilingen door de gunstige economie zouden Labour verzekeren van een tweede termijn, voor het eerst in de geschiedenis.

Toen brak de mond- en klauwzeerepidemie uit. Wat zich vijf weken geleden aandiende als keukenbrandje is nu overgeslagen op belendende percelen, en de verkiezingsdatum is onzeker geworden.

Het platteland `is niet in de stemming', heet het, en fysiek campagnevoeren met huis-aan-huisbezoek en massabijeenkomsten zou het veevirus verder verspreiden. Doorzetten zou negatief kunnen uitpakken, als staatsman Blair de indruk wekt een opportunist te zijn, die zijn partij snel wil laten scoren in plaats van het landsbelang te laten voorgaan.

Hague heeft uitstel geëist, nogal uniek voor een oppositieleider, maar mogelijk ingegeven door de vooruitzichten voor de partij die hij leidt. De Church of England vroeg gisteren hetzelfde. Hague en de kerk tellen beiden op het platteland relatief veel zielen. Een meerderheid van de Labour-parlementariërs en -ministers, zoals negen tiende van de Britten stadsvolk, vindt juist dat de premier `3 mei' moet doorzetten.

Die crisis is deels ingebeeld, want uitvergroot door boze boeren en het tv-bombardement van rokende koeien. Meer dan 700 uitbraken zijn niet niks. Maar ze zijn grotendeels beperkt tot Devon en Cumbria, in het zuid- en noordwesten. In het grootste deel van de countryside is er niets van te merken, behalve nog steeds de uit voorzorg gesloten voetpaden en het nadrukkelijk ontbreken van paastoeristen die geloven dat het hele land in quarantaine is.

Britten huiveren bij de dood van een half miljoen dieren, maar vergeten dat de vleesindustrie er in een gewone week net zoveel doorheen draait. Het klagen der boeren verdient ook perspectief. De staat vergoedt vernietigde dieren, deze veeziekte is mede te wijten aan hun eigen cynische praktijken en de massaslacht is geen verplichting, maar een doelbewuste keuze om de virusvrije status op de exportmarkt terug te winnen. Schapenboeren die hun marginale bestaan nu moeten opgeven zijn zielig. Maar de toeristenindustrie, die op hetzelfde platteland jaarlijks tientallen miljarden meer omzet dan alle boeren bij elkaar, verliest per week 400 miljoen gulden. Wie is belangrijker?

Zulke vragen moet Blair dit weekeinde beantwoorden, in de wetenschap dat koele analyses in de politiek even zwaar tellen als oververhitte percepties. Volgende week is de deadline voor het uitschrijven van nieuwe verkiezingen en het verzetten van geplande. Het is het dilemma van zijn carrière. Wil 3 mei een kans maken, dan moeten de virusbulletins gunstiger worden. Daar werken de bulldozers van het leger hard aan. Zo niet, dan lijkt 7 juni een laatste uitwijkdatum. Want achter de zomer doemt een economische recessie op. ,,Dan verliezen we onze troefkaart'', zei een Labour-man deze week. Hoe de Tory-billboards er dan uitzien, kun je nu al raden.