Daimler Long Wheel Base

Een vroege lentedag en diep onderuit luister ik met een half oor naar de enthousiaste verhalen van de bestuurder naast me. Over al zijn zakelijke successen, van nietig niets naar reusachtig iets. Zijn omgang met de groten der aarde, bezoeken aan nachtclubs in de grote stad, zijn plannen om in de politiek te gaan. De lange motorkap glanst in de zon en in het verlengde daarvan zie ik een druipende meerkoet met jongen uit een slootje tussen de tulpen waggelen. Links van me is zo vervuld van zichzelf dat hij het tafereel niet opmerkt en zonder snelheid te minderen de gehele familie naar de eeuwige bollenvelden zendt. Mijn allereerste rit in een Daimler, jaren geleden.

Die verwarrende eerste indruk borrelt nu ook op bij het bekijken van de auto die een halve straat inneemt. Wat is het nu eigenlijk: een Daimler of een verklede Jaguar? Het merk Daimler heeft niets van doen met het merk met de ster – de Duitse uitvinder die zijn geluk in Engeland zocht, had toevallig dezelfde achternaam. Maar ook hetzelfde idee waar je status en aanzien kon verwerven voor je product: de koningshuizen. Zelfs het wapen van de Duitse keizer stond een tijdje vermeld in het briefhoofd van de fabriek uit Coventry, broederlijk naast die van The Prince of Wales and His Majesty the King.

Skorkata Pakoe Bowono the Tenth – Emporor of Java, The Maharaja of Alwar, The Ameer of Bahawalpur, Prins Otto von Bismarck, Dowaler Empress of Russia, The Marquis of Villobar, Queen Wilhelmina of the Netherlands, een kleine selectie van vorstenhuizen die Daimler met bijbehorende buiging bediende. Voorbij voorbij, oh, en voorgoed voorbij. Alsof je een oude buizenradio aanzet, de wijzer langs niet meer bestaande zenders laat lopen en heel zachtjes muziek door het vermolmde doek hoort zingen.

De trouwste gebruikster en bijna zo oud als de fabriek zelf is de Queen Mother, de honderd is ze ondertussen voorbij.

Die leeftijd heeft een van haar aangetrouwde kleinkinderen bij lange na niet gehaald, gesneuveld op de achterbank in een auto van het merk met de ster. Maar haar allerlaatste rit met chauffeur – tussen muren van cellofaan en bloemen – was alsnog in een Koninklijke Daimler met het stuur rechts. Die auto was eigenlijk al dertig jaar lang de allerlaatste orginele Daimler, want op 18 juni 1960 kreeg Jaguar de fabriek in handen. Het merk Daimler hield daarbij niet op te bestaan, maar werd gebruikt om de toch al niet tot de middenklasse behorende Jaguars nog meer cachet te geven. Die truc was al eerder uitgehaald met ooit illustere merken als Vanden Plas en Wolseley, wie kent ze nog?

Hoe dan ook, het is en blijft een prachtige auto, deze sjieke broer van de Jaguar XJR. Een andere grill en kofferbakhandvat zijn aan de langgerekte koets de enige waarneembare verschillen. Binnen is er dubbelgestikt leer en dubbelgeplakt fineer, het monogram van Daimler is in jaren-dertigreclameletters in de hoofdsteunen geborduurd.

Rijden dus, eerst maar eens stoel en stuur elektrisch op de juiste stand zetten. Wat ruikt het hier lekker naar leer en lamswol. Dit is een verlengde versie, amper 12 extra centimeters, maar soms kunnen die een wereld van verschil betekenen. Die komen ditmaal ten goede aan de passagier op de achterbank. De Long Wheel Base is bedoeld voor degene die zich liever laat rijden.

De op afroep gewelddadige Supercharched V8 murmelt in het vooronder. Plak een geel onthoudblaadje op het wortelnotenhoutfineer: Save the meerkoet! Duw de kraag omhoog, doe een zonnebril op, trek de zeemleren paardrijhandschoenen om de vingers, laat de kootjes een voor een knakken en geef gas, richting het zuiden. België, Schoten, Brasschaat. Waar naar horen zeggen veel van zijn broers moeten wonen.

Zie door de lage voorruit alleen maar dikbandige en chroomblinkende Bentleys en Rolls Royces. Die een uitstraling hebben die hoort bij feodale grootgrond- en kantoorbezitters – kopers van een Daimler hebben zich daar op tijd van ontdaan en er een leuk prijsje voor gemaakt. Deze wagen rijdt en stuurt super en mocht het twee ton wagengewicht een niet door u gekozen richting heen willen, dan is er een scala aan elektronica die dit de mastodont gaat beletten.

Niemand durft me een strobreed in de weg te leggen, net onder de maximumsnelheid op de rechterrijbaan cruisen is een superieur genot, voorrang krijgen – vreemd genoeg ook als ik dat niet heb – van welwillende, gaat u maar voor wuivende, 30+ meisjes in zwarte Golfjes en Ka-tjes. Die ook wel beseffen dat grote snoeken zich nog maar zelden laten vangen.

En wat dit dan allemaal wel mag kosten? Naar zoiets durven vragen is hem zeker niet kunnen betalen.