Bouwstijlen

Naar aanleiding van het artikel `De IT-er is een holenmens' (CS 23-3) heb ik twee opmerkingen:

Onder de foto van beide personen is de volgorde van de namen onjuist, de eerste (links op de foto) is Joris Molenaar, de tweede (rechts op de foto) is Wilfried van Winden.

Citaat Molenaar: ,,Wij vinden eclecticisme een uitermate creatieve houding. 'Elke goede architect beheerst ten minste vijf stijlen', zei een architect eens van wie ik nu even de naam ben vergeten......''

Die architect was ik. Deze stelling verdedigde ik ca. tien jaar geleden tijdens een Indesemlezing aan de TU Delft. Ik zei toen niet dat goede, maar dat alle architecten ten minste vijf stijlen zouden moeten beheersten. Ik vind dit nog, maar sta hier vrijwel alleen en constateer dat het ontwerponderwijs in Delft zoals bijna overal in Nederland nu nog wordt gedomineerd door het neomodernisme. De vormstudiehal op de Faculteit Bouwkunde noemde ik onlangs een `geheime werkplaats voor Rietveld-vervalsing'. Dit werd mij niet in dank afgenomen, hetgeen mijn bewering bevestigde. Wat dat betreft ligt de bouwpraktijk op het onderwijs voor, als wij zien hoe zo langzamerhand bouwproducten ontstaan die zich ontdoen van het modernisme en proberen meer aan te sluiten op smaken van het publiek. Een problematiek waar het modernisme zich nooit mee heeft ingelaten. Het publiek speelt daar geen rol, het richt zich via de staat tot het volk. Vandaar volkshuisvesting.