Afgewend van de overvolle wereld

Zeven jaar na haar roman Ave verum corpus/Gegroet waarlijk lichaam waarmee ze op 23-jarige leeftijd debuteerde, neemt Désanne van Brederode in Mensen met een hobby demonstratief afstand van haar eersteling. Haar hoofdpersoon en alter ego krijgt van haar geliefde te horen dat haar leven steeds meer gaat lijken op `een verdomd slecht boek van weer zo'n vrouw die filosofie heeft gestudeerd, maar nog geen normale zin op papier krijgt.'

Deze opmerking is een genadeloos oordeel over Ave verum corpus, waarin de hoofdrol werd vervuld door een sterk op de schrijfster lijkende jonge vrouw die evenals Van Brederode filosofie studeerde en katholiek was. Ook Lilly Berkenbosch, de hoofdpersoon van deze ouderwets omvangrijke roman is katholiek en hevig geïnteresseerd in filosofie. Na de dood van haar moeder raakt ze in de ban van de onbekende Noorse filosoof Thorwald Hammerson, tot grote ergernis van Tom, de man met wie ze samenwoont. Deze Tom, een succesvolle fotograaf, is ooit bij wijze van grap gepromoveerd op een filosofisch proefschrift. Als Lilly uiteindelijk zo in Hammersons huis-tuin-en-keuken-filosofietjes over liefde, troost en waarheid opgaat, dat ze geen oog meer heeft voor haar omgeving, voegt Tom haar toe dat ze wegens gebrek aan zelfkennis nooit een goed boek zal schrijven. Voor de echte Désanne van Brederode geldt dat niet, want haar tweede roman is wel degelijk geslaagd en zowel stilistisch als inhoudelijk een grote stap vooruit vergeleken bij haar debuut.

Het belangrijkste verschil tussen Ave verum corpus en Mensen met een hobby (zo noemt Tom personen die menen dat het leven moet kunnen samenvallen met een sluitende theorie) is dat Van Brederode haar nieuwe protagoniste minder serieus neemt dan de vorige. Er is ruimte voor zelfspot, overdrijving en humor. Ze zet Lilly neer als een bijna dertig-jarige labiele vrouw die emotioneel gezien in haar puberteit is blijven steken. Wellicht heeft de dood van haar moeder van wie ze maar niet kan loskomen daar iets mee te maken. Wat verder een rol speelt is dat Lilly na twee miskramen heeft moeten vaststellen dat het moederschap voor haar niet is weggelegd. Ook ziet het er niet naar uit dat ze haar grote ambitie, een boek schrijven, zal waarmaken, want al haar vruchteloze gefilosofeer levert zelden een interessante gedachte op

In wezen is Lilly, dochter van een uitgetreden jezuïet en een New Age-adepte, de karikatuur van een filosofisch angehaucht gansje, afkomstig uit de strip waarvoor zij wekelijks de teksten verzint en optekent in tekstballonnetjes. Maar Mensen met een hobby zit zo geraffineerd in elkaar dat de karikaturale trekjes ervan aanvankelijk niet opvallen. Het kostte mij althans vele hoofdstukken lang geen enkele moeite Lilly voor vol aan te zien, haar manier van denken origineel te vinden en bewondering te hebben voor haar rake typeringen en fraaie beelden.

Hoewel al vrij snel duidelijk is dat er met de obscure, aan Kierkegaard verwante filosoof Hammerson iets vreemds aan de hand is, blijkt pas uit de laatste bladzijden van het boek hoe de vork precies in de steel zit. Daardoor krijgt de roman enige suspense, al heeft Van Brederode teveel de neiging alles uit te leggen en vooral eindeloos uit te schrijven, wat ten koste gaat van de spanning. Het komt erop neer dat de dweepzieke Lilly per ongeluk in de maling wordt genomen met haar filosofenidool, waarbij haar partner Tom op een krankzinnige manier in zijn eigen mes loopt.

Lilly's probleem is dat ze voortdurend probeert na te denken over abstracties als moed, trouw, verlies en angst zonder dat ze over het daarvoor benodigde instrumentarium beschikt. Vandaar dat ze zo gecharmeerd raakt van Hammerson die ook voor amateur-filosofen te begrijpen is. Ze is verliefd op een door een anonymus geschreven biografie van de eclectische Noorse denker waarin fragmenten uit zijn werk zijn opgenomen die in Mensen met een hobby de hoofdstukken inleiden. Vervolgens wordt per hoofdstuk uitgewerkt hoe Lilly Hammersons denkbeelden over ideaal en werkelijkheid, kunst en leven, macht en onmacht toepast. Hammerson wordt haar profeet, zijn biografie haar bijbel.

Celibatair

Ze probeert zoveel mogelijk volgens Hammersons ethiek te leven (zuiver, afgewend van de wereld, bij voorkeur celibatair), waardoor ze ten slotte haar greep op de werkelijkheid verliest. Haar vader heeft met meer succes precies de omgekeerde weg bewandeld, evenals Huub Oosterhuis met wiens teksten Lilly is grootgebracht en die ze als studente ook persoonlijk heeft leren kennen. Net als hij zoekt Lilly `naar zuiverheid in taal en beleving'.

Oosterhuis is een van de weinige personages die onder hun echte naam worden opgevoerd. Anderen, zoals de door Lilly zeer bewonderde `kunstpaus' Maurits Müller, lijken soms op bestaande schrijvers en critici die elkaar regelmatig ontmoeten in een etablissement dat veel weg heeft van een bekend semi-literair café in Amsterdam. Wat de functie is van Müllers uitgebreide rol in Mensen met een hobby, blijft schimmig. Enerzijds lijkt hij op Lilly, anderzijds is hij in vrijwel alles haar tegenpool. Ook hij is verliefd op een boek, alleen niet op een boek met ideeën maar op een schetsboek van William Turner `omdat het zo stil, zo zonder woorden getuigde van de waarheid'. Evenals Lilly tobt Maurits over het ontbreken van nageslacht en hoewel hij er niet in slaagt om het in de praktijk te brengen, beweert hij gekozen te hebben voor een celibatair bestaan.

De twee leren elkaar kennen tijdens een etentje in een modieus Amsterdams restaurant waarvan Lilly vermoedt dat er veel over joden gepraat wordt omdat joden in de mode zijn. `Met lede ogen zag Lilly de jodenmode aan', schrijft Van Brederode over haar hoofdpersoon, die het roomse antisemitisme kennelijk met de paplepel is ingegoten. In gedachten (ze spreekt het niet uit) laat ze zonder enige aanleiding allerlei bekende vooroordelen tegen joden de revue passeren. Eén van de redenen voor haar woede blijkt te zijn `dat de joden Christus niet erkennen als Messias'. Mensen die er zulke ideeën op na houden lijken me niet representatief voor de culturele en intellectuele Amsterdamse kringen waarin het boek zich afspeelt. Voor een geloofwaardige zedenschets van dergelijke hoofdstedelijke milieus kan Mensen met een hobby dan ook niet doorgaan, maar ik heb niet de indruk dat dit Van Brederode's bedoeling is geweest.

Het is in Mensen met een hobby nooit helemaal duidelijk wat parodie, spot of scherts is en wat voor serieus moet worden gehouden. Met dit vrij doorzichtige trucje maakt Van Brederode zich onkwetsbaar; de ironie maakt het onmogelijk haar als auteur aan te spreken op de vaak bizarre ideeën van haar personages. Vast staat wel dat Lilly het leven te ernstig neemt en daar gestoord van raakt. Op haar amateuristische manier piekert ze zich suf in lange, meanderende zinnen met een overvloed aan beelden waarin Van Brederode haar onmiskenbare literaire talent kan botvieren. Niet alleen de zinnen puilen uit, ook het verhaal is zwaar overladen en waaiert vooral als het de binnenwereld van Lilly betreft alle kanten uit. Dit resulteert met regelmaat in tergend traag, soms stroperig proza. Het verrassende effect daarvan is dat gedachtenstromen, met alle associaties, herinneringen, angsten en emoties die daarbij horen letterlijk lijken te zijn weergegeven, alsof er in de hersenpan van Lilly futuristische opname-apparatuur is aangebracht. Niet voor niets verwijst Van Brederode nadrukkelijk naar Proust en Joyce wier `monologue interieur` en `stream of consciousness' ze met verve gebruikt. Vooral de succesvolle toepassing van deze ingewikkelde literaire technieken maakt Mensen met een hobby tot een hoogst intrigerend en knap boek.

Désanne van Brederode: Mensen met een hobby. Querido, 404 blz. ƒ45,-