Waarom Bush van Kyoto af wil

Wat is Kyoto en waarom wil George W. Bush er van af?

Tijdens zijn verkiezingscampagne zei George W. Bush dat hij het klimaat in Washington wilde veranderen. ,,We hebben ons toen niet gerealiseerd dat hij het échte klimaat bedoelde.'' Het was een zuur grapje waarmee de leider van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden, Dick Gephardt, gisteren reageerde op het besluit van Bush om `Kyoto' niet uit te voeren. In Kyoto zijn in 1997 afspraken gemaakt over het terugdringen van broeikasgassen die leiden tot de opwarming van de aarde.

Een akkoord waarbij het grootste deel van de wereld niets hoeft te doen, ,,is niet in het belang van dit land'', zei een woordvoerder van het Witte Huis. Dat is inderdaad een teer punt. In de Japanse stad Kyoto is afgesproken dat de geïndustrialiseerde landen uitstoot van broeikasgassen voor 2012 zullen verminderen met ruim 5 procent ten opzichte van 1990. Ontwikkelingslanden blijven buiten schot. Voor een land als Tsjaad is dat wel uit te leggen, maar voor China – een van de snelst groeiende economieën – wordt dat lastiger.

Het enthousiasme, en ook de verbazing, was groot toen in Kyoto een akkoord werd bereikt. Maar na het eerste enthousiasme stokte de voortgang. Het akkoord was weliswaar ondertekend, maar van ratificatie kwam niets terecht. De Amerikaanse Senaat sprak zich met 95 tegen 0 stemmen uit tegen ratificatie, Europa schoof ratificatie, naar het heette om strategische redenen, voor zich uit. Verdere onderhandelingen zijn tot nu toe op niets uitgelopen. Er is dan ook weinig reden om aan te nemen dat geheel nieuwe onderhandelingen, zoals Bush zegt te willen, nu ineens wel zouden lukken.

Intussen volgen verontrustende rapporten van de IPCC, de VN-organisatie die onderzoek doet naar klimaatverandering, elkaar in rap tempo op. Als de wereld zo doorgaat, is de conclusie, stijgt de gemiddelde temperatuur op aarde mogelijk met 1 tot 6 graden. De zeespiegel zal zodanig stijgen dat kleine eilanden voor hun voortbestaan moeten vrezen. Delen van de aarde zullen uitdrogen, andere krijgen juist te kampen met overvloedige neerslag. De sneeuwgrens op bergtoppen kan drastisch omhoog gaan en gletsjers – van levensbelang als zoetwaterbronnen – worden steeds kleiner.

Het probleem van maatregelen tegen het broeikaseffect is, dat ze heel veel geld kosten (schattingen gaan uit van minimaal 2 procent van het bruto nationaal product) en dat de resultaten pas op termijn en ook nog vooral in ontwikkelingslanden zichtbaar zullen zijn. Geen thema dus waarmee een politicus zich populair maakt.

Maar misschien is het geld niet eens het belangrijkste. Amerika is in zijn eentje verantwoordelijk voor een derde van de CO2-uitstoot. Om daar verandering in te brengen volstaan technologische oplossingen niet, maar zullen mobiliteit en energieverbruik omlaag moeten. Anders zouden ze Californië op den duur nog wel eens veel meer elektriciteit nodig kunnen hebben om al die air conditioners te laten draaien.