Vissoorten

De onbekendheid van de consument met vissoorten biedt de vishandel de gelegenheid te goochelen met productnamen. En dat mag niet, want, zegt de Keurings- dienst van Waren, iedere vorm van misleiding is verboden. Een paar voorbeelden van deze misleiding.

VICTORIABAARS

Deze vis heet eigenlijk nijlbaars, maar dat roept negatieve associaties op aan de warme, modderige stroom die bekend staat om zijn parasieten die argeloze zwemmers nare infecties opleveren. `Victoriabaars' klinkt veel frisser, omdat dit doet denken aan de Victoriawatervallen. De nijlbaars is tevens eind jaren vijftig in het Oost-Afrikaanse Victoriameer uitgezet, waar hij de inheemse vissoorten uitmoordde.

ZALMFOREL

De naam suggereert een soort kruising tussen forel en zalm – zoiets als snoekbaars, wat overigens geen kruising maar een aparte soort is. Maar de zalmforel is een gewone forel die wat langer in de kweekbakken blijft – vandaar het forsere formaat – en zijn zalmkleur dankt aan toevoegingen in het voer. Deze kleuring is afkomstig van de `verf' astaxantine, van caroteenrijk voedsel en van doorgedraaide garnaaltjes.

ZEEPALING

Paling is bijna onbetaalbaar. De niet-bestaande vis `zeepaling' – de congeraal is een ander dier, de gewone paling kan ook in zee worden gevangen – lift lekker mee op dat dure imago. Met `zeepaling' wordt echter altijd haai, meestal doornhaai bedoeld. En aangezien dat als een inferieure vis wordt beschouwd, was een verbloemende naamsverandering vanuit commercieel oogpunt hard nodig. In Groot-Brittannië is, om dezelfde economische redenen wel sprake van rock-salmon, een alias van de hondshaai.

SCHILLERLOCKEN

Ook deze benaming verhult de kwalijke bijnaam van haaien. De crypto-authentieke typering `lokken van Schiller' staat voor zijn lange repen gerookt haaienvlees.

BOTERVIS

,,De nieuwe kabeljauw'' staat er op een bordje bij de visboer vaak bij matgele filets `botervis'. Maar diezelfde visboer, noch bijvoorbeeld bedienend personeel in restaurants kan vertellen wat die vis nu precies is. De Néderlandse botervis, een klein diertje dat in de Noordzee voorkomt, is het in ieder geval niet. ,,Hij komt uit het Caraïbische gebied en uit China. Daaromtrent'', weet een groothandelaar. De botervis is, aldus de uitleg van het Nederlands Visbureau, een generieke term voor naar liefst drie vissoorten. De meest voorkomende is de `Duitse' Butterfisch die als bijvangst van de tonijnvisserij in zuidelijk Afrika aan wal wordt gebracht. De tweede is de Surinaamse botervis, een klein beestje dat vooral in Surinaamse marktstallen is te vinden. En de laatste is de Amerikaanse butterfish, ook een klein visje.

SURIMI

Surimi is de benaming die de oude Japanners aan flauwe vis gaven waaraan een extra smaakje was gegeven. En het moet gezegd: het is met die vezelige structuur en die rozige buitenkant net écht krabvlees. Maar het is eigenlijk spotgoedkope koolvis, voorzien van synthetische geur-, kleur-, smaak- en zoetstoffen. De oervorm lijkt dus op krab, maar er is ook `kreeft', er zijn oceansticks, crabsticks en zogeheten pink-garnalen, in gamba-vorm gestanst eiwit. Er zijn zelfs zoveel smaken dat tegenwoordig surimi naturel in de schappen ligt, maar dat is dus per definitie onzin.