VISSERIJOORLOG

Ooit heeft zelfs de NAVO zich met vis beziggehouden. Dat was tijdens de zogenoemde kabeljauwoorlogen tussen IJsland en het Verenigd Koninkrijk, in de jaren zeventig. Het conflict begon in 1972 toen IJsland zijn visserijzone uitbreidde van 12 tot 50 mijl van de kust. Binnen dit gebied mochten alleen IJslandse vissers nog hun beroep uitoefenen.

Drie jaar later was het weer raak, toen IJsland eenzijdig na een zeerechtconferentie van de Verenigde Naties zijn visserijzone verder uitbreidde tot 200 zeemijl (370 kilometer). Vooral de Britten kwamen in het geweer tegen deze maatregel, maar ook vissers uit andere landen stoorden zich niet aan het IJslandse beleid. Zo voer een IJslandse patrouilleboot de netten kapot van een Duitse visser die in de zone zijn werk deed.

In december kwam het tot verder geweld. De IJslandse marine opende toen het vuur op het Britse schip Aquarius. Ook kwam het veelvuldig tot aanvaringen tussen Britse en IJslandse schepen. Enkele weken eerder had het Verenigd Koninkrijk al marineschepen naar de 200-mijlszone gestuurd.

In januari 1976 besloot NAVO-secretaris-generaal Joseph Luns te bemiddelen in het conflict. Zijn eerste doel was te voorkomen dat IJsland zich terugtrok uit de NAVO en de diplomatieke betrekkingen met Londen verbrak. Dat laatste dreigde IJsland te doen als de Britse marineschepen niet uit de 200-mijlszone zouden vertrekken. De Britten vertrokken aanvankelijk inderdaad, maar tot een akkoord kwam het niet. Het conflict verhevigde. Pas in juni 1976 bereikten de landen overeenstemming: nog een beperkt aantal vissers mocht binnen de zone vissen. Vanaf december dat jaar zouden de Britten helemaal niet meer in de zone komen. De inderdaad verbroken betrekkingen werden hersteld.