Tring Tring

Een mobiele telefoon! Vanaf alle tafeltjes in de serre kijken de andere gasten verstoord uit hun boek op. Ai, dat hadden we moeten aanvoelen. Een mobiele telefoon is hier een apparata non grata. De andere conventies in hotel Brull in het Zuid-Limburgse Mechelen hadden we snel door. Omstreeks half zeven nam iedereen plaats aan zijn vaste, genummerde tafel en om vijf voor acht was de eetzaal in een mum van tijd leeg. De meeste gasten bleken zich in de salon met een kopje koffie voor de televisie te hebben geschaard om het acht uur journaal te bekijken. Onmiddellijk na afloop ging de televisie uit en pakten de gasten hun boek weer op. Een goed boek ongetwijfeld, want er worden hier geen flutromannetjes gelezen. Het komt me voor dat hier niet zozeer het mondaine, als wel het intellectuele deel der natie verkeert. Het gastenbestand is gemengd van samenstelling, maar afgezet tegen de totale Nederlandse bevolking is er, althans tijdens een van de laatste winterweekeinden, sprake van enige oververtegenwoordiging van vrouwelijke 65-plussers.

Hotel Brull in Mechelen is het laatste hotel in de driedelige reeks `Wat wil de lezer'. Eerder bezochten we Het Roode Koper in Leuvenum en Doldersum in Doldersum, ook hotels die me meer dan eens door lezers van harte zijn aanbevolen.

Wat wil de lezer? In elk geval rust: Brull ligt aan de rand van de dorpskern en aan de achterzijde zien de kamers, de eetzaal en een van de serres uit over het Limburgse land. En de lezer wil een hotel met een eigen karakter, goed verzorgd, eerder degelijk comfortabel dan luxueus, geen anonieme schakel in een keten, maar een zaak gedreven door een herkenbaar aanwezige familie. Hotel Brull is door de grootouders van de huidige eigenaresse begonnen in een Limburgse hoeve. De doorgang achter de grote groene toegangspoort leidt naar de binnenplaats die aan twee zijden nog wordt begrensd door de karakteristieke vakwerkmuren. De daar tegenoverliggende gevels zijn van de hoteluitbreidingen uit latere jaren.

Ook een persoonlijk onthaal en dienstvaardigheid worden door de lezers gewaardeerd. In hotel Brull komt mevrouw zelf ons welkom heten. Als we laten vallen dat we nog een bezoekje aan Aken willen brengen, krijgen we spontaan tips over de juiste route, een aanbeveling voor de beste parkeergarage en suggesties voor aantrekkelijke bezienswaardigheden. Naast deze tailor-made adviezen zijn er het hele jaar door geheel verzorgde arrangementen. Kunst, cultuur, muziek, landschap en spiritualiteit voeren daarin de boventoon, ontdekken we bij het lezen van het overzicht in Brulletin, het huisorgaan van het hotel. Zo bieden arrangementen de gelegenheid schilderles te nemen, het Orlando-festival bij te wonen, een bloesemtocht te maken, de Oosterse cultuur te leren kennen en tuinen te bezoeken. En het is zelfs regelmatig mogelijk een optreden van eigenaar en kok Jo Kockelkoren als bariton mee te maken.

De zangkunst van de kok hebben we niet mogen ondergaan, maar zijn kookkunst wel. Elke ochtend ligt op de ontbijttafel naast een suggestie voor een uitstapje het menu voor de avond. Mocht er iets bij zijn waar je niet van houdt, dan is het moment daar om in overleg met de kok te treden.

De avondmaaltijd heeft in hotel Brull een huiselijk karakter. Zo wordt de soep vanuit een terrine aan tafel opgeschept. De kwaliteit overstijgt de huiselijke zondagse keuken. In gerechten als soep van komkommer en koriander, vis op een bedje van pasta, tomaat en basilicum, bavarois van geitenkaas en een bladerdeegbol gevuld met roerbakgroente zien we mediterrane invloeden en een enkel oosters accentje. De gevarieerde menu's voor de andere dagen die we onder ogen krijgen, bevestigen de indruk dat het hier culinair best een weekje uit te houden is.

Waar in andere hotels de lounges, bars en salons een kwijnend bestaan leiden, bloeit in hotel Brull het semi-openbare leven. Dames op leeftijd roken stijlvol een sigaar in de serre, lezen de krant in de tuinkamer en converseren in de salon over onlangs bezochte tentoonstellingen, de heilzaamheid van een middagdutje en de teloorgang van het onderwijs.

Toch is er op de kamers weinig aan te merken. Ze zijn in Engelse stijl ingericht. Dat betekent bloemen en pauwen, maar gelukkig met mate, op gordijnen en behang. Onze kamer, met een slaap- en een zitgedeelte, gedecoreerd in verschillende tinten blauw, moet onlangs zijn opgeknapt. Alles ziet er verzorgd en fris uit. We betalen er als half-pensiongasten ƒ147,50 per persoon voor. Ten faveure van een optimaal slaapcomfort kunnen de gasten van hotel Brull bij het reserveren van een kamer de voorkeur voor dekens dan wel een dekbed uitspreken. Dat is pas service, ik heb al vele hotelnachten onder een te warm dekbed doorgebracht.

Onze faux pas met de mobiele telefoon lijkt ons vergeven en conform de lokale zeden brengen we een deel van de avond door in een weldadig kalme sfeer in de salon. Er staat een grote kast met boeken, in de open haard annex tegelkachel hangt een glimmend gepoetste koperen ketel. De Friese staartklok tikt. Aan de muur hangen landschappen, dorpsgezichten, de jonge Wilhelmina en een aantal andere portretten. Misschien een eerbetoon aan de stichters van het hotel of aan gasten die hier al heel lang komen. Want zo'n hotel is het wel, waar de gasten heel lang blijven terugkomen.