Overheid laat digitale wapen in MKZ-strijd onbenut

De MKZ-crisis maakt voor alles duidelijk dat de burgers zich nauw betrokken voelen bij de politiek en dat ze gehoord willen worden. De manier waarop verschilt van vroeger tijden: communicatie gaat nu via het internet. Ten onrechte wendt de overheid digitale doofheid voor, meent Steven de Winter.

De monarchie wankelt, de beurzen storten in, het volk strijdt schouder aan schouder tegen de hoge heren uit Brussel die, zonder enige democratische controle, wetten hebben uitgevaardigd, waarmee zij ons land volledig in hun greep hebben gekregen.

De revolutie is begonnen. Niet de revolutie van de jaren '60 met de gedroomde coalitie van arbeiders, boeren en studenten. Het is de revolutie van de digitale mondigheid. Terwijl bij de argeloze waarnemer, op grond van wat de kranten berichten, de mening zou kunnen postvatten, dat het internet alweer dood is voordat het ooit echt tot leven is gekomen, groeit en bloeit en lééft het web als nooit tevoren.

Burgers, boeren en buitenlui buiten de mogelijkheden van het internetten ten volle uit. Ieder moment ontstaan overal MKZ-actie-sites zoals de links op <http://www.mondenklauwzeer.nu>. Tegelijk bestaat tussen de talloze MKZ-webmasters een levendig onderling contact. Men helpt elkaar, wisselt ideeën uit, plaatst links van en naar de ander. Online discussieert iedereen met iedereen.

Natuurlijk gaat het vaak over het non-vaccinatiebeleid en of Nederland daaraan desnoods eenzijdig een eind moet maken. Maar het debat is het one-issue-protest allang ontstegen. De thema's worden steeds breder: intensieve veeteelt, natuurbeheer door ex-boeren, democratie en EU, onze eigen democratie, et cetera. Binnen een week is aldus een hechte, betekenisvolle virtual community van mondige burgers georganiseerd.

Het gelijkheidsbeginsel eist dat iedereen voor vol wordt aangezien, dat democratie méér is dan de meeste stemmen gelden. Het web geeft nu iedereen de mogelijkheid om gehoord te worden. De democratie wordt opnieuw uitgevonden. Daarmee zouden de bestuurders in hun nopjes moeten zijn. Het tegendeel is waar: de overheid moet het internet als communicatiemiddel eerst nog (willen) ontdekken.

Als je niet precies weet dat de veeteelt valt onder het `ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij', kun je niet bedenken dat je dit `dus' afkort als `min lnv' en kom je niet zomaar bij <http://www.minlnv.nl>. Want alleen daar staat, wat het ministerie (de commandopost in deze tijd van oorlog) over MKZ heeft te melden.

Waarom niet, naast <http://www.minlnv.nl> het domein <www.ministerievanlandbouw.nl> registreren? Die domeinnaam is nog steeds vrij. In tijden van crisis is het extra belangrijk dat de overheid iedereen zo goed mogelijk informeert. Dan mag er geen enkele onduidelijkheid bestaan over de plek waar informatie gevonden kan worden, en waar burgers met prangende vragen terecht kunnen. Voor de hand zou liggen een MKZ-domeinnaam. Kennelijk is niemand in Den Haag op dat idee gekomen.

En als de burger die – overigens mooi vormgegeven – site van het ministerie eindelijk gevonden heeft, wil die misschien wel een mailtje naar de minister sturen. Sorry, van mail worden ministers erg zenuwachtig. Minister Jorritsma schrok zich een hoedje toen haar nog niet zo lang geleden, tijdens een radio-interview naar haar e-mailadres werd gevraagd. Bij de meeste sites van de centrale, provinciale en gemeentelijke overheden is virtueel direct in contact treden met de bestuurders niet of nauwelijks mogelijk.

Minister Van Boxtel (Grotestedenbeleid) voert dus een eenzame strijd. Zijn ongetwijfeld goede bedoelingen zullen door zijn collega's waarschijnlijk niet begrepen worden. Maar ook voor de wat meer ingewijden in de wereld van het internet, is zijn beleid soms verrassend. Onlangs maakte de minister bekend dat hij achttien miljoen gulden gaat betalen om in Eindhoven/Helmond, Enschede en Den Haag alle gemeentelijke diensten elektronisch aan te bieden. Zes miljoen gulden per gemeente. Dat lijkt rijkelijk veel.

Tegelijk maakte de minister bekend dat kleinere gemeenten een subsidie van vijfentwintigduizend gulden kunnen krijgen voor het laten bouwen van een website. Dat is weer onbegrijpelijk weinig. Want voor dat bedrag kan niet eens een fatsoenlijk content management-systeem als motor achter de site geplaatst worden. Daarom zullen de kleinere gemeenten uiteindelijk veel duurder uit zijn.Immers, zodra de site uitgebreid, aangepast, of aan een database gekoppeld moet worden, of gewoon een wat anders ogend jasje aan moet, is het helemaal opnieuw bouwen van de site meestal goedkoper dan aanpassen. Met een op XML (de lingua franca van het internet) gebaseerd content management-systeem kosten dergelijke veranderingen bijna niets. Alleen zal een gemeente de eerste keer circa een ton moeten begroten [exclusief server- en hostingkosten].

Kenniswijk <http://www.kenniswijk.nl> is ook zo'n ontzettend bedacht concept, een soort blauwdruk waarmee men denkt alle webcommunicatieproblemen van alle gemeenten in één keer te kunnen oplossen. D66-Kamerlid Bert Bakker had vorig jaar nog geopperd dat tweehonderd miljoen gulden in Kenniswijk moest worden gestoken.

In al die prestigieuze projecten blijft het internet vooral een veilig distributiemedium. Juist interactiviteit onderscheidt het internet echter van andere communicatiemedia. Op het internet kun je iets terugzeggen, de wethouder met lastige vragen bestoken, meedenken over de inrichting van het nieuwe plein voor het raadhuis, een mailtje naar de minister sturen. Interactiviteit faciliteert de bemoeizucht en dat maakt veel bestuurders bang. Jammer, want, mits goed gebruikt, biedt het internet geweldige kansen om de democratie weer terug te brengen tussen de schuifdeuren.

Als de MKZ-crisis één ding duidelijk maakt, is het wel, dat de burgers zich wel degelijk zeer nauw bij de politiek betrokken voelen, dat ze gehoord willen worden. Die tekenen van betrokkenheid komen voor het kabinet natuurlijk op een buitengewoon ongelegen moment. Want het staat van meet af aan vast, dat de minister het morrende volk niets zal kunnen bieden.

Brussel maakt de dienst uit. Het vertrouwen in `het bestuur' is na Enschede en Volendam al tot een dieptepunt gedaald. Zelfs de schijn van een (alweer) falende overheid kan Den Haag zich dus niet veroorloven. Maar digitale doofheid, als antwoord op de revolutie van de digitale mondigheid, zal het tij niet keren.

Steven de Winter is mede-oprichter/directeur van Notion pictures & net/Webcommunicatie

sdw@notion.net.