Onzekerheid rond dé jager voor de 21ste eeuw

Met de verkiezing van George W. Bush tot president van de VS dreigt de bouw van de Joint Strike Fighter, hét gevechtsvliegtuig voor de 21ste eeuw, gevaar te lopen. Fabrikant Lockheed Martin bagatelliseert de onrust.

De verkiezing van George W. Bush leek een positieve ontwikkeling voor de Amerikaanse defensie-industrie. Maar de voortvarende vernieuwingsdrift van de juist aangetreden regering veroorzaakt ook onrust. Want Bush heeft al aangekondigd ,,generaties wapentechnologie'' te willen overslaan. Zo zou het programma voor de bouw van de Joint Strike Fighter, JSF, waarop defensiereuzen Boeing en Lockheed Martin azen, gevaar lopen.

Juist deze JSF geldt als favoriet voor de opvolging van de verouderende vloot F-16's van de Koninklijke Luchtmacht. De andere, minder kansrijke kandidaten, met name de Eurofighter Typhoon en de Rafale van het Franse Dassault, hebben deze onzekerheid, vanzelfsprekend, met grote instemming ontvangen. In een poging de levensvatbaarheid van het JSF-program te onderstrepen, stuurde Lockheed Martin onlangs Tom Burbage, general manager JSF, naar Nederland.

Burbage: ,,We waren verontrust over alle retoriek betreffende aanstaande veranderingen in het Pentagon.'' Maar zo'n vaart zal het volgens hem met die revolutionaire ideeën niet lopen. Alle praatjes ten spijt, de nieuwe minister van Defensie, Donald Rumsfeld, heeft ook te maken met een militair establishment, zegt Burbage. Je moet het zo zien, zegt hij, Rumsfeld is op dit moment nog ,,in training.'' Dus hij heeft weinig recht van spreken. Het is volgens Burbage moeilijk voorstelbaar dat de JSF alsnog zal sneuvelen, omdat er al zoveel geld aan is uitgegeven.

Wil de Nederlandse industrie meedoen met de verdere ontwikkeling van de JSF – entree-kosten: één miljard dollar – dan moet het kabinet daartoe in de herfst het besluit nemen. Aangezien `Den Haag' nu al het voorbereidende werk hiervoor doet, zijn de gegadigde vliegtuigbouwers via lobbyisten op dit moment zeer actief. Het is dan ook niet toevallig dat Burbage juist nu naar Den Haag kwam.

Hij heeft harde militaire en economische argumenten. ,,De Amerikaanse en Britse strijdkrachten kunnen gewoon niet om de JSF heen.'' Het huidige materieel moet worden vervangen. ,,Ik mag je erop wijzen dat de Britse minister van Defensie Geoffrey Hoon nog afgelopen week bij een bezoek aan de VS tegen Rumsfeld heeft gezegd dat de JSF de spil is van toekomstige luchtoperaties in coalitie-verband en dat het program gehandhaafd moet blijven '' Rumsfeld antwoordde Hoon overigens dat hij niet kon beloven dat de JSF gespaard zou blijven.

Het veel gehoorde motief dat de VS zich niet én een op stapel staande F-22 luchtverdedigingsjager, én het nieuwe F-18E/F marinetoestel, én een JSF kunnen veroorloven, legt hij naast zich neer. Hij ziet de noodzaak van het invoeren van het nieuwe toestel prevaleren boven het kostenaspect. ,,De taken van de JSF overlappen totaal niet met die van de andere twee toestellen. Er is een duidelijke behoefte.''

Intussen liggen er al meer dan drieduizend vaste Amerikaanse en Britse orders voor het toestel. Andere potentiële klanten zijn er genoeg: Italië, Israel, Turkije, Noorwegen en Singapore hebben belangstelling getoond. Het is juist het exportpotentieel dat participatie van de Nederlandse defensie-industrie interessant maakt. Het JSF-program zou een omvang van zo'n 200 miljard dollar kunnen krijgen. En misschien nog veel meer.

Behalve de existentiële problemen is ook de prijs van de JSF een heikel punt. Het prijsplafond van zo'n dertig miljoen dollar per stuk dat het Pentagon heeft gesteld – voor de versie die de Koninklijke Luchtmacht wil aanschaffen – dreigt niet te worden gehaald. Boeing en Lockheed Martin vechten – high-stakes poker noemt Burbage het – om een winner-take-all contract: de winnaar krijgt de volledig opdracht, de verliezer niets.

Deze competitie is goed voor het drukken van de prijs van deze JSF. Maar niet voor het behoud van de technologische expertise die de Amerikaanse overheid bij allebei de bedrijven wil handhaven met het oog op toekomstige vliegtuigprojecten. Het Pentagon overweegt nu om de order tóch over de twee ondernemingen te verdelen. Het ene bedrijf zou dan de onderaannemer van het andere bedrijf kunnen worden en daardoor kunnen profiteren van de expertise die de bouw van het toestel oplevert. Dit geeft echter logistieke meerkosten waardoor de vastgestelde maximale stukprijs wellicht niet wordt gehaald. Burbage denkt dat het winner-take-all-principe voorlopig zal blijven gehandhaafd. Dat het JSF-program door de vernieuwingsdrift in het Pentagon uiteindelijk een paar jaar opschuift acht hij daarentegen ,,goed mogelijk.''