`Liedjes' van Andriessen

Er zijn redelijk wat componisten die als uitvoerend musicus hun mannetje staan. Er zijn echter maar weinigen die net als Louis Andriessen ook als improvisator uit de voeten kunnen. Van achter de vleugel treedt hij al zo'n anderhalf decennium op als begeleider van stemkunstenares Greetje Bijma.

Het samenwerkingsverband leverde acht jaar geleden de cd Nadir & Zenith op en een tot op de dag van vandaag sporadische reeks concerten. Gisteren trad het tweetal aan in het Rotterdamse theater Lantaren.

Het recept voor het optreden is simpel: er is geen vooraf afgesproken plan, geen thema om op terug te vallen, alleen het instrumentarium staat vast. Iedere opmerking of ingeving kan als kapstok dienen voor wat Andriessen bij herhaling `een liedje' noemt. En dus vormt een blik op het horloge de aanleiding voor een lied over een nachtelijke wandeling, waarin Andriessen Bijma's onomatopeïsche hakkengeklik echoot met venijnige enkele noten. De twee extra lage snaren van de Wösendorfer vleugel zijn het uitgangspunt voor een donkerbruine boogie-woogie met beatbox begeleiding. En Bijma's zwarte jurk, die door de toetsenist als rouwkleding wordt aangemerkt, inspireert tot een treurmars die gaandeweg uit de bocht vliegt.

De improvisatiemogelijkheden lijken haast onuitputtelijk, wat niet in laatste instantie te danken is aan Bijma's extreem elastische stembanden. Het bereik van de zangeres strekt zich uit tussen gorgelend laag en sopraanhoog. Dramatische uithalen met een hoog opera-gehalte wisselt ze in een handomdraai af met een intiem chanson, een vibratorijke jazzballad of een woordloze solo die doet denken aan traditioneel gejodel uit Lapland of Tuvaanse boventonenzang.

Ondertussen sluipt ze over het toneel als betrof het modern ballet en trakteert ze het publiek op een ongekend staaltje gezichtsmimiek. Engels, Frans, Duits, fantasie-Japans behoren tot het door haar gebezigde talenspectrum, maar de vaak grappige teksten zijn slechts een klein onderdeel van het soort ad hoc totaaltheater dat Bijma opvoert.

Andriessen reageert alert op Bijma's suggesties en probeert haar op zijn beurt telkens een andere kant op te duwen. De stevige blokstructuren die zijn composities karakteriseren zijn ook terug te vinden in het vaak robuuste pianospel. En net als in zijn composities verwijst Andriessen als improvisator voortdurend naar andere muziek. Zijn meesterlijk aan elkaar gebreide flarden ragtime, Debussy, dissonante blokakkoorden en swing vormen een muzikaal commentaar op metaniveau. Deze werkwijze is op zich al complex genoeg maar ingebed in een voortdurend van koers veranderende improvisatie, vormt hij het bewijs van absolute virtuositeit.

Concert: Greetje Bijma & Louis Andriessen. Gehoord: 28/3 in Lantaren, Rotterdam.