`Is de trein met de pastor al aangekomen?'

Onder de actievoerders tegen het omstreden castortransport van Duits nuclair afval naar Gorleben zijn opmerkelijk veel antikernenergieveteranen. Christina Hecker nam haar kroost mee. `Ik wil niet dat ze opgroeien als egocentrische zombies'.

Justus Hecker, vier jaar, zit op een akker en vult zijn wintermuts met aarde. Zijn zusjes, vijf en zes jaar oud, drentelen om hem heen. Als een politiehelikopter laag overscheert springt hij op. ,,Zoiets wil ik ook. Met afstandsbediening.'' Moeder Christina lacht. ,,Als je maar niet denkt dat je een groene krijgt.''

Politie-groen is dezer dagen niet populair in het Wendland, het stukje Nedersaksen ten oosten van Lüneburg, waar ruim 15.000 agenten dagen probeerden een omstreden transport van radioactief afval uit Duitse kerncentrales te beveiligen tegen ruim 10.000 actievoerders. Christina leeft mee met de agenten die dag en nacht in de vrieskou actief zijn, maar ,,het blijven vertegenwoordigers van een overheid die niet weet wat ze doet.''

Om Justus heen wemelt het van politiegroen. Honderd meter voor hem, op de spoordijk, proberen agenten in gevechtstenue te verhinderen dat demonstranten de rails opstormen. Achter hem arriveert een colonne politiebusjes met versterking. Op een weiland even verderop rennen agenten achter een groepje boeren die met tractoren de weg geblokkeerd hadden.

Op de vraag of dit wel een plek is voor kleine kinderen, zegt Christina dat dit al de vierde keer is dat ze de strijd tegen de transporten van dichtbij meemaakt en dat ze de gevaren van gevechten in open veld inmiddels kent. Bovendien is het goed voor de kinderen. ,,Ze moeten zien wat er te koop is in de wereld. Ik wil niet dat ze opgroeien als egocentrische zombies.''

Het stoort haar dat veel tieners uit het Wendland alleen maar oog hebben voor muziek en kleding en het nu laten afweten. Het zijn de volwassenen die het plaatselijke verzet in leven houden. ,,Ik ben eigenlijk al een dinosaurus'', zegt de 34-jarige moeder. ,,Vertegenwoordiger van een generatie die er inmiddels archaïsche gewoonten op nahield, zoals zingen rond een kampvuur en discussiëren.''

De meisjes Hecker begrijpen al een beetje wat er speelt rond het zogenoemde castor-transport. Justus is er nog niet helemaal. Hij had die ochtend gevraagd of de trein met die `pastor' al was aangekomen.

Christina Hecker, grijs hoedje, decente make-up, woont niet ver van Gorleben waar het afval wordt opgeslagen in een speciaal depot. Ze heeft er een kleine boerderij en exploiteert vakantiewoningen. Ze sympathiseert met de acties, maar neemt niet deel. ,,Een moeder kan zich geen letsel veroorloven.''

Geroutineerd somt ze haar bezwaren op. De containers zijn niet veilig en ook de bovengrondse opslag in Gorleben is ongeschikt. De grote hal is ,,misschien geschikt voor de opslag van aardappels maar niet voor het levensgevaarlijke afval.'' Bovendien is het transport het uitvloeisel van ,,failliet beleid''. Kernenergie heeft geen toekomst omdat het te gevaarlijk is en er afval overblijft waar niemand raad mee weet.

Wel, zegt ze, moet Duitsland zich aan contractuele verplichtingen houden en het afval dus volgens afspraak uit Frankrijk terughalen. Waar het afval dan heen moet, weet ze ook niet. ,,Maar de eerste logische stap is het stilleggen van de centrales zodat er niet nog meer afval komt.'' Het principebesluit van de rood-groene coalitie om op een termijn van 35 jaar met kernenergie te stoppen, is haar nog veel te vaag. ,,Lippendienst aan het verzet, meer is het niet.''

Voor de relschoppers die voortdurend op de vuist gaan met de politie heeft ze geen goed woord over. Vreedzame bezettingen van het spoor acht ze wel geoorloofd. Dat jaagt de kosten van het transport op. Alleen via de financiën kan de regering tot inkeer worden gebracht. Aan een beroep op gezond verstand gelooft ze al lang niet meer.

De meisjes eten intussen chocolade paaseitjes. De papiertjes komen ze ongevraagd inleveren. Waarom? ,,Een akker is geen vuilnisbak'', joelen ze in koor. Zo wil Christina Hecker het zien.