Huil voor mij, Argentina

Afgelopen weekeinde werd de Argentijnse coup van 24 maart 1976 herdacht met demonstraties in Buenos Aires. In Nederland stonden tv-programma's uitvoerig stil bij de staatsgreep in een ver land en een kwart eeuw geleden. Met dank aan Máxima Zorreguieta, die haars ondanks bereikt heeft dat hier een golf van belangstelling voor de trieste recente geschiedenis van haar land is ontstaan.

De zaak-Z is het nieuwe nationale ijkpunt voor politieke correctheid. De PvdA staat al vijfentwintig jaar achter de `Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo', dramatiseerde Ad Melkert kort geleden op het PvdA-congres. Het was zijn manier om de internationale solidariteitsvleugel in zijn partij te apaiseren en te onderstrepen dat hij, de kille machtspoliticus, wel degelijk emotioneel kan doen. Maar het waren holle woorden en even deed Melkert denken aan Juan Perón.

Een ander Argentijns jubileum heeft minder aandacht getrokken. Tien jaar geleden introduceerde Domingo Cavallo, minister van Economische Zaken onder de flamboyante peronistische president Menem, zijn draconische plan om de hyperinflatie te beteugelen.

Er kwam een nieuwe munt waarvan de waarde bij wet was gekoppeld aan die van de dollar. Voor iedere peso in omloop moest de centrale bank een dollar in zijn reserves aanhouden. De dollar-peso koppeling was een monetaire dwangbuis, te vergelijken met de gouden standaard, om de inflatie uit de economie te wringen. Het succes was overweldigend. Voor het eerst in mensenheugenis beleefde Argentinië een periode van waardevast geld. De economie veerde op en Menem werd vier jaar later op een golf van optimisme herkozen.

Helaas. De koppeling aan de dollar werkte midden jaren negentig in Argentinië's voordeel omdat de dollar zwak was en de rente laag stond. Maar toen de dollar in koers begon te stijgen en de Amerikaanse centrale bank de rente verhoogde, was Argentinië machteloos. Toen ook nog Brazilië, de belangrijkste handelspartner, zijn munt devalueerde, begon Argentinië zich uit de markt te prijzen. De Argentijnse economie kwam terecht in een spiraal van deflatie en was niet in staat zich daaraan te ontworstelen. Er begon een recessie die nu al 33 maanden duurt.

Eind 1999 trad een nieuwe president aan, Fernando de la Rúa, een fatsoenlijke man maar een zwak politicus, en een nieuw economisch team dat spoedig herstel in het vooruitzicht stelde. De crisis hield aan. In de loop van 2000 begonnen de gebeurtenissen te escaleren. Onder druk van de financiële markten leek Argentinië de koppeling aan de dollar te moeten loslaten. Het IMF schoot te hulp met een krankzinnig groot bedrag, 40 miljard dollar (100 miljard gulden), om de peso overeind te houden. Bezuinigingsplannen liepen vast in maatschappelijke weerstand. Begin maart trad de minister van Economische Zaken af. Zijn opvolger hield het na twee weken alweer voor gezien. De regeringscoalitie wankelde. Mensen haalden uit voorzorg hun spaargeld van de bank en de kapitaalvlucht wakkerde aan. Er dreigde een klassieke financiële paniek.

De magiër van weleer werd van stal gehaald. Domingo Cavallo, de held van de peso-dollarconvertibiliteit, trad vorige week opnieuw aan als minister van Economische Zaken. Hij is de laatste hoop om het vertrouwen in de economie te herstellen. Het Congres heeft hem haastig verregaande volmachten gegeven om zijn `concurrentieplan' uit te voeren.

Cavallo staat bekend als harde heelmeester. Pikant detail voor Nederland: hij was 53 dagen president van de centrale bank in de nadagen (1982) van de militaire dictatuur. Het saneringsprogramma dat hij in 1991 doorvoerde, was veel radicaler dan dat van José Martínez de Hoz, de superminister van Economische Zaken tijdens het terreurbewind van generaal Videla en de politieke baas van Jorge Zorreguieta. Martínez de Hoz geloofde in een stapsgewijze waardedaling van de peso (de zogenoemde tablita, een schema voor geleidelijke devaluaties). Zijn beleid eindigde in een ineenstorting van de peso.

Wat zijn de kansen dat Cavallo's rigide wisselkoersstelsel uit 1991 de huidige crisis overleeft? Zonder eigen monetair beleid kan Argentinië zijn concurrentiepositie slechts verbeteren door deflatie. Overgewaardeerde munten, zoals de peso, hebben hun nut om inflatie te bestrijden, maar zijn op de lange duur onhoudbaar. Ze bevorderen de import van goederen en wurgen de export. Ze maken vakanties in het buitenland goedkoop. Ze leiden tot financiële speculatie, stijging van de buitenlandse schuld en kapitaalvlucht. Het is een droombeleid voor de elite met geld, die zich rijker waant dan ze is, en een ramp voor het volk dat in inkomsten achterblijft.

Afgezien van een koersdaling van de dollar (onwaarschijnlijk), heeft Argentinië drie mogelijkheden: doorgaan met bezuinigingen, devalueren van de munt of onderhandelen over uitstel van betaling. De eerste optie betekent voortzetting van de recessie, de tweede en de derde een nieuwe financiële crisis.

Een Argentijnse collega vroeg zich jaren geleden af of de overtreffende trap van het woord crisis bestaat. Koninklijke hoogheid, kabinet en critici van Zorreguieta: Argentinië is pathologisch behept met crises. Crisis, criser, crisest – dat is les één in het Argentijnse idioom.

rjanssen@nrc.nl