Hamsterdam

Eén dag was er geen melk te krijgen in de supermarkt, even dreigde het vlees schaars te worden en meteen sloeg men aan het hamsteren. En sprak men – tot ergernis van veel ouderen – van een oorlogssituatie.

Weinigen zullen hebben beseft dat hamsteren een oorlogswoord is. Althans, het is voor het eerst te vinden in een lijstje woorden dat in 1918 onder de titel `Oorlogswinst der Nederlandsche taal' werd gepubliceerd in het tijdschrift De Nieuwe Taalgids. ,,Hamsteren, voorraad opdoen'', staat daar, ,,een zuiver Duits woord, misschien daar ook pas uitgevonden, maar nu druk gebruikt. Men had het ook mieren kunnen noemen! Maar dit werkwoord is reeds in beslag genomen.''

Toch had de auteur van dat stukje, E. Slijper, het niet helemaal goed. Hamsteren komt wel uit het Duits, maar wordt daar al sinds de eerste helft van de 19de eeuw, niet pas sinds de Eerste Wereldoorlog, gebruikt voor `voorraden inslaan' (net zoals hamsters, die grote wintervoorraden aanleggen, soms wel vijftig kilo.) En in mijn exemplaar van het tijdschrift schreef iemand indertijd bij de voetnoot ,,De diernaam hamster komt wel in Nederland voor, maar het werkwoord hamsteren was rechtstreeks Duitse import'' in de kantlijn: ,,Reeds jaren geleden gebruikt. Zeker al ± 1900. Dus wellicht is het ouder.''

In de woordenboeken is hamsteren echter pas sinds 1919 te vinden. Het woord werd indertijd als een germanisme beschouwd, de daad als iets wat niet mocht. Zo schreef Koenen in 1921: ,,Hamsteren, in stilte voorraad opleggen, in strijd met de distributie-bepalingen.''

Om het hamsteren in politiek onrustige tijden te ontmoedigen gaf de Vereeniging voor Nationale Veiligheid in 1938 een brochure uit getiteld Hamsteren en hamsteren: een raad aan de Nederlandsche huisvrouw. Een jaar later werd de distributiewet van kracht, `een regeling tot het tegengaan van het hamsteren van goederen in buitengewone omstandigheden'. Die wet kreeg meteen de bijnaam Hamsterwet. Omdat vrouwen vaker hamsteren dan mannen – zij doen ook vaker de boodschappen – is er het nodige over te vinden in speciale naslagwerken voor vrouwen. Zo schreef de W.P. voor de vrouw in 1953 bij het artikel hamsteren: ,,Wordt vaak als onzedelijk beschouwd, aangezien de minder koopkrachtigen in tijden van politieke onzekerheid de dupe kunnen worden van hamsteren door anderen. [] Hamsteren kan strafbaar gesteld worden.''

Zou er in sommige grote steden meer gehamsterd worden dan in andere? Vast niet. Toch leek het daar wel op tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen het woord hamsteren algemeen bekend werd. Vandaar het grapje Amsterdam – Hamsterdam. Die woordspeling is in 1918 ook voor het eerst opgetekend.

Reacties naar redactie Achterpagina of naar sanders@nrc.nl