Europa 1

Staatssecretaris Benschop vindt een discussie over het einddoel van de Europese integratie `een absurde vraag' (NRC Handelsblad, 20 maart). Als historicus kent hij geen enkel politiek project waarbij een einddoel wordt uitgeroepen. Als historicus zou ik eerder het omgekeerde zeggen, denk bijvoorbeeld aan vergelijkbare politieke projecten zoals de Duitse en Italiaanse eenwording. De uitbreiding van de Europese Unie dendert voort zonder dat interne problemen worden opgelost. Ongeveer de helft van de huishoudelijke begroting van het Europarlement wordt besteed aan vertaalkosten en het continue rondreizen. De aandacht voor de bestrijding van fraude (ca. zes procent van de uitgaven) is in noordelijke landen groter dan in de mediterrane landen. Hier wreekt zich een cultuurverschil binnen de huidige Unie. Het is zeker niet absurd om zoals minister Fischer de vraag te stellen welke politieke vorm de Unie moet krijgen (en tot hoever uitbreiding raadzaam is).

Hoewel staatsrechtelijke criteria (rechtsgelijkheid, rechtszekerheid en democratische procedures) van belang zijn, zou ik ook cultuurhistorische criteria willen betrekken bij de uitbreiding van de Unie. Zonder dergelijke criteria kunnen in principe geen grenzen gesteld worden aan de uitbreiding. Behalve zichtbare nationale en natuurlijke grenzen lopen onzichtbare historische en culturele grenzen door Europa. Tussen Noord en Zuid, tussen gebieden van boter, bier, olie en wijn.

De scheidslijn tussen Oost en West heeft niet alleen een kerkelijke achtergrond (het schisma van 1054), maar stoelt ook op uiteenlopende huwelijkspatronen en gezinstypen die in het verleden dominant waren en nog steeds doorwerken. Het gezinstype dat meestal `extended family' genoemd wordt, heeft zijn stempel gezet op de meeste Oosters orthodoxe landen en ook op Turkije. Waar dit gezinstype overheerst, is de vatbaarheid voor autoritaire politieke stelsels het grootst. Ook kan een verband verondersteld worden met familie-clans als organisatievorm en etnisch nationalisme als politieke beweging of – in Turkije bijvoorbeeld – als staatsideologie. Het samenvallen van godsdienstige en cultuurhistorische grenzen zou naast staatsrechtelijke en economische criteria een argument kunnen vormen om bij uitbreiding van de Europese Unie de lijn St. Petersburg-Triëst aan te houden en eerder te streven naar associatie dan integratie van de meeste landen die zich aangemeld hebben.