Effect aanpak virus onzeker

In Nederland wordt heftig meegeleefd met het mensen- en dierenleed dat gepaard gaat met de uitbraak van mond- en klauwzeer.

Wat na een week mond- en klauwzeer in Nederland het meest opvalt, vergeleken met andere landen die ook door het virus zijn getroffen, is de binnen een week hoog opgelopen publieke emotie over het preventief afmaken van dieren die nog niet ziek zijn. Kinderen praten erover in klasgesprekken, tv-programma's zenden zelfgemaakte video's uit van wanhopige boeren die afscheid nemen van hun (waarschijnlijk nog) gezonde veestapel. De boeren verlaten zelfs, in weerwil van het besmettingsgevaar, hun boerderijen om inenting te eisen, een rechter en burgemeesters verbieden preventieve ruimingen die het ministerie van Landbouw absoluut noodzakelijk vindt.

Minister Brinkhorst wordt er wanhopig van. ,,Wie maakt hier eigenlijk het beleid?', verzuchtte hij eerder deze week al kribbig, en gisteren liet hij in een vinnige directe confrontatie met een van de `verzetsburgemeesters', J. Oosterhof van Kampen, merken dat lagere overheden wat hem betreft in tijden van crisis ook echt `lager' zijn. Brinkhorst had de Overijsselse commissaris van de koningin al gebeld. De burgemeester, zelf ook jurist, was daar overigens niet van onder de indruk. Ook hij had al met de commissaris gebeld, merkte hij fijntjes op, en meteen antwoorden gekregen op vragen die bij het ministerie al drie dagen onbeantwoord waren gebleven.

Brinkhorst is vooral verontwaardigd over de ,,valse tegenstelling' tussen het ,,ethische' inenten en het ,,economische' ruimingsbeleid. De D66-bewindsman vindt het ,,even ethisch om te zorgen dat niet de halve Nederlandse veehouderij over de kling gejaagd wordt', zei hij eerder deze week.

Als Nederland als enige land in Europa vaccineert, gaan de grenzen immers voorlopig dicht en dat betekent binnen enkele maanden ,,economische zelfmoord' voor de veehouderij die zo sterk afhankelijk is van de export.

Zolang Brinkhorst daarbij blijft en Europa niet instemt met massale vaccinatie, is de kans niet groot dat mond- en klauwzeer wordt bestreden door de veestapel met vaccins (op termijn) immuun te maken, tenzij het verbond tussen stedelijk-ethische dierenliefde en de binding van de boer met zijn `goed producerende' levende have de komende dagen nog leidt tot een volksopstand. Land- en tuinbouworganisatie LTO maakt zich daar zorgen over. Het toenemende maatschappelijke verzet tegen de ruimingen ontmoet begrip bij de grootste sectororganisatie, maar neemt intussen de noodzaak van de ruimingen niet weg.

LTO-directeur D. Duijzer vroeg zich gisteren af of het ministerie de zaak nog wel in de hand heeft. ,,Wij krijgen hier geen goed gevoel bij', zei Duijzer, en hij vroeg zich af of het ministerie niet achter de feiten aanholt, terwijl de ziekte zich nog steeds uitbreidt.

Daarmee lijkt voor het eerst in de sector twijfel te rijzen aan de verdedigingslinie die Brinkhorst vanaf het begin van de epidemie in het Verenigd Koninkrijk heeft opgeworpen om de ziekte weg te houden én tegen te houden.

Brinkhorst was op dag 1 van de Britse uitbraak een van de eersten in de EU die een vervoersverbod voor Brits vee instelden. Bedrijven met Brits vee werden getraceerd en gecontroleerd. Voor schapen kwam een vervoersverbod, evenals tijdelijk voor geiten, en er kwam een `verzamelverbod' voor varkens en runderen. De regels werden verscherpt toen op 13 maart mond- en klauwzeer in Frankrijk uitbrak: er kwam een algeheel vervoersverbod voor evenhoevig vee, de eerste natuurgebieden gingen dicht. Toen nog een week later, op 22 maart, MKZ in Olst voor het eerst officieel werd vastgesteld, vielen drie dagen lang ook paarden, pluimvee, melk en veevoer onder een streng vervoersverbod. Overigens gebeurde dat nadat de eerste verdenking van MKZ, op 19 maart in Oene, wegens welzijnsproblemen gepaard ging met een versoepeling van het vervoersverbod.

Brinkhorst verdedigde de geleidelijke verscherping van de maatregelen met het belang van het nazoeken van het spoor: hoe onduidelijker de herkomst of bestemming van mogelijk besmette dieren en diertransporten waren, hoe strenger de maatregelen. Soms werd iets over het hoofd gezien – zo verzuimde het ministerie dagenlang de transportroute te controleren van Ierse kalveren op het eerste verdachte bedrijf in Oene. Alle aandacht was gericht op de geiten daar, die ziekteverschijnselen toonden die de kalveren niet hadden. Later bleek dat het mond- en klauwzeer juist met deze kalveren via Frankrijk naar Nederland is gekomen.

De afgelopen weken zijn de besmette en de verdachte bedrijven, én zo'n tachtig bedrijven daaromheen, geruimd om verspreiding van de ziekte te voorkomen. Zeker 30.000 dieren worden afgemaakt, of ingeënt om later te worden gedood – dat is de noodenting die de EU vorige week toestond.

In zones rond de haarden en mogelijke haarden van de ziekte gelden speciale regels, geheel volgens Europese richtlijnen en het landelijke anti-MKZ-draaiboek: een of twee kilometer ruiming, drie kilometer controle, tien kilometer vervoersverbod.

De droge militaire precisie van de regels stemt niet altijd overeen met de chaotische uitvoering ervan door de ambtenaren van het ministerie. Sommige boeren kregen de laatste dagen valse aankondigingen van ruiming, andere boeren vernamen de ruiming van hun bedrijf juist via de media – fouten die tellen in een voor mensen- en dierenleed gevoelige samenleving.

Brinkhorst beloofde deze week beterschap wat de communicatie betreft. Wat hij (wijselijk) niet beloofde, was dat alle maatregelen ertoe zullen leiden dat MKZ in Nederland tot enkele haarden beperkt zal blijven. Dat lijkt dan ook hoogst onzeker.