Een abracadabrantesk steekspel in Parijs

De president van de Franse Republiek kan niet getuigen in een rechtszaak, vindt de president van de Franse Republiek. De rechter is het niet met hem eens, en hij is de enige niet.

,,Misbruik van het ambt'' noemt het Élysée de uitnodiging van onderzoeksrechter Eric Halphen aan president Jacques Chirac op te treden als getuige in de zaak van steekpenningen bij het verlenen van opdrachten in de sociale woningbouw. Het is een nieuwe variant van de kwalificatie ,,abracadabrantesk'' die de president eerder verzon voor de beschuldigingen aan zijn adres en die sindsdien een eigen, ironisch leven is gaan leiden. Hij oogstte er zowaar succes mee: Fransen zijn dol op het munten van een treffende uitdrukking, die overigens direct zelf onderwerp werd van onderzoek en aan niemand minder dan de dichter Rimbaud ontleend bleek te zijn. Nog beter.

Het was een piepklein overwinninkje in een naar hartelust verpolitiekte zaak, die de president in ernstige moeilijkheden kan brengen. Als inderdaad blijkt dat de bewoner van het Élysée, hoeder van de Republiek en de Grondwet, zich ooit heeft overgegeven aan onwettige praktijken, dan kan hij op zijn minst herverkiezing vergeten. Dit ondanks de ,,blauwe golf'', de overwinning van rechts, die Frankrijk bij de recente gemeenteraadsverkiezingen overspoeld heeft.

Vooralsnog bevindt het politieke treffen zich in het stadium van een elegant constitutioneel steekspel. De president geniet juridische onschendbaarheid, behoudens hoogverraad en behoudens een veroordeling naar aanleiding daarvan door het Hoge Hof van Justitie. Maar de grondwet zegt niets over het optreden van de president als simpele getuige, dat wil zeggen als een niet-verdachte persoon die ,,gehouden is mee te werken aan justitieel onderzoek met waarheidsvinding als oogmerk''. Iedere burger kan daartoe bij de wet gedwongen worden en het beeld van een door de gendarmerie opgebrachte Chirac behoort in principe dus tot de mogelijkheden. Niet alleen in principe, zegt een autoriteit op juridisch gebied als oud-minister Robert Badinter zelfs. Volgens hem kan juist de eerste burger van het land en hoeder van de grondwet zich het ,,minder dan wie ook'' permitteren zich te onttrekken aan zijn burgerplichten.

Het is een interpretatie. Anderen, uiteraard vooral ter rechterzijde, zijn het geheel eens met de president, die eind vorig jaar in een magistraal televisie-optreden poseerde als ,,permanent slachtoffer van spektakel-rechtspraak''. Kón hij maar getuigen, zoals hij ,,van nature'' geneigd zou zijn, maar ,,jammer genoeg'' verhindert de scheiding der machten dat. Hij kan zich nu eenmaal niet ,,voor wat dan ook afhankelijk maken'' van een lid van de rechterlijke macht, stelde Chirac bijna bedroefd vast.

In zijn afwijzende reactie heeft de president gewezen op de verklaringen die hij al verschillende keren ,,in het openbaar'' heeft gedaan. Verklaringen in de sfeer van ,,abracadabrantesk''. Commentatoren laten niet na op te merken hoe vreemd het is dat Chirac premier Jospin oproept te zorgen dat de grondwet eerbiedigd wordt. Juist dat is de taak van de president en van niemand anders, gnuift men. Jospin denkt er net zo over. Hij hoefde niets anders te doen dan hij prompt deed: nog maar weer eens wijzen op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.