Concurreren met Ikea

's Avonds naar het museum, liefst voorafgegaan door een lezing en gevolgd door Egyptische, Griekse of andere, bijpassende hapjes, is wel het minste dat een hedendaags museum in de aanbieding moet hebben. Textiel verven, picknicken, een popconcert of een cursus verhalen vertellen, de museumbezoeker anno 2001 moet geprikkeld worden. Een museum dat niet meedoet aan de `belevingseconomie' is ouderwets.

De circa driehonderd bezoekers van de Kunsthal zitten tijdens de avondopenstelling als een schoolklas die op de meester wacht in een zaaltje bijeen. Zacht, maar duidelijk hoorbaar vraagt iemand `wie het ook al weer is die de lezing geeft'. Iemand anders heeft het over `een antenne voor mooie dingen'. Mijn buurman, die vaker naar deze manifestaties gaat, zegt: ,,Die avondbijeenkomsten voelen altijd wat samenzweerderig. Je hebt het gevoel of je iets doet wat eigenlijk niet mag.'' We wachten op Wim Pijbes, directeur van de Kunsthal. Hij zal een lezing houden over de tentoonstelling Meesterlijk Verzameld. De avond is helemaal uitverkocht.

Een lezing en een avondopenstelling voor een select gezelschap is wel het minste dat een zichzelf respecterend museum tegenwoordig organiseert. Vaak zijn er hapjes in stijl, zoals Egyptische versnaperingen bij de tentoonstelling Farao's van de zon in het Leidse Rijks Museum voor Oudheden. Of een diner en een theatrale tocht door het museum, zoals het Dordrechts Museum bij de tentoonstelling Griekse goden en helden doet. Onderzoek naar de omvang van nevenactiviteiten van musea is nog niet gedaan, aldus de Nederlandse Museumvereniging, maar de meeste doen aan de trend mee, want als de concurrentie zich richt op de `toeristisch-recreatieve markt' of de `beleveniseconomie', ben je al gauw ouderwets als je het niet doet.

Onder de activiteiten die musea voor hun bezoekers op poten zetten, vinden we onder meer een middeleeuws maal, een workshop hoeden maken, een cursus joodse verhalen vertellen, een high tea, een lesje Afrikaans dansen of een popconcert. Of ze regelen voor je dat je je antiek mag laten keuren, kunt picknicken in het museumpark of kunt wandelen langs `monumenten van oorlog en verzet'.

Niet iedereen gaat zover als het Breda's Museum, dat bij de tentoonstelling MERKwaardig een carnavals-cd uitgaf, maar verder is niets de musea te dol. ,,Het aantal nevenactiviteiten in musea is de laatste tien jaar enorm toegenomen'', beaamt Annemarie Vels Heijn, voorzitter van de Nederlandse Museumverening. Men beseft dat het niet genoeg meer is de voordeur open te doen. Musea moeten opvallen, anders loopt het publiek ze voorbij. Volgens Vels Heijn komt dat doordat de museumbezoeker veranderd is. ,,De mensen hebben weliswaar meer vrije tijd gekregen, maar ze willen in die uren ook veel meer doen. Ze willen gezellig wat drinken, een beetje winkelen, wat moois zien én wat leren, én ook nog iets beleven.'' De musea doen het goed als ze in één keer aan al die wensen tegemoetkomen. Heyn constateert deze trend van culturele totaalpakketten ook bij het Concertgebouw. Eigenlijk ziet ze het overal om zich heen gebeuren. ,,Kijk maar naar het gemiddelde verjaardagspartijtje. Mensen worden overvoerd met prikkels, en je moet ze dus met meer dan één ding tegelijk prikkelen om ze te bereiken.''

Ook Petra Versluis van het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem vindt dat haar museum niet kan achterblijven. ,,Mensen verwachten meer en meer van een museumbezoek dat het een `evenement' is, waar van alles te beleven valt. Zelfs bij een bezoek aan Ikea worden je kinderen beziggehouden. Wij moeten niet meer alleen met andere musea concurreren, maar ook met de Ikea's.'' Volgens Vels Heijn halen de musea met die extra activiteiten niet eens meer bezoekers binnen dan voorheen. ,,Kun je nagaan wat er zou gebeuren als we het níet zouden doen.''

Bij het Nederlands Textielmuseum in Tilburg stijgt het aantal bezoekers wél. In 2000 ontving het museum 20 procent meer bezoekers dan in het jaar ervoor. Vooral mensen uit Brabant komen steeds vaker naar het museum. Volgens pr-functionaris Yvette Lardinois heeft dat vooral te maken met de veranderingen die Carin Reinders, sinds vijf jaar directeur van het Textielmuseum, in gang heeft gezet. Lardinois: ,,Carin Reinders heeft er een levend museum van gemaakt, met leuke dingen voor een groot publiek. We zien hier nu geregeld Brabanders die vroeger dachten `textiel, bah, daar is mijn vader nog werkloos door geworden'.''. Als voorbeeld noemt ze de kruikenzeikersdag, een week voor carnaval. ,,Wij hadden op die dag een pottenbakker die kruiken draaide, fanfare-orkestjes en rondleidingen in plat Tilburgs.'' Het museum stond zelf versteld van het aantal bezoekers: 2.300.

Ook nieuw in Tilburg zijn de workshops, zoals een workshop hoeden maken – wegens grote belangstelling nog altijd in de aanbieding, ook al is de bijbehorende tentoonstelling al twee jaar afgelopen – of een workshop Roest, die min of meer aansluit op een tentoonstelling met hightech textiel van Eugène van Veldhoven.

Tien vrouwen en één man zijn op de roest-workshop afgekomen. In de werkruimte van het museum luisteren ze aandachtig naar stoffenontwerpster Joke Schole. Die vertelt hoe je textiel kunt verven met ijzersulfaat, tanine, soda en citroen. Ze demonstreert druktechnieken met roestpasta en andere goor uitziende papjes. IJverig maken de cursisten aantekeningen. `25 Gram ijzersulfaat op een halve liter heet water, twee liter koud water erbij, lap vijf minuten erin, dan in de soda.' ,,Probeer maar'', roept Schole. ,,Moet je nu eerst spoelen, of eerst fixeren?'' wil Mimi Streppel weten. Thuis gaat ze experimenteren. ,,Dan moet je wel precies weten wat je moet doen.'' De ruimte ligt na een uur al vol met lappen met motieven, uitsparingen, en kleurproeven. Vooral die van medecursist Cosmas Wu oogsten succes. Maar hij is dan ook een prof. Hij komt hier om nieuwe ideeën op te doen. ,,Ik maak kleding van handbeschilderde stoffen. Ooit zag ik in dit museum een sjaal uit Australië die geverfd was met roest. Dat vond ik zo mooi dat ik nu wil leren hoe je dat maakt.''

Annemarie Vels Heijn werkte, voordat ze bij de Nederlandse Museumvereniging kwam, 31 jaar voor het Rijksmuseum. Ze organiseerde o.a. de Museumnacht, een festijn in diverse musea met muziek en dans, waar in het Rijksmuseum al alleen 14.000 bezoekers op afkwamen. ,,In de museumwereld kwam daarop heel wat kritiek. Zoiets zou niet passen in de serieuze instellingen die musea zijn. Het zou het imago van musea schaden. Maar volgens mij heeft het gewerkt. Er kwam een publiek dat je anders niet zag. Hoe dieper in de nacht, hoe meer jongeren, en die waren echt verrast. De musea waren lang niet zo stoffig als ze dachten.''

Ook elders lokken nevenactiviteiten een nieuw publiek. Petra Versluis, hoofd publiekszaken van het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem: ,,Laatst wilde een bank een vergadering beleggen in het museum. Dat zouden we vroeger niet zo gauw doen. We dachten vooral aan collectioneren en ontsluiten, onze primaire taken. We waren niet bezig met ons imago of met nieuwe doelgroepen. Dat doen we nu wel. En het werkt. Door die vergadering aan te kleden met een lezing en een high tea, zie je dat de bankmannen die hier anders nooit komen het eigenlijk heel leuk vinden. Hetzelfde geldt voor de workshops. Die zorgen voor een andere, levendiger sfeer, die het imago en de aantrekkingskracht van het musea verandert.''

Daarbij komt dat de museale nevenactiviteiten de bezoeker meer kennis en daardoor meer plezier opleveren. Je ziet meer als er eerst een ter zake kundig iemand iets verteld heeft, of als je zelf hebt ondervonden hoe moeilijk iets is. Dankzij Wim Pijbes zie ik nu de onschuld van meisjes op de schilderijen in de Kunsthal, en dankzij de workshop textiel ontdek ik – behalve dat mijn talent voor textiel minimaal is – wat een werk kunstenaar Van Veldhoven aan zijn lappen moet hebben gehad.

Blijft over de vraag hoelang de groei van de nevenactiviteiten nog door zal gaan. Mogen we straks ook picknicken in het museum, of skaten langs de schilderijen? Annemarie Vels Heijn verwacht van niet. ,,De musea zitten aan de grens van hun mogelijkheden; hun collecties mogen ze ook niet vergeten. Als ze die niet op peil houden zijn ze in de toekomst geen aantrekkelijke musea meer. Ze kunnen niet al hun geld in die activiteiten stoppen. Wat ik verwacht is dat de nevenactiviteiten zullen worden ingebed in een groter geheel van voorzieningen, cafés en klantvriendelijkheid, dus dat die straks niet langer een randgebeuren zijn, maar tot het hart van het museum gaan horen.''