Arabische onmacht tentoongespreid

Gisteren eindigde in de Jordaanse hoofdstad Amman de Arabische top. Palestina was geen probleem; de top mislukte door de kwestie-Irak.

Arabische leiders verwoorden altijd een groot en oprecht verlangen naar Arabische eenheid. Soms brengen ze in hun publieke toespraken die eenheid zelfs als feit. De werkelijkheid is dat ze diep verdeeld zijn en volstrekt onmachtig enige eenheid te bereiken. Zelfs in tijden dat ze met een vermeende of werkelijke bedreiging worden geconfronteerd, zijn ze niet in staat het eens te worden. De Arabische topconferentie van Amman, die gisteren temidden van escalerend Israëlisch-Palestijns geweld werd afgesloten, illustreerde dit eens te meer.

Het was de eerste reguliere Arabische topconferentie sinds de ,,top der toppen'' van Bagdad in mei 1990, een paar maanden voor Irak het Arabische broederland Koeweit bezette en zo de Arabische betrekkingen voor jaren verziekte. De tegenstanders van Irak, voorop Saoedi-Arabië en Koeweit, wilden daarna niet aan één tafel zitten met de medestanders van Saddam Hussein – Jemen, Jordanië, de Palestijnen – laat staan Irak zelf. Pas in 1996 was de onderlinge vijandigheid zodanig gesleten en werd de buitenlandse bedreiging als zo groot gezien (het aantreden van Netanyahu als premier van Israël) dat in Kairo een buitengewone topconferentie kon worden gehouden. Zij het nog zonder Irak.

Maar Saddam Hussein heeft zich de afgelopen paar jaar geheel teruggevochten uit feitelijke ballingschap door, zoals een Amerikaanse onderminister het verwoordde, de internationale handelssancties tegen zijn land als knuppel te gebruiken. Hij wordt nu door de Arabische burger gezien als de enige leider die het opneemt voor de gewone Arabier, of het nu de door de sancties getroffen Irakees is of de door Israël aangevallen Palestijn of de door de eigen leiders geknechte algemene Arabier, en tegen het boze Westen, dat in de perceptie van alle Arabische ellende de schuld is. En die andere Arabische leiders, die het uit buitenlands-politieke (subsidie uit Amerika) overwegingen zich niet kunnen permitteren zo hoog van de toren te blazen, voelen zich belaagd.

Zij stemden dus in met hervatting van de reguliere topconferenties, met Irak. Saoedi-Arabië en Koeweit, Saddams laatst overgebleven openlijke tegenstanders, hebben nog geprobeerd dan tenminste de kwestie-Irak van de agenda te houden. Maar deze poging naar buiten toe de eenheid te redden, stuitte op de onwil van Irak, dat de top juist wilde gebruiken om Arabische eenheid te bewerkstelligen achter zijn campagne om van de sancties af te komen.

De Iraakse delegatie had van Saddam Hussein, die al jaren niet meer in het buitenland komt, een lijst met eisen meegekregen. De allerbelangrijkste daarvan was dat de top zou besluiten de sancties voortaan te negeren, op de voet gevolgd door de eis tot opheffing van de No-fly zones boven het noorden en zuiden van Irak. Het waren eisen die voorspelbaar onaanvaardbaar waren voor Saoedi-Arabië en Koeweit, die zich weer toenemend door Saddam bedreigd voelen. Een poging tot een compromis, waaronder de Arabische landen zouden oproepen tot opheffing van de sancties – maar ook elk lands soevereiniteit zouden garanderen – werd door de Iraakse delegatie naar de prullenbak verwezen. Daarmee was de top mislukt.

De ruzie over de Irak nam het allergrootste deel van de tijd van de in Amman aanwezigen in beslag. De Palestijnse kwestie werd in een achternamiddag afgehandeld. De top uitte haar ,,volledige solidariteit met de Palestijnen om al hun rechten te herwinnen en met hun heldhaftige opstand''. Maar nu moeten deze woorden in daden worden omgezet. De vorige (speciale) top, van oktober in Kairo, trok een miljard dollar uit voor hulp aan de Palestijnen. Daarvan is op dit moment volgens de Palestijnen zelf nog maar 3 procent gearriveerd. De top van Amman riep alle landen op de in Kairo gecreëerde hulpfondsen snel van dollars te voorzien, en beloofde de Palestijnen ditmaal 40 miljoen per maand. Tevens verwelkomden de leiders de belofte van Irak de Palestijnen een miljard euro (Bagdad rekent in euro's om Washington te treiteren) te schenken. Zij waren ervan op de hoogte dat de sanctiecommissie van de Verenigde Naties, die over de officiële Iraakse inkomsten gaat, dit Iraakse idee in de ijskast heeft gezet.

De enige vrolijke noot kwam, zoals gebruikelijk, van de Libische leider Moammar Gaddafi. Hij stelde voor dat Israël van de Arabische Liga lid wordt, op voorwaarde dat alle Palestijnen naar de bezette gebieden mogen terugkeren en de kwestie-Jeruzalem wordt opgelost. Jeruzalem vond hij zelf niet zo belangrijk: ,,het is maar een moskee en ik kan overal bidden.''