Wel en wee Rotterdam niet zaak van Peper alleen

Onder de titel `KPMG is te lief geweest voor Peper' doet Hans Blokdijk in NRC Handelsblad van 24 maart 2001 een poging om de beschuldigingen aan het adres van Peper nieuw leven in te blazen. In zijn frontale aanval blijven alleen KPMG, waarvan hij ex-partner is, en opdrachtgever de COR buiten schot. Alle andere betrokkenen worden ervan beschuldigd zelfs `met opzet' de kern niet te willen raken. De kern is volgens hem dat in de Gemeente Rotterdam een cultuur `heerste' waarin het verschil tussen mijn en dijn werd verdoezeld. Aangezien `de cultuur' niet aan een persoon kan worden opgehangen en normaliter niet gemakkelijk en op korte termijn kan worden veranderd, moeten velen zich de niet door Blokdijk onderbouwde opmerking persoonlijk aantrekken.

Ook Blokdijks beschouwing over rechtmatigheid en functionaliteit is weinig overtuigend. Er kan immers niet op goede gronden worden volgehouden dat uitgaven onrechtmatig zijn alleen omdat de `forensische accountants' van KPMG (soms vele jaren achteraf) aan de hand van de bonnetjes niet meer tot een volledig en afgewogen oordeel konden komen. De functionaliteit en de rechtmatigheid van uitgaven kan namelijk door accountantscontrole alleen worden vastgesteld tijdens de jaarlijkse accountantscontrole, waarin niet alleen de bonnetjes worden gecontroleerd maar mede een accountantsoordeel wordt gevormd op basis van de administratieve organisatie en de daarin opgenomen interne controle. Juist deze administratieve organisatie en de gemeentelijke accountantsdienst werden door de COR en KPMG uitgeschakeld. De accountantscontrole is in alle jaren van 1986 tot en met 1998 uitgevoerd en afgerond met een goedkeurende accountantsverklaring. Ook de COR heeft al die jaren zijn goedkeuring aan de jaarrekeningen gegeven en de bestuurders gedechargeerd. Dat alle fracties in de gemeenteraad de door de COR (en KPMG) geopenbaarde Rotterdamse cultuur achteraf in alle toonaarden onaanvaardbaar zouden hebben verklaard, zoals Blokdijk betoogt, is allerminst overtuigend en roept alleen maar verdere vragen op. Ten opzichte van de eerdere rapporteringen door de gemeentelijke accountants (AdR) is er namelijk nauwelijks iets nieuws aangetroffen. Ook blijkens het KPMG-rapport heeft de AdR al vanaf 1991 kritische opmerkingen gemaakt over de verantwoording van de bestuurskosten.

Na alle aandacht die aan eerdere beschuldigingen jegens Peper is besteed, moeten ongefundeerde beschuldigingen, zoals deze nu weer door Blokdijk worden geuit, definitief ophouden. Het kan niet zo zijn dat nu wederom uit naam van KPMG een hernieuwde discussie wordt geopend.

Wel lijkt het noodzakelijk dat `alle betrokkenen' bij `de cultuur van Rotterdam', voorzover dat nog niet of nog onvoldoende is gebeurd, eens voor de spiegel gaan staan en hand in eigen boezem steken. Dit is alleen al nodig om het hele klimaat rondom Rotterdam nu definitief te zuiveren, niet alleen in het belang van Rotterdam maar ook in 's lands belang.

Daarbij zou niet de nadruk moeten liggen op de (al of niet vermeende) rol van de persoon Peper, maar bij het toekomstig functioneren van de Gemeente Rotterdam als grote en complexe organisatie, waarvan het wel en wee niet aan één persoon kan worden geweten, zelfs als dat de burgemeester is.

Drs. R.H. Veenstra RA is onafhankelijk accountancy-consultant.