Wahid begunstigt dealers dure auto's

Terwijl een groot deel van de Indonesiërs kampt met stijgende voedselprijzen laat president Wahid een armada van dure auto's importeren om buitenlandse gasten te ontvangen en legt hij de dealers fiscaal in de watten.

Mensen kent men aan hun vriendenkring en de eigenaardigheden van een volkshuishouding aan het wagenpark.

Dat het overgrote deel van de 10 miljoen Jakartanen worstelt met stijgende voedselprijzen en het schoolgeld voor hun kinderen, zal een onbevangen bezoeker licht over het hoofd zien. In de spitsuren raken de doorgaande wegen van de Indonesische hoofdstad namelijk hopeloos verstopt met buitenmodel luxe auto's.

Zo'n tachtig procent van het wagenpark in de heksenketel die Jakarta heet, bestaat uit alhier in licentie geassembleerde Japanners, zoals Toyota's, Mitsubishi's, Isuzu's en Daihatsu's.

En niet van die kleintjes. Ter ontduiking van het hoge luxe BTW-tarief op personenauto's is een enorme grijze zône ontstaan van minibusjes, zogenaamde bedrijfswagens, die als gezinsauto worden gebruikt. Een handjevol Indonesische conglomeraten, superondernemingen die zich in alle denkbare branches bewegen, verwierf ooit via bevriende politici het alleenrecht op de assemblage en distributie van buitenlandse (vooral Japanse) automerken.

In weerwil van de hoge invoerrechten op kant-en-klare luxe wagens, bedoeld om de notoir inefficiënte vaderlandse auto-industrie te protegeren, rijden er in Jakarta beduidend meer Mercedessen en Volvo's dan in Amsterdam of Rotterdam. De havendouane in Jakarta en Surabaya wordt al decennialang om de tuin geleid of omgekocht door importeurs die vrachtbrieven vervalsen en gloednieuwe limousines importeren als `tweedehandsjes'.

Ook nadat in 1997 de monetaire crisis had toegeslagen, beschikte de Jakartaanse middenklasse – lees: zakenlui en corrupte bureaucraten – over grote, deels gerepatrieerde dollartegoeden. Investeren doet men nauwelijks, maar consumptief besteden des te meer. Na een stagnatie in 1998 en 1999 zijn de autoverkopen in 2000 verdrievoudigd tot 310.000 stuks, de `grijze' importen niet meegerekend.

Vorige week woensdag vloog de regionale verkoopmanager van Ferrari, Diego Briani, naar Jakarta om er feestelijk een eerste showroom te openen. Daar staan nu tien van deze peperdure raspaardjes (288.000 dollar per ros) te lonken, naast tien Maserati's ('slechts' 100.000 dollar). Het gemiddelde maandinkomen in Indonesië bedraagt volgens de ILO 25 dollar, dus met die twintig pronkstukken kan de dealer dit jaar wel volstaan.

Ferrari's vormen overal ter wereld, zoals de Vlamingen zeggen, het `kriekske op de taart' van de automarkt.

Ook waar armoe troef is, zal één zo'n showroom geen uitbarsting van sociale jaloezie veroorzaken. Als de voedselprijzen niet verder stijgen, als de `middenklasse' maat houdt en de regering oog heeft voor de snel breder wordenden inkomenskloof in Indonesië, blijft die explosie wellicht uit.

Helaas. De rijstoogst van begin dit jaar valt tegen en noopt tot importen van zo'n 1 miljard dollar, de inflatie zal volgens Amerikaanse banken in 2001 oplopen tot 10 procent, conglomeraten weigeren hun torenhoge schulden te betalen en zelfs 's lands president, de gedoodverfde sociale hervormer Abdurrahman Wahid, geeft blijk van een verbluffende ongevoeligheid.

In mei is Indonesië gastheer voor de jaarlijkse top van de G-15 (ontwikkelingslanden) en zullen de staatshoofden van onder meer Maleisië, Brazilië, India, Egypte en Mexico hun opwachting maken in het Merdeka-Paleis.

De regering is voornemens de hoge gasten te voorzien van een prestigieus escorte en comfortabel vervoer. Op 9 februari gaf president Wahid schriftelijk toestemming aan een tweetal distributeurs om voor dit doel gloednieuw rollend materieel te importeren, voor de gelegenheid tegen een symbolisch invoertarief van 5 procent.

De minister van Financiën heeft dit besluit op 13 maart bekrachtigd. De in te voeren armada telt 66 Volvo S80/2.9, 22 Audi A6, 44 Minibus Caravelle, 44 Nissan patrouillejeeps, 110 Suzuki GSX motoren, 44 Mercedes Benz S500L en 20 jeeps van het type Mercedes Benz ML 320. Dat de over deze stal te heffen 5 procent invoerbelasting symbolisch is, blijkt uit het geldende tarief.

Volvo's en Mercedessen mogen gewoonlijk slechts tegen een heffing van 80 procent van de nieuwwaarde het land in en vallen respectievelijk in BTW-tarieven van 50 en 75 procent.

Een eenvoudige rekensom leert dat de Indonesische staat, die aan de rand van het bankroet staat, met deze vrijstelling 35 miljoen gulden inlevert.

De begunstigde importeurs zijn PT Indomobil en PT Hartono Jaya. Indomobil behoort tot de Salim Groep, onder Soeharto 's lands grootste conglomeraat en sinds de crisis de grootste particuliere schuldenaar van Indonesië. PT Hartono Jaya is een importeur van Mercedessen en zetelt in Surabaya, de hoofdstad van Wahids thuisbasis Oost-Java.

Dit alles roept herinneringen op aan het recente verleden, toen president Soeharto de staatshoofden der Niet-gebonden Landen en die van de APEC in Jakarta onthaalde en de belastingvrije import van comfortabele vierwielers gunde aan een kongsi van Indomobil en zijn zoon Bambang Trihatmojo.