Verzin een list

EEN POLITIE-INZET van zeven ton om een rechts-extremistische manifestatie in het hart van Kerkrade te laten doorgaan (totale kosten geschat op een miljoen). Noopt alleen dit prijskaartje niet tot een debat over de demonstratievrijheid? Deze vraag leggen burgemeester Som van Kerkrade en korpschef van politie Mostert de samenleving voor, nadat de bestuursrechter in Maastricht een demonstratieverbod had verhinderd. Ook al had de rechter in Aken een aanpalende actie van Duitse broeders zonder meer afgewezen.

Is het louter een kwestie van het prijskaartje? Burgemeester Som zegt zich zorgen te maken over ,,de impact'' van zo'n kleine groep extremisten op het gemeenschapsleven. Dat is niet zo vreemd als het gaat om een zaterdagmiddag in het centrum, met veel winkelend publiek. Uit het vonnis van de rechter blijkt echter dat dit bezwaar niet de doorslag had gegeven bij het verbod. Dat deden vooral de aangekondigde tegendemonstraties - met bijbehorende extra politie-inzet.

Vergt dat meer dan bij een risicowedstrijd in het Parkstad Limburg-stadion, wilde de rechter weten. De burgemeester kon hem op dit punt niet overtuigen. Hier ging het bovendien niet om het volksvermaak voetbal, maar om het gebruik van een grondwettelijk gegarandeerd grondrecht op demonstreren. De dreiging van tegendemonstraties werkt daar eerder versterkend dan beperkend. Want de demonstratievrijheid is er juist voor minderheden die impopulaire meningen willen uitdragen. Nu waren het antifascisten die de rechts-extremisten wilden blokkeren. Maar als de dreiging met tegendemonstraties succes heeft, laat deze methode zich ook omkeren.

HET IS BIJZONDER onaangenaam voor een burgemeester om een stelletje provocerende rechts-extremisten te moeten beschermen van wie het gedachtegoed hem persoonlijk – en met reden – tegen de borst stuit. Maar een directe botsing van meningen op straat laat hem weinig keus. Deze dient niet onnodig gedramatiseerd te worden. De rechter in Maastricht geeft in zijn vonnis nauwelijks verholen te kennen dat Som zich wel wat meer had kunnen inspannen om de aangekondigde demonstratie – en daarmee de impact – te beperken. Een burgemeester heeft in zo'n geval per slot van rekening ruimte voor allerlei ,,passende maatregelen en/of voorschriften''.

,,Verzin een list, jonge vriend'' – zoals Heer Ollie B. Bommel, de onvergetelijke stripheld van Marten Toonder, ooit in deze krant placht te zeggen tegen Tom Poes. Dit motto is geen aanbeveling voor een zwaktebod. Een weerbare democratie – en daar ging het per slot van rekening ook in Kerkrade om – verdedigt zich pas bij uiterste noodzaak met een verbod. De rechter in Maastricht zei, geheel in lijn met de constitutionele traditie, dat daarvan pas sprake kan zijn bij een ,,bestuurlijke overmachtsituatie''. Voordat je daarvan kunt spreken is er een arsenaal aan andere middelen. Die zijn niet alleen te vinden in het stellen van bestuurlijke voorwaarden, maar ook in een justitiële reactie op strafbare uitingen tijdens een beschermde demonstratie. Dat mag wat geld kosten. Het democratische recht op demonstratie is geen vrijbrief. Zie maar wat er is gebeurd met CP'86 waaraan de toenmalige burgemeester van Zwolle, Fransen, ook al eens met tegenzin een demonstratie moest toestaan. Deze kwalijke club is ten slotte aan innerlijke twisten bezweken. Niet in de laatste plaats door de afgemeten doch aanhoudende druk van de organen van de rechtsstaat.

Het uiteindelijke rechterlijke verbod van CP'86 kwam, zoals de Britten zo mooi zeggen, als een afterthought.