`Veel sterfgevallen door pijnstillers'

Toediening van pijnbestrijdende middelen zoals morfine is volgens artsen de doodsoorzaak in bijna 20 procent van alle sterfgevallen. Dit blijkt uit nadere bestudering van landelijk onderzoek naar overlijdensgevallen, dat zowel in 1990 als in 1995 werd verricht in opdracht van de ministeries van VWS en Justitie.

Dit stellen rechtssocioloog Griffiths en anesthesioloog Admiraal in een artikel in tijdschrift Medisch Contact, dat afgelopen week verscheen. De wetenschappers wijzen er verder op dat het sterftecijfer door pijnbestrijding volgens de twee bovengenoemde onderzoeken licht steeg: van 17,5 procent in 1990 tot 18,5 in 1995.

In de medische wereld is sceptisch gereageerd op de genoemde percentages. Artsen en pijnbestrijdingsexperts uit de Verenigde Staten en Europa menen dat het hoge percentage `onmogelijk' is. `Mensen sterven niet aan pijnbestrijding', is een veelgehoorde uitspraak. De auteurs dragen twee mogelijke verklaringen aan voor de uitkomst. Het zou artsen kunnen ontbreken aan voldoende kennis over de werking van bepaalde pijnbestrijders, waardoor zij geloven dat toegediende medicijnen de doodsoorzaak vormen. Feitelijk zou de ziekte zelf de oorzaak zijn. Tegenstanders van het euthanasiebeleid vrezen echter dat artsen middelen hebben toegediend onder het mom van pijnbestrijding; in wezen zou sprake zijn geweest van euthanasie.De voorzitter van de Vereniging van Verpleeghuisartsen Theeuwes bestrijdt beide verklaringen en laat weten dat de werkelijke doodsaanleiding vaak onbekend is.