`Sponsors bellen mij tegenwoordig'

Met een olympische nominatie op zak is de kans groot dat bobsleeër Arend Glas (32) volgend jaar zijn twee- en viermansslee door het ijskanaal van Salt Lake City mag sturen. ,,Het geduld is beloond.''

Miskend voelt hij zich niet. Nooit gedaan ook trouwens. Toegegeven, het grote publiek kent Arend Dirk Glas niet. Maar wat dan nog? ,,Zolang ik mezelf maar serieus neem.''

Bobsleeën in Nederland? Met een veredelde zeepkist door een bevroren tunnel razen – zo ongeveer luidt het vooroordeel over de razendsnelle discipline met de vier ijzers onder de gepantserde, aerodynamische `sigaar'. Maar wat graag zou Glas dat stereotype beeld willen bijstellen, want: ,,Bobsleeën is een prachtige combinatie. Van kracht, van snelheid en niet te vergeten van techniek.''

Volgend jaar hoopt Glas die magie uit te dragen bij de Winterspelen. Nog één keer een plaats bij de beste tien op de `geschoonde' uitslagenlijst (slechts de eerste twee combinaties van een land tellen mee) van een wereldbekerwedstrijd en dan mag de 32-jarige piloot zijn twee- en viermansslee door het olympische ijskanaal van Salt Lake City sturen. Eindelijk, verzucht hij. ,,Ons geduld is heel lang op de proef gesteld en nu beloond, hoewel we zelf al die jaren nooit hebben getwijfeld.''

Gezelschap in hun olympische missie krijgen Glas en de zijnen vermoedelijk van twee relatief onervaren vrouwen, Eline Jurg en Ilse Broeders, de bemanning van de Vrouwen Holland I. Hoe verleidelijk dat ook is, zijn collega's afschilderen als `olympische toeristen' doet Glas niet. Al ontkomt de oud-roeier niet aan de conclusie dat ,,het damesbobsleeën nog in de kinderschoenen staat en het voor die meiden dus aanzienlijk eenvoudiger is om plaatsing af te dwingen''.

Dat moet een hard gelag zijn voor de stuurman die al negen jaar verwoede pogingen doet om aansluiting te vinden bij de wereldtop. Glas, hoofdschuddend: ,,Ik gun het die meiden van harte. Alleen: een tiende plaats bij de vrouwen staat in geen verhouding tot de tiende plaats bij de mannen.''

Terwijl de vrouwen over kapitaalkrachtige sponsors beschikken, verspeelde Glas de afgelopen jaren bij gebrek aan financiële middelen kostbare tijd en energie met allerlei (logistieke) randzaken. Immers: de geboren Fries was niet alleen bobpiloot, hij trad daarnaast noodgedwongen op als teammanager, technisch commissaris, officemanager en zaakwaarnemer van het team dat inmiddels achttien leden (acht atleten en tien begeleiders) telt en werkt met een jaarbudget van bijna drie ton.

Nog altijd onderhoudt de afgestudeerde bedrijfseconoom zelf de contacten met zijn geldschieters en suppliers (,,zo'n twintig tot dertig bedrijven''), zoals vandaag blijkt op het kantoor van hoofdsponsor Wagner & Partners in Rotterdam. Maar: ,,Sponsors bellen mij in plaats dat ik hen moet bellen. Daardoor kunnen we de taken nu eindelijk verdelen en komt niet alle verantwoordelijkheid meer op mijn schouders terecht. Met als gevolg dat ik meer rust in m'n lijf heb en me volledig kan concentreren op mijn hoofdtaak: die slee zo snel mogelijk naar beneden sturen.''

En dat is al lastig genoeg. Bobsleeën is, zo weet Glas, een `ervaringssport' bij uitstek: pas met het vorderen der jaren komt de wijsheid en, minstens zo belangrijk: het inzicht. ,,Hoe meer afdalingen, hoe meer vertrouwen. Voor mijn gevoel heb ik al meerdere malen de perfecte race afgewerkt, ook al kwam dat lang niet altijd in de tijd tot uitdrukking.''

Bobsleeën betekent ook harde beslissingen durven nemen, weet Glas. Het kost hem moeite om toe te geven, maar inderdaad: zijn wil is wet. ,,Wat niet wil zeggen dat ik altijd maar mijn zin kan doordrijven. Dat zou ook bijzonder onverstandig zijn, want voor ik het weet jaag ik die jongens tegen me in het harnas en staan we stil. Het gaat om het vinden van een evenwicht, waarbij ook ik af en toe wat water bij de wijn moet doen.''

Bobsleeën in Nederland was jarenlang synoniem aan de capriolen van Rob Geurts. Maar in de herfst – of beter: de winter – van zijn loopbaan is de inmiddels 41-jarige sportschoolhouder uit Nieuwegein definitief voorbijgestreefd door Glas, zijn concurrent uit Groningen met wie de bobsleepionier lange tijd een stroeve relatie onderhield.

Glas kan het niet ontkennen: afgunst en wedijver bepaalden tot voor kort de verhoudingen in het benauwde Nederlandse bobsleewereldje. Geurts beschouwde zijn rivaal als een eigenwijze snotneus met weinig kennis van zaken. Glas op zijn beurt vond zijn negen jaar oudere collega een koppige, overjarige dwaas die er verstandiger aan zou doen om zijn slee voorgoed op te bergen.

Het onderlinge wantrouwen had een verlammende uitwerking, op zowel de sfeer in het hotel als de prestaties in het ijskanaal. Maar die tijd, zo benadrukt Glas, is voorbij. ,,Rob en ik zijn nog steeds niet de dikste vrienden, maar – en daar gaat het om: het respect is terug. We zijn bereid om naar elkaar te luisteren en elkaar waar nodig te helpen.''

Illustratief voor de gewijzigde verhoudingen was de entree van Marcel Welten in de viermansslee van Glas. Jarenlang weigerde Geurts zijn starter-remmer af te staan. Twee maanden geleden, bij het EK in Königssee, ging hij overstag. Glas beschaamde het vertrouwen niet. In gang getrokken door onder anderen Welten, van origine baanatleet (100 en 200 meter), dwong de stuurman dankzij de tiende plaats olympische nominatie af.

Met dank ook aan de nieuwe bondscoach, Tom de la Hunty, die afgelopen najaar de in onmin geraakte Gerd Grimme, een icoon uit het roemruchte DDR-verleden, kwam aflossen. ,,De la Hunty heeft alle partijen weer op één lijn gekregen'', zegt Glas over de oud-bobsleeër uit Engeland. ,,Onder Grimme was het vorig seizoen een en al ellende. Daarbij liepen de emoties binnen mijn team zo hoog op dat ik twee keer heb overwogen om te stoppen.''

Zo zelfbewust als Glas tegenwoordig klinkt, zo timide was hij vier jaar geleden toen NOC*NSF alle bobbers in de kou liet staan voor de Winterspelen van Nagano. Terwijl Geurts koos voor een verbale loopgravenoorlog, schikte Glas zich in zijn lot. ,,Rob streed voor zijn laatste kans, ik niet. Ik kon me ook wel vinden in hun beslissing. Ons niveau was gewoon niet goed genoeg. Bovendien had ik weinig zin in een hoop heibel met mensen met wie ik in de toekomst weer moest werken.''

NOC*NSF kijkt inmiddels verder dan de schaatsers, constateert Glas. Niet voor niets gaat binnenkort een lang gekoesterde wens van de Nederlandse bobbers in vervulling, wanneer op sportcentrum Papendal een begin wordt gemaakt met de aanleg van een bobstartbaan. Het gezeul met zwaar beladen winkelwagentjes, een vast ritueel in de zomermaanden, of een mobiele startbaan is daarmee verleden tijd. Glas, tevreden glimlachend: ,,Zelfs in Nederland wordt bobsleeën steeds serieuzer genomen.''